"Wanneer moet ik overstappen naar een B.V.?" Het is de vraag die zzp'ers en freelancers ons het vaakst stellen. Bijna altijd draait het antwoord om één getal: het uurtarief. Dit artikel legt de berekening stap voor stap uit, zodat je zelf kunt bepalen of jouw tarief de drempel al heeft bereikt.
Waarom het uurtarief het vertrekpunt is
Als zzp'er is je uurtarief de schakel tussen omzet en winst. Bij een uurtarief van €85 en 1.200 declarabele uren per jaar kom je op een omzet van €102.000. Maar netto winst is iets anders: van die €102.000 gaan kosten af: software, verzekeringen, accountant, pensioensparen, eventueel een auto. Stel dat je na aftrek van alle bedrijfskosten op een fiscale winst van €80.000 uitkomt. Die fiscale winst is het bedrag waarover je belasting betaalt als eenmanszaak.¹
Dit onderscheid (omzet versus fiscale winst) is de reden dat we niet zeggen "bij een uurtarief van X loont de B.V." Twee zzp'ers met hetzelfde uurtarief kunnen een heel verschillende kostenstructuur hebben. De drempel is altijd uitgedrukt in fiscale winst, niet in omzet of tarief.
Toch is het uurtarief een bruikbare indicator. Als vuistregel geldt: bij een declarabele bezetting van 1.000–1.300 uur per jaar is een uurtarief van €80–€100 per uur ruwweg het niveau waarop je in de buurt van de B.V.-drempel komt. Dat hangt dan af van je kostenstructuur.
Van uurtarief naar winst: drie tarieven doorgerekend
De tabel vertaalt drie uurtarieven naar winst en zet de eenmanszaak naast een B.V. waarin je alles direct opneemt. Uitgangspunt: 30 declarabele uren per week over 46 werkweken (1.380 uur) en €6.000 zakelijke kosten per jaar.
| Uurtarief | Omzet | Winst na kosten | Eenmanszaak netto | B.V. netto (alles uitkeren) | Verschil |
|---|---|---|---|---|---|
| €75 | €103.500 | €97.500 | €62.804 | €63.139 | +€335 |
| €95 | €131.100 | €125.100 | €76.262 | €80.018 | +€3.756 |
| €120 | €165.600 | €159.600 | €94.821 | €100.242 | +€5.421 |
Alleenstaand, urencriterium gehaald, DGA-salaris €58.000, tarieven 2026, gerekend met het model van de omzettingscalculator.
Bij €75 per uur is het verschil bij volledige opname te klein om de extra kosten van een B.V. te dragen. Vanaf ongeveer €95 per uur bij deze bezetting wordt het verschil substantieel, en het loopt verder op als je een deel van de winst in de B.V. laat staan. De omslagpunttabel per winstniveau staat in ons artikel over wanneer een B.V. voordeliger is dan een eenmanszaak.
De belastingdruk als eenmanszaak: van winst naar netto
Als zzp'er met een eenmanszaak valt je winst volledig in box 1 van de inkomstenbelasting. Het toptarief bedraagt 49,50% over het inkomen boven €78.426 (2026).⁴ Twee aftrekposten verzachten dat enigszins:
Zelfstandigenaftrek: Dit is een vaste aftrek voor IB-ondernemers die aan het urencriterium voldoen (minimaal 1.225 uur per jaar in de onderneming).¹⁷ De hoogte is in 2026 verder teruggebracht tot €1.200 en loopt verder af naar €900 in 2027.² De afbouw is bewust: de politiek maakt het urencriterium geleidelijk minder aantrekkelijk als IB-voordeel.
MKB-winstvrijstelling: Over de winst na aftrek van de ondernemersaftrek mag je 12,7% aftrekken als MKB-winstvrijstelling.³ Hiervoor geldt geen urencriterium: ook zzp'ers die onder de 1.225 uur blijven, profiteren van deze vrijstelling.
Vuistregel: Boven €78.426 belastbaar inkomen valt elke extra euro winst in het toptarief van 49,50%. Gemiddeld over je hele winst ligt de druk, inclusief de Zvw-bijdrage, bij €120.000 winst rond 38,5% en bij €180.000 rond 41%.
De belastingdruk in een B.V.: twee lagen
In een B.V. verloopt belastingheffing in twee stappen, en dat is precies de bron van het voordeel.
Stap 1, Vennootschapsbelasting (VPB): De B.V. betaalt VPB over haar belastbare winst. Het tarief is 19% over de eerste €200.000 winst en 25,8% over het meerdere (2026).⁵ ¹⁶ Dat is fors lager dan het IB-toptarief.
