Per 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium voor arbeidsrelaties definitief opgeheven.¹ Dat betekent: de Belastingdienst controleert actief, legt naheffingen op en richt zich daarbij primair op opdrachtgevers die ten onrechte zzp'ers inschakelen. Voor freelancers die werken als eenmanszaak of via een B.V. verandert 2025 de risicorekening fundamenteel.
De vraag die veel freelancers stellen: "Lost een B.V. dit probleem op?" Het antwoord is genuanceerd — en dat genuanceerde antwoord is precies wat dit artikel geeft. Een B.V. verandert je fiscale structuur, je aansprakelijkheidspositie en — onder de juiste voorwaarden — je ondernemersstatus. Maar een B.V. is geen automatisch schild tegen handhaving. Wie denkt dat de rechtsvorm het arbeidsrechtelijke vraagstuk oplost, heeft het mis.
Dit artikel behandelt de vier vragen die er in 2025 echt toe doen: wat verandert handhaving voor jou als freelancer, wanneer helpt een B.V. wél, wanneer is de stap fiscaal zinvol, en hoe zet je correct om?
Wat het einde van het handhavingsmoratorium betekent
Tot en met 31 december 2024 golden er beperkingen op de handhaving van arbeidsrelaties: de Belastingdienst kon bij onjuiste kwalificatie weliswaar corrigeren, maar legde in de praktijk zelden naheffingen op bij opdrachtgevers tenzij sprake was van "kwaadwillenden". Die situatie bestaat niet meer.¹
Vanaf 1 januari 2025 gelden de normale handhavingsregels. Dat houdt in:
- De Belastingdienst beoordeelt actief of de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer een dienstbetrekking is in de zin van art. 7:610 BW.²
- Als er sprake is van een dienstbetrekking, heeft de opdrachtgever als inhoudingsplichtige loonbelasting en premies werknemersverzekeringen moeten afdragen — en dat is niet gedaan.
- De opdrachtgever ontvangt een naheffingsaanslag, inclusief belastingrente en bij opzet of grove schuld een boete.¹⁴ ²¹
De beoordeling draait om drie criteria die de rechter herhaaldelijk heeft bevestigd: arbeid, loon en — het meest omstreden — gezag.¹³ Gezag betekent niet dat de opdrachtgever elke minuut van je werk moet sturen. Het volstaat dat de opdrachtgever de bevoegdheid heeft om instructies te geven over hóe het werk wordt uitgevoerd, niet alleen over het resultaat.
Factoren die de Belastingdienst hanteert bij de beoordeling:¹³
- Persoonlijke arbeidsplicht: mag je jezelf vrij laten vervangen door een derde?
- Gezagsverhouding: wie bepaalt de werkmethode, de werktijden, de locatie?
- Economische zelfstandigheid: werk je voor meerdere opdrachtgevers, draag je eigen ondernemersrisico?
- Integratie: ben je functioneel ingebed in de organisatie van de opdrachtgever, of lever je een afgebakend resultaat?
De Belastingdienst stelt ook een webmodule (WBBA) beschikbaar waarmee opdrachtgevers de situatie kunnen beoordelen — al biedt een uitkomst van die module geen juridisch bindende zekerheid.¹⁹
Vuistregel: Werk je al meer dan een jaar voor dezelfde opdrachtgever, op hun locatie, met hun systemen, en zijn ze jouw enige of verreweg grootste klant? Dan is de kans op kwalificatie als dienstbetrekking substantieel — en is de juridische verpakking (eenmanszaak of B.V.) van ondergeschikt belang.
Wanneer lost een B.V. de schijnzelfstandigheid-discussie niet op
Dit punt verdient een eigen sectie, omdat de misvatting wijd verspreid is: een B.V. oprichten om aan handhaving te ontsnappen werkt niet. De arbeidsrechtelijke kwalificatie kijkt door de rechtsvorm heen naar de feitelijke verhouding.
