Bijgewerkt op 30 oktober 2026.
Als DGA kun je via je B.V. pensioen opbouwen bij een externe verzekeraar. Nieuwe pensioenopbouw in eigen beheer is sinds 1 juli 2017 niet meer toegestaan.¹ Een andere route is een privé afgesloten lijfrente, waarvoor aftrekvoorwaarden gelden.² Hieronder staan die routes naast vermogensopbouw in de B.V. en de stakingslijfrente bij het beëindigen of overdragen van je onderneming.
Welke pensioenroutes vergelijk je als zzp’er met een B.V.?
Een pensioenovereenkomst met je B.V. en een privé-lijfrente hebben verschillende voorwaarden. Bij extern pensioen zijn de pensioenovereenkomst en de verzekering bepalend.¹ Voor aftrek van een privé-lijfrente moet je zelf betalen en voldoende jaar- of reserveringsruimte hebben wegens een pensioentekort.² Zet die voorwaarden naast elkaar voordat je een regeling kiest.
| Route | Wat leg je vast of controleer je? |
|---|---|
| Extern verzekerd pensioen via de B.V. | De pensioenovereenkomst legt je aanspraken vast; nieuwe aanspraken worden bij een professionele verzekeraar verzekerd.¹ |
| Privé-lijfrente | Je betaalt zelf de premie of storting. De aftrek hangt af van je pensioentekort en je jaar- of reserveringsruimte.² |
| Pensioen in eigen beheer | Nieuwe opbouw is niet meer toegestaan; voor bestaande aanspraken geldt overgangsrecht.¹ |
Vergelijk je ook de rechtsvormen? Lees dan wanneer een B.V. voordeliger is dan een eenmanszaak. Hieronder gaat het om de voorwaarden voor pensioenopbouw en de geldstromen tussen je B.V. en privé.
Pensioen via je B.V.: extern verzekerd of in eigen beheer?
Bij extern verzekerd pensioen legt de pensioenovereenkomst tussen jou en je B.V. vast welke pensioenaanspraken je hebt. De verzekeraar voert die toezegging uit.¹ Controleer eerst je pensioenovereenkomst en polis voordat je vaststelt hoeveel aanvullend inkomen je nog wilt opbouwen.
Voor bestaande pensioenaanspraken in eigen beheer geldt overgangsrecht op grond van artikel 38n Wet op de loonbelasting 1964. Dat staat geen nieuwe pensioenopbouw in eigen beheer toe.¹ Heb je nog zo'n verplichting op de balans, beoordeel die dan afzonderlijk van een nieuwe pensioenregeling. De behandeling van die bestaande aanspraken staat in het artikel over pensioen in eigen beheer.
Route 1: Lijfrente betaald vanuit privé
Voor een lijfrente als aanvulling op je pensioen moet je zelf de premie betalen of de storting doen. Aftrek in box 1 vereist een pensioentekort en voldoende jaar- of reserveringsruimte. Het aftrekmaximum geldt voor je lijfrenteproducten samen.² Bereken die ruimte voordat je geld overmaakt.
Hoe werkt de jaarruimteberekening?
De jaarruimte houdt rekening met je inkomen en pensioenopbouw in het voorafgaande kalenderjaar. De vermindering voor pensioenopbouw hangt af van het fiscale regime van je pensioenregeling.³ Gebruik daarom de rekenhulp voor lijfrentepremies van de Belastingdienst. Houd je inkomensgegevens en de opgaaf van je pensioenaangroei uit het vorige jaar bij de hand.⁹
Reserveringsruimte: onbenutte jaarruimte inhalen
Niet-benutte jaarruimte kun je nog in de tien volgende jaren gebruiken via de reserveringsruimte. Voor de reserveringsruimte in 2026 gaat het om niet-benutte jaarruimte uit 2016 tot en met 2025.² Verzamel daarvoor ook je inkomensgegevens en pensioenopbouw uit die jaren.⁹
Route 2: Geld uit de B.V. gebruiken voor een privé-lijfrente
Salaris uit je B.V. is belast in box 1; dividend uit aandelen die tot je aanmerkelijk belang behoren, is belast in box 2.⁴ Beoordeel een betaling aan privé daarom apart van de lijfrenteaftrek. Voor die aftrek blijven het pensioentekort en de beschikbare aftrekruimte bepalend.²
Laat vóór een betaling door de B.V. beoordelen hoe die fiscaal wordt verwerkt. Controleer bij een privé-lijfrente of je voldoet aan de voorwaarde dat je zelf de premie betaalt. Verwar die betaling niet met een premie voor een extern werkgeverspensioen.