Stap 2, Box 2 bij uitkering: Zodra je als DGA (directeur-grootaandeelhouder) dividend uitkeert uit de B.V., betaal je box 2-heffing over dat dividend.⁶ Het tarief bedraagt 24,5% over de eerste €68.843 aan dividendinkomsten per jaar en 31% over het meerdere (2026).⁷ De dividendbelasting die de B.V. inhoudt bij uitkering (15%) is een voorheffing die verrekend wordt met de box 2-heffing.¹²
Gecombineerde druk: De mathematisch laagste gecombineerde druk (VPB + box 2, eerste schijf) is 19% + (100% − 19%) × 24,5% = 38,8%. Boven de €200.000 VPB-winst stijgt dat naar 25,8% + (100% − 25,8%) × 31% = 48,8%. Die percentages gelden als je het dividend direct uitkeert. Stel je dividend uit, dan betaal je over het deel dat in de B.V. blijft voorlopig alleen de VPB van 19%. Dat is het echte fiscale wapen van de B.V.
De joker: het verplichte DGA-salaris
Hier wordt de vergelijking complexer. Als je meer dan 5% van de aandelen van je B.V. bezit en er arbeid voor verricht, moet je jezelf een gebruikelijk loon toekennen.⁸ De norm voor 2026 is het hoogste van:
- 75% van het salaris in de meest vergelijkbare dienstbetrekking
- Het salaris van de meestverdienende medewerker in de B.V. of een verbonden vennootschap
- €58.000 (het wettelijke minimum voor de gebruikelijkloonregeling, 2026)⁸
Dat DGA-salaris van minimaal €58.000 valt in box 1 en wordt belast als gewoon looninkomen. De B.V. trekt het salaris af als kosten.¹⁹ Dat vermindert de VPB-grondslag, maar het deel dat je als salaris opneemt, wordt onmiddellijk belast tegen IB-tarieven, net als bij een eenmanszaak.
Dit is de reden dat de B.V. bij lage winsten nauwelijks voordeel biedt: als bijna de hele winst via het verplichte DGA-salaris moet worden opgenomen, blijft er weinig winst in de B.V. over om te profiteren van het lage VPB-tarief.
Vuistregel: Het voordeel van de B.V. begint structureel zichtbaar te worden als je fiscale winst ruim boven het DGA-minimumsalaris van €58.000 uitstijgt, en je de winst die daarboven zit niet direct als privé-inkomen hoeft op te nemen.
Rekenvoorbeeld: zzp'er met €120.000 versus €180.000 winst
Laten we de twee situaties concreet doorrekenen. Neem freelancer Sanne, zelfstandig IT-consultant met een declarabele bezetting van 1.100–1.300 uur per jaar. In scenario A heeft ze een fiscale winst van €120.000; in scenario B €180.000. Zij voldoet aan het urencriterium.
Scenario A: €120.000 fiscale winst
Als eenmanszaak (2026):
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Fiscale winst | €120.000 |
| Af: zelfstandigenaftrek | –€1.200 |
| Af: MKB-winstvrijstelling (12,7% × €118.800) | –€15.088 |
| Belastbaar inkomen box 1 | €103.712 |
| Inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen, na heffingskortingen | –€42.373 |
| Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw | –€3.851 |
| Netto overhouden | €73.775 |
Effectieve belastingdruk op de brutowinst: ~38,5%
Als B.V., DGA-salaris €58.000, dividend voor het overige (2026):
De B.V. maakt €120.000 winst vóór salaris. Sanne neemt het DGA-minimum op.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Winst vóór salaris | €120.000 |
| Af: DGA-salaris | –€58.000 |
| Belastbare VPB-winst | €62.000 |
| VPB 19% | –€11.780 |
| Winst na VPB | €50.220 |
Sanne keert de volledige €50.220 direct als dividend uit:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Dividend | €50.220 |
| Box 2 (24,5%, want < €68.843) | –€12.304 |
| Netto dividend | €37.916 |
DGA-salaris: €58.000 bruto. Daarover betaalt Sanne €16.204 inkomstenbelasting en €2.813 Zvw-bijdrage: netto €38.983. Dat de inkomstenbelasting hoger is dan bij salaris alleen, komt doordat het dividend meetelt in haar verzamelinkomen en de algemene heffingskorting daardoor lager uitvalt.
Totaal netto Sanne in handen: €38.983 + €37.916 = €76.899
Bij €120.000 winst levert de eenmanszaak €73.775 op, de B.V. (bij direct uitkeren) €76.899. Het verschil van ruim €3.100 is reëel, maar na aftrek van de extra jaarlijkse kosten van een B.V. blijft er bij volledig uitkeren weinig over. Het echte voordeel komt pas als Sanne een deel van de winst laat staan.