Als je als DGA van je eigen B.V. werkt voor één opdrachtgever, op hun locatie, binnen hun organisatiestructuur, is de situatie arbeidsrechtelijk nagenoeg identiek aan die van een zzp'er in dezelfde positie. De Belastingdienst kan de betalingen van de opdrachtgever aan jouw B.V. beschouwen als verkapt loon.¹³ De naheffing treft dan de opdrachtgever — maar in de praktijk hakt dat ook in op de commerciële relatie en jouw positie als opdrachtnemer.
Wat een B.V. wél doet in deze context:
- De formele contractpartij is de B.V., niet jij persoonlijk. Dat maakt het gezagsargument iets minder direct, maar lost het niet op als de feiten anders wijzen.
- Vervangbaarheid wordt gemakkelijker aangetoond: een B.V. kan in theorie personeel inzetten. Als jouw B.V. ook daadwerkelijk anderen kan en mag inzetten voor de uitvoering van de opdracht, is persoonlijke arbeidsplicht minder aannemelijk.²
- Meerdere opdrachtgevers binnen één B.V.-structuur — ook via een holding — versterken de positie als onafhankelijk ondernemer.
De conclusie: een B.V. is geen lapmiddel. De B.V. kan onderdeel zijn van een bredere herstructurering waarbij je ook de feitelijke arbeidsomstandigheden aanpast. Zonder die aanpassing biedt de B.V. geen extra bescherming.
Lees meer over dit specifieke onderwerp in ons artikel schijnzelfstandigheid en de B.V..
De fiscale afweging: wanneer is een B.V. wél zinvol?
Los van de handhavingsdiscussie — en die moet je los zien — is de B.V. voor veel freelancers met een hogere omzet fiscaal aantrekkelijk. De sleuteldrempel ligt in de praktijk tussen de €100.000 en €130.000 fiscale winst per jaar.
Belastingdruk als eenmanszaak (2025)
Als IB-ondernemer word je belast in box 1. Je hebt recht op de zelfstandigenaftrek (mits je minimaal 1.225 uur per jaar in de onderneming werkt — het urencriterium van art. 3.6 Wet IB 2001).³ De zelfstandigenaftrek bedraagt in 2025 nog slechts €2.470 — de gefaseerde afbouw loopt door tot 2027.⁴ De MKB-winstvrijstelling bedraagt 13,31% van de resterende winst.⁵ Het box 1-toptarief is 49,50% over inkomen boven €76.817.⁶
Rekenvoorbeeld freelancer als eenmanszaak — €150.000 winst (2025):
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Fiscale winst | €150.000 |
| Af: zelfstandigenaftrek | –€2.470 |
| Af: MKB-winstvrijstelling (13,31% × €147.530) | –€19.637 |
| Belastbaar inkomen box 1 | €127.893 |
| IB/premies volksverzekeringen (effectief ~42,5%) | –€54.354 |
| Netto over | €95.646 |
Effectieve druk over de brutowinst: ~36,2%.
Belastingdruk in een B.V. (2025)
In een B.V. betaal je vennootschapsbelasting (VPB): 19% tot €200.000 winst, 25,8% daarboven.⁷ Als DGA ben je verplicht jezelf een gebruikelijk loon toe te kennen: in 2025 minimaal €56.000 (tenzij het zakelijk salaris voor de meest vergelijkbare functie lager is).⁸ Dat salaris valt in box 1. Dividend dat je uitkeert valt in box 2: 24,5% tot €67.000, 31% daarboven.⁹ De dividendbelasting van 15% die de B.V. inhoudt is een voorheffing die je verrekent.²⁰
Rekenvoorbeeld freelancer via B.V. — €150.000 winst, alles opnemen (2025):
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Winst B.V. vóór salaris | €150.000 |
| Af: DGA-salaris (minimum) | –€56.000 |
| Belastbare winst B.V. | €94.000 |
| VPB 19% | –€17.860 |
| Netto winst na VPB | €76.140 |
Volledig dividend uitkeren (€76.140):
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Box 2 t/m €67.000 (24,5%) | –€16.415 |
| Box 2 over €9.140 (31%) | –€2.833 |
| Netto dividend | €56.892 |
DGA-salaris €56.000 na IB (~34% effectief): netto €36.960
Totaal netto in handen: €36.960 + €56.892 = €93.852
Bij €150.000 winst en alles direct opnemen is de eenmanszaak (€95.646) marginaal voordeliger dan de B.V. (€93.852). Het verschil: €1.794 per jaar.
