Als zzp'er wordt een bv fiscaal interessant rond de €80.000 winst per jaar, soms eerder; boven €150.000 winst vrijwel altijd. Het gaat om winst na kosten, niet om je uurtarief en niet om je omzet. Een bv lost schijnzelfstandigheid niet op: de Belastingdienst kijkt naar de arbeidsrelatie, niet naar je rechtsvorm.
Daarnaast speelt er iets wat bij een eenmanszaak met vaste klanten minder aan de orde is: jouw opdrachten staan op jouw naam. Bij een omzetting verhuizen die niet vanzelf naar de bv. Die drie sporen, de rekensom, de arbeidsrelatie en de contracten, staan hieronder uitgewerkt, met de datum die dit jaar telt erbij.
Wanneer is een bv interessant voor een zzp'er?
Een bv gaat lonen zodra je fiscale winst structureel rond de €80.000 ligt en je niet elke euro privé nodig hebt. Boven €150.000 winst is de bv vrijwel altijd voordeliger. Onder het gebruikelijk loon van €58.000 (2026) valt er weinig te winnen: dan moet je bijna de hele winst als salaris opnemen.
Het omslagpunt staat in winst, niet in tarief. Toch is je uurtarief een bruikbare eerste toets, omdat je het zelf kent. Reken het even om. Werk je 1.400 declarabele uren tegen €75 per uur, dan is je omzet €105.000. Gaat daar €15.000 aan software, verzekeringen, boekhouder, telefoon en vervoer vanaf, dan houd je €90.000 winst over en zit je in de zone waar de vraag serieus wordt. Bij hetzelfde tarief maar €35.000 kosten kom je op €70.000 en is het antwoord voorlopig nee. Twee zzp'ers met exact hetzelfde uurtarief kunnen dus een verschillend antwoord krijgen. De volledige omrekening van tarief naar drempel staat in uurtarief zzp en de bv-drempel.
De tweede variabele is wat je met de winst doet. In een eenmanszaak wordt de hele winst belast in box 1, of je hem nu opneemt of niet. In een bv betaal je eerst vennootschapsbelasting over wat er na je dga-salaris overblijft; de tweede heffing, box 2, valt pas bij dividend. Laat je geld in de bv staan voor een buffer, een investering of je oudedagsvoorziening, dan stel je die tweede heffing uit. Dat uitstel is de reden dat de bv bij de ene zzp'er al bij €80.000 kantelt en bij de ander pas boven €120.000.
Rekenvoorbeeld bij € 100.000 winst (2026)
Hieronder staat dezelfde winst in drie scenario's, gerekend met de tarieven van 2026 en een dga-salaris op het gebruikelijk loon. De derde kolom is de situatie waarin je alleen je salaris opneemt en de rest in de bv laat staan.
| Bij € 100.000 winst | Zzp'er, eenmanszaak | Bv, volledig uitkeren | Bv, winst reserveren |
|---|---|---|---|
| Totale belasting en premies | € 35.977 | € 35.332 | € 25.690 |
| Netto over | € 64.023 | € 64.668 | € 74.310 |
| Verschil met de eenmanszaak | referentie | + € 645 | + € 10.287 |
Die eerste bv-kolom is het eerlijke antwoord op de vraag of je bij € 100.000 winst puur om fiscale redenen moet omzetten: € 645 per jaar is minder dan de extra boekhoud- en salarisadministratiekosten van een bv. Neem je alles op, dan is dit winstniveau te laag. De derde kolom laat zien waar het verschil vandaan komt: laat je de winst na salaris staan, dan loopt het voordeel op tot € 10.287. Op het bedrag dat in de bv blijft rust dan nog een box 2-claim van € 8.335, die valt zodra je het als dividend opneemt. Uitstel, geen afstel.
De parameters voor 2026: box 1 loopt van 35,75% tot €38.883 via 37,56% tot €78.426 naar 49,50% daarboven, de MKB-winstvrijstelling is 12,7% en de zelfstandigenaftrek €1.200; de vennootschapsbelasting is 19% tot €200.000 winst en 25,8% daarboven; box 2 is 24,5% tot €68.843 dividend en 31% daarboven; het gebruikelijk loon staat op €58.000. Dit is exact het model achter de omzettingscalculator, waar je je eigen winst invult. De bredere afweging voor zzp'ers staat in zzp naar bv: wanneer fiscaal interessant.
Schijnzelfstandigheid: lost een bv het op?
Nee. De Wet DBA en de handhaving die per 1 januari 2025 weer volledig loopt, kijken naar de arbeidsrelatie tussen jou en je opdrachtgever, niet naar de rechtsvorm waarin je factureert. Een bv met één opdrachtgever, vaste werktijden en instructies van de klant is fiscaal dezelfde situatie als een eenmanszaak met één opdrachtgever.