Scenario B: €180.000 fiscale winst
Als eenmanszaak (2026):
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Fiscale winst | €180.000 |
| Af: zelfstandigenaftrek | –€1.200 |
| Af: MKB-winstvrijstelling (12,7% × €178.800) | –€22.708 |
| Belastbaar inkomen box 1 | €156.092 |
| Inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen, na heffingskortingen | –€70.052 |
| Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw | –€3.851 |
| Netto overhouden | €106.096 |
Effectieve belastingdruk op de brutowinst: ~41,1%
Als B.V., DGA-salaris €58.000, dividend voor het overige (2026):
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Winst vóór salaris | €180.000 |
| Af: DGA-salaris | –€58.000 |
| Belastbare VPB-winst | €122.000 |
| VPB 19% | –€23.180 |
| Winst na VPB | €98.820 |
Sanne keert alles als dividend uit:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Dividend | €98.820 |
| Box 2 t/m €68.843 (24,5%) | –€16.866 |
| Box 2 over €29.977 (31%) | –€9.293 |
| Netto dividend | €72.661 |
DGA-salaris netto (na €16.204 inkomstenbelasting en €2.813 Zvw-bijdrage): €38.983.
Totaal netto in handen: €38.983 + €72.661 = €111.644
Tegenover €106.096 in de eenmanszaak is dat ruim €5.500 meer.
Bij €180.000 winst wint de B.V. duidelijker, ook bij volledige directe opname. Het echte verschil zit in het uitstellen van het dividend. Als Sanne de €98.820 in de B.V. laat staan, betaalt ze voorlopig alleen de VPB van 19%. Dat bedrag werkt, groeit en samengestelde rente doet de rest. Wie tien jaar lang dividend uitstelt en herbeleegt, kan tienduizenden euro's verschil maken.
Wat bepaalt de exacte drempel voor jou?
De berekeningen hierboven zijn vereenvoudigd. In de praktijk zijn er drie variabelen die de drempel verschuiven:
1. Hoe hoog is je gebruikelijk loon? Als de Belastingdienst jouw functie vergelijkt met een vergelijkbare dienstbetrekking die €90.000 verdient, kan de norm hoger uitvallen dan het minimum van €58.000.⁸ Hoe hoger het verplichte DGA-salaris, hoe minder winst overblijft voor het gunstige VPB-tarief.
2. Hoeveel winst heb je privé nodig? De B.V. rendeert het best als je een deel van de winst in de vennootschap kunt laten. Wie maandelijks zijn volledige winst nodig heeft als inkomen, pakt niet het voordeel van belastinguitstel.
3. Zijn er kosten die in een B.V. beter aftrekbaar zijn? Een auto van de zaak, pensioenopbouw via de B.V. (fiscale oudedagsreserve bestaat niet meer, maar in een B.V. kun je wel pensioenpremies aftrekken als kosten) en andere ondernemingskosten kunnen het voordeel van de B.V. vergroten of verkleinen afhankelijk van je situatie.¹
Vuistregel: Rond de €80.000 fiscale winst begint de B.V. te lonen, soms al eerder, zeker als je 30–50% van de winst niet direct nodig hebt. Boven de €150.000 is de B.V. vrijwel altijd structureel aantrekkelijk, zeker bij een langere beleggingshorizon.
Het uitsteleffect: de stille kracht van de B.V.
Het inzicht dat het meest wordt onderschat: belastinguitstel is vermogensopbouw. Als Sanne uit scenario B haar dividend niet uitkeert maar de €98.820 na VPB in de B.V. laat staan en belegt, groeit dat bedrag zonder directe box 2-heffing. Ze betaalt die heffing pas als ze het geld daadwerkelijk opneemt.
Over een periode van tien jaar, bij een rendement van 5% per jaar, groeit €98.820 naar ruim €160.000. Op dat moment keert ze het dividend uit en betaalt ze dan circa 31% box 2 (ervan uitgaand dat ze al boven de eerste €68.843-schijf zit). Netto houdt ze dan ~€111.000 over van dat ene jaar winst.
In de eenmanszaak had ze dat jaar €106.096 netto overgehouden, maar dat bedrag stond al in haar privévermogen en werd tien jaar lang belast in box 3 (vermogensrendementsheffing). Het rendement na belasting in box 3 is structureel lager dan het rendement in een B.V. die in het lage VPB-tarief valt.
Dit tijdsverschil in belastingheffing is het fundamentele mechanisme achter de B.V.-structuur, en het is precies waarom de drempel niet eenduidig als een punt op een rechte lijn bestaat, maar afhangt van tijd, rendement en privébestedingen.