Waar de B.V. structureel wint: het uitsteleffect
De echte kracht van de B.V. zit niet in het direct opnemen van alle winst, maar in het uitstellen van de box 2-heffing. De €76.140 na VPB blijft beschikbaar voor herinvestering, pensioenvermogen of andere activiteiten — zonder dat je eerst 24,5–31% box 2 betaalt over het volledige bedrag. Over een horizon van 5–10 jaar is dit liquiditeitsvoordeel aanzienlijk, zeker bij rentes en rendementen die oplopen.
Bovendien: bij €200.000 winst begint de marge tussen het box 1-toptarief (49,50%) en de VPB (19–25,8%) zwaar mee te tellen, terwijl het verplichte DGA-salaris een kleiner deel van de totale winst beslaat.
Vuistregel: Zit je structureel boven de €130.000 winst en heb je niet meer dan 60–70% van die winst direct nodig als inkomen, dan is de B.V. op middellange termijn vrijwel altijd voordeliger. Onder de €100.000 is de B.V. zelden de betere keuze — het DGA-salaris weegt dan te zwaar.
De omzettingsroute: geruisloos of geruisloos?
Als je als freelancer besluit de stap naar een B.V. te zetten, heb je twee fiscale routes.
Geruisloze inbreng (art. 3.65 Wet IB 2001)
De geruisloze omzetting maakt het mogelijk om je eenmanszaak in te brengen in de B.V. zonder direct af te rekenen over de stille reserves, goodwill of het ondernemingsvermogen.¹⁰ De fiscale claim schuift door naar de B.V.: je betaalt pas belasting op het moment dat de B.V. deze reserves daadwerkelijk realiseert (bij verkoop, liquidatie of dividenduitkering vanuit die reserves).
Voorwaarden (samengevat):
- De inbreng geschiedt tegen uitreiking van aandelen (niet tegen contanten).
- Je dient een verzoek in bij de Belastingdienst vóór of gelijktijdig met de inbreng.
- De B.V. neemt de boekwaarden van de eenmanszaak over (continuïteit van de jaarrekening).
- Er geldt een terugwerkende kracht van maximaal 9 maanden (oprichting B.V. werkt terug tot 1 januari van het betreffende jaar als de oprichting vóór 1 april plaatsvindt).¹⁰
De geruisloze route is voor de meeste freelancers de verstandigste keuze als er opgebouwde reserves of goodwill in de onderneming zitten. Lees alles over de stappen en valkuilen in ons uitgebreide artikel over geruisloze inbreng stap voor stap.
Geruislijke inbreng
Bij een geruislijke inbreng reken je wél af over de stille reserves en goodwill op het moment van inbreng.¹¹ De stakingswinst valt in box 1 en wordt belast. Dit kan gunstig zijn als je reserves en goodwill minimaal zijn, of als je gebruik wilt maken van de stakingslijfrente (art. 3.129 Wet IB 2001) om de belastingheffing te spreiden over een lijfrente-uitkering. Voor de meeste actieve freelancers met groeiend vermogen is dit de duurdere route.
Nieuwe B.V. zonder inbreng
Een derde optie: simpelweg een nieuwe B.V. oprichten en vanaf dat moment via de B.V. werken, zonder formele inbreng van de eenmanszaak.¹² De eenmanszaak wordt dan gestaakt (met eventuele belastingheffing over de stakingswinst) of geliquideerd. Dit is de meest praktische route als de eenmanszaak weinig of geen opgebouwde reserves heeft en de fiscale consequenties bij staking minimaal zijn.