De toets komt uit het arbeidsrecht: is er sprake van arbeid, loon en gezag, dan is er in beginsel een arbeidsovereenkomst, ongeacht wat er op papier staat. Wat er in de praktijk gebeurt weegt zwaarder dan hoe partijen hun afspraak hebben genoemd. De factoren die de Belastingdienst weegt zijn steeds dezelfde: moet je het werk zelf doen of mag je je laten vervangen, geeft de opdrachtgever aanwijzingen over hoe het werk wordt gedaan of alleen over het resultaat, draag je eigen ondernemersrisico, en ben je ingebed in de organisatie van de klant. Een tussengeschoven bv verandert geen van die vier.
Belangrijk detail voor de risico-inschatting: de naheffing landt in eerste instantie bij de opdrachtgever, want die had loonheffingen moeten inhouden. Dat verklaart waarom opdrachtgevers sinds 2025 strenger zijn geworden op contractvormen, en waarom sommige van hen juist géén bv-constructie meer accepteren als de feitelijke samenwerking op een dienstbetrekking lijkt.
Wat wel helpt, zijn de feiten zelf. Meerdere opdrachtgevers per jaar, zonder dat één klant het overgrote deel van je omzet uitmaakt. Een contract waarin je je mag laten vervangen, en dat in de praktijk ook kan. Opdrachten die op een resultaat zijn geschreven in plaats van op een doorlopende inzet per uur. Eigen materiaal, eigen methode, eigen werkplek waar dat kan. Een bv kan het startpunt van die herstructurering zijn, maar hij is nooit de oplossing op zichzelf. De volledige uitleg staat in schijnzelfstandigheid: lost een bv het op en in freelancer naar bv: regels en valkuilen.
Wat verandert er als zzp'er in een bv?
Je wordt werknemer en aandeelhouder van je eigen bv tegelijk. Je krijgt een gebruikelijk loon van €58.000 (2026), of het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking als dat hoger is. Daarover komt een loonadministratie. De zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling vervallen. Je werk verandert niet, je administratie wel.
Het gebruikelijk loon is het bedrag dat je jezelf minimaal moet uitbetalen. Voor veel ex-zzp'ers is €58.000 niet het eindpunt maar de ondergrens: verdient een werknemer in de meest vergelijkbare functie meer, dan geldt dat hogere bedrag. De doelmatigheidsmarge waarmee je vroeger 25% onder het referentieloon mocht gaan bestaat sinds 2023 niet meer. Onderbouw je salaris dus met een functieprofiel en marktdata, en leg het vast in een aandeelhoudersbesluit. Hoe je dat getal bepaalt staat in het dga-salaris als ex-zzp'er.
Wat de bv na je salaris overhoudt is winst waarover vennootschapsbelasting wordt betaald. Wat je daaruit naar privé haalt is dividend en valt in box 2. Die twee knoppen, salaris en dividend, zijn de reden dat de bv pas werkt als er iets te verdelen valt: is de winst ongeveer gelijk aan het gebruikelijk loon, dan is er geen tweede laag om te optimaliseren.
Pensioen verandert van vorm. Als IB-ondernemer bouwde je op via een lijfrente binnen je jaarruimte; die route blijft bestaan, alleen is de grondslag voortaan je dga-salaris in plaats van je winst. Dat maakt de hoogte van dat salaris ook een pensioenbeslissing: een salaris op de ondergrens levert een kleinere jaarruimte op. Pensioen opbouwen in de bv zelf, in eigen beheer, kan sinds 1 juli 2017 niet meer. Wat wel kan, is winst in de bv laten staan en beleggen; dan draag je eerst vennootschapsbelasting en later box 2, tegenover een lijfrentepremie die in box 1 aftrekbaar is. Welke van de twee gunstiger uitpakt hangt af van je tarief nu en je tarief straks. De routes staan naast elkaar in pensioen als zzp'er via je eigen bv.
Je arbeidsongeschiktheidsverzekering sluit je nog steeds privé af; een bv verandert daar niets aan. Wel loopt de opzegging en heraanmelding van zakelijke verzekeringen, aansprakelijkheid en beroepsaansprakelijkheid voorop, via je nieuwe KvK-nummer. Zet die polissen op de lijst die je bij de omzetting afwerkt, samen met je bankrekening en abonnementen.
Opdrachtgevers, contracten en je btw-nummer
Je opdrachten gaan niet automatisch mee naar de bv. Een overeenkomst van opdracht staat op jouw naam als natuurlijk persoon; de bv is juridisch een andere partij. Voor een lopend contract is contractsoverneming nodig, en daarvoor moet je opdrachtgever meewerken. Openstaande facturen draag je apart over via cessie.