De omzetting: geruisloos of geruisvol?
Als je besluit dat de drempel bereikt is, is de volgende vraag: hoe zet je om? Voor de meeste zzp'ers die een lopende eenmanszaak hebben, is de geruisloze omzetting (art. 3.65 Wet IB 2001) de aangewezen route.¹³ Je brengt de onderneming in de B.V. in zonder directe afrekening over stille reserves of goodwill. De fiscale claim verschuift naar de B.V. en wordt pas betaald bij latere realisatie.
Veel zzp'ers in de dienstverlenende sector hebben weinig stille reserves (geen machines, weinig voorraden, geen onroerend goed). Maar goodwill (de waarde van klantrelaties, reputatie en omzethistorie) is wél relevant en wordt door de Belastingdienst serieus genomen bij omzetting.¹ Als de goodwill aanzienlijk is, is de geruisloze route extra interessant: je rolt de goodwillclaim mee de B.V. in en hoeft er nu niet over af te rekenen.
Lees meer over de procedure en valkuilen in ons artikel over geruisloze inbreng stap voor stap. Wat de overstap verder betekent voor je opdrachtgevers, je facturen en de discussie over schijnzelfstandigheid, staat op onze pagina over zzp naar bv.
De B.V. zelf wordt opgericht via een notariële akte.¹⁴ KvK-inschrijving, een bankrekening op naam van de B.V. en een openingsbalans zijn de eerste stappen na oprichting.
Of een B.V. het risico op schijnzelfstandigheid verkleint, lees je in ons artikel over schijnzelfstandigheid en de B.V..
Conclusie
De B.V.-drempel voor zzp'ers ligt niet bij een magisch uurtarief, maar bij de onderliggende fiscale winst. Op basis van de cijfers hierboven:
- Onder de €80.000 fiscale winst: de B.V. is vaak nog niet fiscaal voordeliger, de kosten en complexiteit wegen niet op tegen het marginale voordeel.
- Rond de €80.000 winst, soms eerder: de B.V. begint te lonen, maar het voordeel hangt sterk af van hoeveel winst je kunt laten staan.
- Boven de €150.000: de B.V. levert vrijwel altijd een structureel lager gecombineerd belastingpercentage op, zeker over een langere termijn.
Bij een declarabele bezetting van 1.000–1.300 uur per jaar correspondeert dit ruwweg met een uurtarief van €80–€130, afhankelijk van je kostenstructuur. Maar de rekensom is persoonlijk. Twee zzp'ers met hetzelfde tarief kunnen een heel verschillende fiscale uitkomst hebben.
Wil je precies weten bij welke winst de B.V. voor jóu de betere keuze is? Lees dan ook ons artikel over wanneer een B.V. voordeliger is dan een eenmanszaak voor het volledige vergelijkingskader. Of plan een vrijblijvend adviesgesprek met Hussain of Adal, we rekenen de exacte drempel door op basis van jouw cijfers, je privébestedingen en je tijdshorizon.
Bronnen19
- 01Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.8: Definitie winst uit onderneming
- 02Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.76: Zelfstandigenaftrek
- 03Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.79a: MKB-winstvrijstelling
- 04Wet inkomstenbelasting 2001, art. 2.10: Tarieven inkomstenbelasting box 1
- 05Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 22: Tarieven vennootschapsbelasting
- 06Wet inkomstenbelasting 2001, art. 4.6: Aanmerkelijk belang (box 2)
- 07Wet inkomstenbelasting 2001, art. 4.12: Inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2); tarief in art. 2.12
- 08Wet op de loonbelasting 1964, art. 12a: Gebruikelijkloonregeling DGA
- 09Belastingdienst.nl: Gebruikelijk loon voor de DGA, geraadpleegd juni 2026
- 10Belastingdienst.nl: Zelfstandigenaftrek: bedragen en voorwaarden, geraadpleegd juni 2026
- 11Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.78: Meewerkaftrek
- 12Wet op de dividendbelasting 1965, art. 1 en 7: Dividendbelasting als inhouding op dividend
- 13Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.65: Geruisloze omzetting eenmanszaak naar B.V.
- 14Burgerlijk Wetboek Boek 2, art. 175: Oprichting besloten vennootschap
- 15Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 13: Deelnemingsvrijstelling
- 16Belastingdienst.nl: Vennootschapsbelasting: tarieven, geraadpleegd juni 2026
- 17Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.74: Urencriterium ondernemersaftrek
- 18Belastingdienst.nl: Ondernemer voor de inkomstenbelasting: criteria, geraadpleegd juni 2026
- 19Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 9: Algemene bepalingen winstberekening
