Veel zzp'ers die de stap naar een B.V. overwegen, doen dat mede uit bezorgdheid over schijnzelfstandigheid. De gedachte: als ik door een B.V. werk, ben ik een echte ondernemer en kan de Belastingdienst me niet meer aanpakken. Die redenering klopt niet. Een B.V. verandert de juridische structuur, maar niet automatisch de arbeidsrelatie — en dat onderscheid is cruciaal nu het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 definitief is opgeheven.¹⁶
Dit artikel legt uit wat schijnzelfstandigheid precies is, hoe de beoordeling werkt, wat een B.V. wel en niet verandert, en wanneer de B.V.-structuur wél een relevante rol kan spelen in de risico-analyse.
Wat is schijnzelfstandigheid?
Schijnzelfstandigheid treedt op wanneer iemand formeel werkt als zelfstandige — als zzp'er of via een B.V. — maar de feitelijke arbeidsrelatie alle kenmerken heeft van een dienstbetrekking.² De arbeidsovereenkomst van artikel 7:610 BW kent drie kernelementen: arbeid, loon en gezag. Als die drie aanwezig zijn, is er in beginsel een arbeidsovereenkomst — ongeacht wat de opdrachtgever en opdrachtnemer op papier hebben afgesproken.²
De Hoge Raad bevestigde dit in november 2020: de manier waarop partijen hun relatie hebben ingericht telt, maar de feitelijke gang van zaken weegt zwaarder.¹ Het gaat er niet om hoe de overeenkomst heet, maar hoe de samenwerking in de praktijk eruitziet. De Hoge Raad herhaalde en verfijnde dit oordeel in de Deliveroo-zaak van 2023.⁶
Beoordelingsfactoren die de Belastingdienst hanteert zijn onder meer:⁵
- Persoonlijke arbeidsplicht: moet je het werk zelf uitvoeren, of mag je jezelf vrij laten vervangen?
- Gezag: geeft de opdrachtgever instructies over hóe het werk gedaan moet worden, of alleen over het resultaat?
- Economische zelfstandigheid: werk je voor meerdere opdrachtgevers, draag je zelf ondernemersrisico, doe je investeringen?
- Duurzaamheid: is de relatie incidenteel of structureel van aard?
- Integratie in de organisatie: ben je functioneel ingebed in de bedrijfsvoering van de opdrachtgever?
De Belastingdienst heeft ook een webmodule beschikbaar waarmee opdrachtgevers en opdrachtnemers de arbeidsrelatie kunnen beoordelen — hoewel een uitkomst van deze module geen juridische zekerheid biedt.¹⁹
Vuistregel: Als je voor één opdrachtgever werkt, hun werktijden en methodes volgt, en weinig tot geen eigen ondernemersrisico draagt, is de kans op kwalificatie als dienstbetrekking groot — ongeacht de juridische verpakking.
Wat verandert er wél als je een B.V. oprict?
Een B.V. is een rechtspersoon: ze heeft een eigen vermogen, eigen aansprakelijkheid en een eigen fiscaal regime.⁸ Wanneer jij als zzp'er je onderneming inbrengt in of voortaan werkt via een B.V., is de formele contractpartij van de opdrachtgever niet langer jijzelf maar jouw B.V. De B.V. levert diensten op basis van een overeenkomst van opdracht (of aannemingsovereenkomst). Jij bent de DGA — de directeur-grootaandeelhouder die in dienst is van zijn eigen B.V.
Dit heeft een aantal concrete gevolgen:
1. De belastingverplichting verschuift. De B.V. betaalt vennootschapsbelasting (VPB) over haar winst: 19% tot €200.000 en 25,8% daarboven.¹² Als DGA ontvang je een salaris (via de gebruikelijk loon-regeling, minimaal €56.000 in 2025) en eventueel dividend.⁷ Dat is een andere belastingstructuur dan als eenmanszaak, maar zegt niets over de kwalificatie van de arbeidsrelatie.
2. De aansprakelijkheid wijzigt. Als opdrachtnemer is de B.V. de contractpartij. Bij wanprestatie of claims is de B.V. aansprakelijk, niet jij privé — althans, als er geen sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid. Dat is een reëel juridisch voordeel, maar staat los van schijnzelfstandigheid.
3. De fiscale aftrekposten veranderen. Zzp-gebonden aftrekposten als de zelfstandigenaftrek (art. 3.76 Wet IB 2001) vervallen; die zijn alleen voor IB-ondernemers.³ Daar staan de lagere VPB-tarieven en box 2-mogelijkheden tegenover.