In de praktijk is dat zelden een probleem, maar het is wel werk. Loopt een opdracht binnen een paar maanden af, laat hem dan uitlopen op de eenmanszaak en sluit daarna een nieuw contract op naam van de bv. Loopt hij langer, vraag dan een schriftelijke akkoordverklaring: een half A4 en een handtekening. Let bij grote klanten en de overheid op clausules die overdracht verbieden of bij een structuurwijziging een goedkeuring eisen; bij aanbestede contracten is dat een apart onderzoek waard voordat je de oprichting inplant.
Op de administratieve kant zit één veelgemaakte fout. Je bv krijgt een eigen KvK-nummer en een eigen btw-nummer; die van je eenmanszaak gaan niet mee. Een factuur op naam van de bv met je oude btw-nummer klopt niet en levert je opdrachtgever gedoe op bij zijn btw-aangifte. Pas je factuursjabloon aan op de dag dat de bv gaat factureren, en stuur je klanten in dezelfde brief de nieuwe gegevens: naam, KvK-nummer, btw-nummer en IBAN. De juridische kant staat uitgeschreven in opdrachtgevers en je bv.
Kun je je eenmanszaak naast de bv houden?
Juridisch mag het: er is geen regel die een eenmanszaak naast een bv verbiedt. Fiscaal loopt het zelden neutraal. De uren die je als dga voor je bv maakt tellen niet mee voor het urencriterium van de eenmanszaak, dus de zelfstandigenaftrek verlies je in de praktijk toch. En je hebt twee administraties.
Het urencriterium is 1.225 uur per jaar in die ene onderneming. Werk je fulltime voor je bv en houd je daarnaast een eenmanszaak aan voor een nevenactiviteit, dan haal je dat aantal niet. De combinatie is dus zinvol bij een echt losstaande tweede activiteit, of tijdelijk tijdens de omzetting, maar niet als manier om je aftrekposten te behouden.
Twee dingen om vooraf te laten toetsen. Bij een geruisloze inbreng gaat de hele onderneming over die je inbrengt; een deel achterhouden maakt de regeling complexer en lokt discussie uit. En verhuur je een pand, een auto of een lening vanuit privé aan je eigen bv, dan kom je in de terbeschikkingstellingsregeling terecht, met eigen gevolgen in box 1. Beide punten staan uitgewerkt in een eenmanszaak en een bv allebei aanhouden.
Stappenplan en de 1-oktoberdeadline
De omzetting verloopt in zeven stappen: doorrekenen, route kiezen, intentieverklaring registreren, contracten inventariseren, inbrengbalans opstellen, de bv laten oprichten en inbrengen, en de administratieve nasleep. De derde stap bepaalt of je dit kalenderjaar nog meedoet: die deadline is 30 september 2026.
- Reken je winst door. Vul je verwachte winst over 2026 in de omzettingscalculator in en kijk naar beide bv-scenario's. Levert geen van beide een verschil op waar je iets aan hebt, dan is wachten de betere beslissing.
- Kies de route. Geruisloze inbreng, ruisende inbreng of een activa-passivatransactie. Voor een zzp'er met weinig activa maar wel goodwill is geruisloos meestal de route; de drie staan naast elkaar op manieren van omzetten.
- Registreer de intentieverklaring. Daarin leg je vast dat je je onderneming inbrengt in een nog op te richten bv, per welk overgangstijdstip en volgens welke methode. Er komt geen notaris aan te pas en registratie bij de Belastingdienst is gratis. Meer in de intentieverklaring bij geruisloze inbreng.
- Inventariseer je opdrachten. Welke contracten lopen door, welke lopen af, waar staat een verbod op overdracht in? Deze stap kost je niets en voorkomt dat je later factureert zonder contractuele basis.
- Stel de inbrengbalans op. De fiscale balans per overgangstijdstip, met daarnaast de commerciële waarde die het aandelenkapitaal en het agio bepaalt. Creditering, een schuld van de bv aan jou in plaats van aandelen, is beperkt tot 5% van het gestorte kapitaal en maximaal €30.000 (sinds 5 november 2025).
- Laat de bv oprichten en breng de onderneming in. In de meeste dossiers zijn dat twee vennootschappen: een holding en een werkmaatschappij. Het verzoek om toepassing van art. 3.65 Wet IB 2001 gaat naar de inspecteur; je krijgt een beschikking met de standaardvoorwaarden terug.
- Regel de nasleep. Nieuwe facturen, nieuw btw-nummer, zakelijke rekening, verzekeringen, abonnementen en de uitschrijving van de eenmanszaak. Reken bij banken op enkele weken doorlooptijd.