De KvK verwerkt de wijziging in het Handelsregister.¹⁸
Vuistregel: Heb je meer dan €25.000 aan stille reserves of goodwill in je eenmanszaak? Kies dan bijna altijd voor de geruisloze route en schakel een adviseur in die het verzoek tijdig indient.
Praktische valkuilen in 2025
Naast de handhavingsdiscussie en de belastingrekening zijn er een aantal operationele valkuilen die freelancers in 2025 onderschatten.
1. Het gebruikelijk loon onderschatten. De norm van €56.000 is een minimum, niet een plafond.⁸ Als jij als senior consultant marktconform €120.000 per jaar waard bent op de arbeidsmarkt, kan de Belastingdienst het gebruikelijk loon verhogen. Dit vergroot de box 1-druk en verkleint het fiscale voordeel. Documenteer altijd waarom het gehanteerde loon zakelijk is.¹⁷
2. De holdingstructuur overslaan. Veel freelancers richten één werkmaatschappij op zonder holding. Dat is een gemiste kans: met een holding kun je winst belastingvrij naar de holding doorschuiven via de deelnemingsvrijstelling (art. 13 Wet VPB 1969).¹⁵ Bij verkoop van de werkmaatschappij of bij meerdere activiteiten is de holdingstructuur vrijwel onmisbaar.
3. De terugwerkende kracht missen. De geruisloze inbreng werkt terug tot 1 januari als je vóór 1 april opricht en het verzoek tijdig indient.¹⁰ Wie in februari besluit, kan de B.V. fiscaal laten meelopen vanaf 1 januari van datzelfde jaar. Wie dit mist, verliest een jaar terugwerkende kracht.
4. Bestaande contracten niet overdragen. Een B.V. is een nieuwe rechtspersoon. Bestaande opdrachten en raamcontracten staan op naam van de eenmanszaak — die moeten contractueel worden overgedragen aan de B.V. of opnieuw worden aangegaan. Dit vereist instemming van de opdrachtgever en kan, afhankelijk van de contracttekst, complicaties opleveren.
5. Btw-nummer wijzigt. De B.V. krijgt een nieuw btw-identificatienummer. Je moet dit tijdig doorgeven aan alle opdrachtgevers en verwerken in je facturatie. Bij de Belastingdienst en KvK zijn beide registraties aparte trajecten.¹⁸
Conclusie: 2025 vraagt om een actieve keuze
2025 is geen jaar om af te wachten. Het einde van het handhavingsmoratorium maakt de risico-analyse voor freelancers concreet: wie in een grijs gebied opereert — één grote opdrachtgever, structureel op locatie, weinig substitutiemogelijkheid — loopt reëel risico dat de Belastingdienst de arbeidsrelatie herkwalificeert. En dat risico belandt primair bij de opdrachtgever, wat de commerciële relatie onder druk zet.
Een B.V. is geen kant-en-klare oplossing voor dat probleem. Maar een B.V. in combinatie met een herstructurering van je opdrachtportefeuille (meer klanten, resultaatgerichte contracten, echte vervangbaarheid) kan wél de basis vormen voor een robuuste, duurzame ondernemerspositie — en bij een winst boven de €130.000 ook fiscaal lonend zijn.
De beslissing is persoonlijk en hangt af van je winstprognose, je opdrachtgeversbestand, je opgebouwde reserves en je plannen op de lange termijn. Een vrijblijvende doorrekening door een specialist — die zowel de fiscale als de arbeidsrechtelijke kant meeneemt — is voor de meeste freelancers de snelste manier om helderheid te krijgen.
Wil je weten wat jouw situatie oplevert? Onze adviseurs (ex-EY, Deloitte en KPMG) beoordelen jouw positie vrijblijvend. Plan een gratis gesprek.