Route 3: Vermogensopbouw in de B.V. voor later
Wil je winst in de B.V. bewaren voor later? Neem in je vergelijking de vennootschapsbelasting en de belasting bij een latere dividenduitkering mee. De vennootschapsbelasting wordt berekend over de winst verminderd met verrekenbare verliezen.⁵ Dividend uit je aanmerkelijk belang behoort tot box 2.⁴
Vergelijk dit met de storting én de uitkeringsfase van een lijfrente. Lijfrente-uitkeringen worden in box 1 belast.⁸ Reken beide routes door met dezelfde looptijd, inleg en rendementsaannames, zonder vooraf een lager belastingtarief na pensionering te veronderstellen.
Route 4: Stakingslijfrente bij overdracht of einde onderneming
Bij staking kun je een deel van de stakingswinst gebruiken voor een lijfrente met extra premieaftrek. De hoogte hangt af van je leeftijd en de situatie bij staking.⁶ De Belastingdienst onderscheidt daarbij onder meer overlijden, invaliditeit en het direct ingaan van de uitkering.¹⁰
Bespreek bij een ruisende inbreng of deze aftrek op jouw overdracht van toepassing is. Laat de stakingswinst, de toegestane aanbieder en de aftrekruimte vaststellen voordat je een lijfrente overeenkomt. Kies de omzettingsroute pas na die berekening.
Wil je ook de omzetting zelf doorrekenen? Gebruik daarvoor de omzettingscalculator van NaarBV.
Toegestane producten: waar mag de lijfrentepremie naartoe?
Voor de lijfrenteaftrek stelt de wet eisen aan de aanbieder en het product. Artikel 3.126 Wet IB 2001 regelt toegelaten verzekeraars. Artikel 3.126a regelt geblokkeerde lijfrenterekeningen en lijfrentebeleggingsrechten.⁷ Controleer daarom de fiscale productvoorwaarden voordat je een verzekering of rekening kiest.
Een gewone spaarrekening voldoet niet aan de eis van een geblokkeerde lijfrenterekening.⁷ Maak vóór je storting onderscheid tussen vrij sparen en een lijfrenteproduct. Neem bij je keuze ook de latere uitkeringen mee: de lijfrenteaftrek in box 1 staat tegenover belastingheffing over de uitkeringen in box 1.⁸
Bronnen10
- 01Belastingdienst, CAP: Handreiking fiscale behandeling elders verzekerd pensioen, § 1–3; art. 38n Wet LB 1964; geraadpleegd 30 oktober 2026
- 02Belastingdienst: Aftrekken lijfrentepremies, onderdelen Pensioentekort, Jaarruimte en Reserveringsruimte; geraadpleegd 30 oktober 2026
- 03Belastingdienst, KG:070:2024:3: jaarruimteberekening en pensioenopbouw, Aanleiding; art. 3.127 Wet IB 2001; geraadpleegd 29 oktober 2026
- 04Belastingdienst: Box 2, onderdeel Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang; geraadpleegd 29 oktober 2026
- 05Belastingdienst: Vennootschapsbelasting, onderdeel Belastbaar bedrag en boekjaar; geraadpleegd 29 oktober 2026
- 06Ondernemersplein (RVO): Stakingsaftrek en stakingslijfrenteaftrek, onderdeel Stakingslijfrenteaftrek; geraadpleegd 29 oktober 2026
- 07Belastingdienst, KG:202:2026:11: Terugstorting lijfrentepremies; art. 3.124, 3.126 en 3.126a Wet IB 2001; geraadpleegd 29 oktober 2026
- 08Ministerie van Financiën: Miljoenennota 2027, bijlage fiscale regelingen, Lijfrente belaste uitkering; art. 3.100 lid 1 onderdeel b Wet IB 2001; geraadpleegd 29 oktober 2026
- 09Belastingdienst: Hulpmiddel lijfrentepremie vanaf 2016, Bij de hand houden; geraadpleegd 29 oktober 2026
- 10Belastingdienst: Extra lijfrentepremieaftrek bij stakende ondernemers 2026, kolom Situatie; geraadpleegd 29 oktober 2026