De datum die dit jaar telt is 1 oktober 2026. Is de intentieverklaring uiterlijk 30 september 2026 bij de Belastingdienst binnen, dan is het overgangstijdstip 1 januari 2026 en telt de winst van dit hele kalenderjaar al in de bv. De oprichting en de inbreng mogen daarna nog tot 31 maart 2027 duren. Komt de registratie één dag te laat, dan schuift het overgangstijdstip naar 1 januari 2027 en verlies je een jaar aan voordeel. De volledige lijst staat in de 1-oktober-checklist.
Start vóór 1 oktober en je omzetting telt fiscaal terug tot 1 januari 2026
Wat kost het?
Een zzp'er die omzet naar een holding met werkmaatschappij betaalt bij ons € 5.500 exclusief btw, alles inbegrepen. Ga je naar één bv zonder holding, dan is het € 4.750. Wil je alleen de fiscale begeleiding en je eigen notaris aansturen, dan kost dat € 3.500. Er volgt geen nacalculatie.
| Traject | Prijs excl. btw | Wat je krijgt |
|---|---|---|
| Naar holding en werkmaatschappij | € 5.500 | Fiscale begeleiding én alle notariskosten in één bedrag |
| Naar één bv | € 4.750 | Zelfde traject, één vennootschap in plaats van twee |
| Alleen de fiscale begeleiding | € 3.500 | Je kiest en betaalt zelf je notaris; wij leveren de stukken |
Voor een zzp'er is de holdingstructuur in de meeste gevallen de verstandigere keuze, ook al kost hij € 750 meer. Winst die je niet nodig hebt kun je via de deelnemingsvrijstelling naar de holding laten stromen, waar hij buiten het bereik van zakelijke schuldeisers van de werkmaatschappij staat, en bij een latere verkoop valt de opbrengst in de holding in plaats van direct in box 2. Een holding achteraf toevoegen kan, maar is een tweede traject met eigen kosten.
De bundelprijs is opgebouwd uit twee componenten: fiscale begeleiding € 3.500 en notaris € 2.500. Los opgeteld is dat € 6.000; in het alles-in-één-traject betaal je € 5.500. Wij regelen én betalen de notaris, dus je krijgt van hem geen aparte factuur. Ter vergelijking: wie zelf een notaris zoekt voor een oprichting met inbreng, betaalt in de markt doorgaans €1.500 tot €3.000 exclusief btw.
In de vaste prijs zit:
- Volledige fiscale begeleiding
- Bepaling van de omzettingsmethode
- Intentieverklaring / voorovereenkomst
- Fiscale openingsbalans (inbrengbalans)
- Verzoek en afstemming met de Belastingdienst
- Coördinatie van de notaris
- Alle notariskosten en aktes
- UBO-registratie
- Inschrijving bij de KvK
Er valt één kostenpost buiten de prijs: de inschrijfvergoeding van de KvK van € 85,15 (tarief 2026), die de KvK rechtstreeks bij je nieuwe bv in rekening brengt. Nazorg na de oprichting, zoals je eerste aangiften en de salarisadministratie voor je dga-loon, zit er niet in; dat is een apart traject. De prijs voor jouw situatie staat op tarieven.
Veelgemaakte fouten
De fouten die we bij zzp'ers zien, zitten zelden in de akte. Ze zitten in de rekensom vooraf, in de timing en in wat er na de inbreng met de opdrachten gebeurt. Dit zijn er vijf die geld kosten en die je alle vijf zelf kunt controleren.
- Rekenen met omzet in plaats van winst. Een omzet van €120.000 met €55.000 kosten is €65.000 winst, en daar levert een bv fiscaal niets op. Het omslagpunt gaat over winst na kosten.
- De bv inzetten tegen schijnzelfstandigheid. Wie na de omzetting bij dezelfde ene opdrachtgever hetzelfde werk op dezelfde manier blijft doen, heeft zijn risico niet verkleind, maar wel €58.000 loonadministratie erbij gekregen.
- De intentieverklaring te laat registreren. De termijn is hard. Een verklaring die op 2 oktober binnenkomt geeft geen overgangstijdstip van 1 januari, hoe ver de rest van het dossier ook is. Het gevolg is een jaar wachten, geen boete.
- Facturen omzetten zonder de contracten om te zetten. De bv factureert, maar de opdrachtgever heeft een contract met jou privé. Dat gaat maanden goed en wordt pas een probleem bij een betalingsconflict of een aansprakelijkstelling.
- Het dga-salaris op €58.000 zetten zonder onderbouwing. Ligt het loon in de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoger, dan is dat het uitgangspunt. Een correctie loopt over meerdere jaren en komt met belastingrente. Een functieprofiel en marktdata in je dossier voorkomen die discussie.
Alle vijf zijn te voorkomen met een half uur rekenen en een uur contracten doorlezen aan de voorkant. De derde is de duurste: die kost geen boete, maar een heel kalenderjaar.