Wat verandert er níet: de arbeidsrelatie-beoordeling
En hier zit de kern van het misverstand. De kwalificatie van een arbeidsrelatie is arbeidsrechtelijk en fiscaalrechtelijk van aard — en kijkt door de juridische verpakking heen naar de feitelijke verhouding tussen de werkende en de opdrachtgevende partij.¹⁷
Of je nu werkt als eenmanszaak of via een B.V.: als de Belastingdienst of de rechter vaststelt dat de relatie tussen jouw B.V. en de opdrachtgever feitelijk een gezagsrelatie betreft waarbij jij persoonlijk arbeid verricht, kan de arbeidsrelatie worden geherkwalificeerd als dienstbetrekking. Dat betekent:
- De opdrachtgever had loonbelasting en premies werknemersverzekeringen moeten inhouden en afdragen.⁹
- De Belastingdienst kan een naheffingsaanslag opleggen bij de opdrachtgever, inclusief rente en mogelijk een boete.¹⁰
- De opdrachtgever loopt ook arbeidsrechtelijk risico: de "zzp'er" (of diens B.V.) kan bij de rechter aanspraak maken op arbeidsrechtelijke bescherming — loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming, vakantiegeld.¹¹
De B.V.-constructie verandert niets aan die beoordeling zolang de feitelijke arbeidsverhouding hetzelfde blijft.
Vuistregel: Een B.V. is geen schild tegen handhaving van schijnzelfstandigheid. De structuur verandert; de arbeidsrelatie — en daarmee het risico — niet.
Rekenvoorbeeld: wat staat er op het spel bij naheffing?
Stel: Marianne werkt al drie jaar als zzp-consultant via haar B.V. voor één grote opdrachtgever. Haar B.V. factureerde gemiddeld €120.000 per jaar, exclusief btw. Zij werkt fulltime op locatie bij de opdrachtgever, volgt hun planningen en gebruikt hun systemen.
De Belastingdienst kwalificeert de relatie als dienstbetrekking. De naheffing richt zich op de opdrachtgever (inhoudingsplichtige), die over drie jaar alsnog loonbelasting en premies had moeten afdragen over het equivalent van Mariannes salaris. Over een bruto-equivalent van €120.000 per jaar bedraagt de gecombineerde werkgeverslasten (premies werknemersverzekeringen + inkomensafhankelijke bijdrage Zvw) al snel 20–25% extra — bovenop de te betalen loonbelasting.⁹
| Post | Bedrag (schatting per jaar) |
|---|---|
| Gefactureerd bedrag B.V. (excl. btw) | €120.000 |
| Geschat bruto salaris equivalent | €95.000 |
| Te naheften loonbelasting (~30% effectief) | €28.500 |
| Werkgeverslasten (~22%) | €20.900 |
| Naheffing per jaar | ~€49.400 |
| Over 3 jaar (+ rente) | >€155.000 |
Voor Marianne als DGA-aandeelhouder zijn er ook risico's: de Belastingdienst kan stellen dat de betalingen van de opdrachtgever aan haar B.V. deels als fictief loon hadden moeten worden aangemerkt (art. 4 Wet LB 1964).⁴
Dit is geen theoretisch scenario. Sinds het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst actief — en richt zich primair op de opdrachtgever.¹⁶
Wanneer helpt een B.V. wél in de schijnzelfstandigheid-discussie?
Een B.V.-structuur op zichzelf lost niets op, maar kan onderdeel zijn van een bredere aanpak die de arbeidsrelatie wél verandert. Dat werkt alleen als de feitelijke omstandigheden meeveranderen. Concrete factoren die de onafhankelijkheid van jouw B.V. als ondernemer versterken:
Meer opdrachtgevers. Als jouw B.V. structureel voor meerdere klanten werkt — liefst minimaal 3 per jaar, met elk een substantieel deel van de omzet — is er sprake van echte ondernemersrisicospreiding. Eén opdrachtgever van meer dan 70% van de omzet is een risicosignaal.⁵
Vervangbaarheid. Als jouw B.V. contractueel en feitelijk anderen kan inzetten voor de uitvoering van de opdracht, is de persoonlijke arbeidsplicht afwezig — een kernkenmerk van een dienstbetrekking.²
Eigen materieel en methoden. Als jouw B.V. eigen tools, systemen of methodologieën inbrengt die onderscheidend zijn, is de integratie in de organisatie van de opdrachtgever minder pregnant.
Resultaatsverplichting in plaats van inspanningsverplichting. Een opdracht die is ingericht op een te leveren resultaat (vastgelegd in een projectovereenkomst met deliverables, mijlpalen en een vaste prijs) heeft een ander karakter dan een doorlopende inzet op basis van uurtarief.
Vuistregel: Gebruik de omzetting naar een B.V. als het startpunt voor een herstructurering van je opdrachtportefeuille en contracten — niet als eindpunt. De B.V. zonder aanpassing van de feitelijke arbeidsrelatie biedt geen extra bescherming.
De rol van modelovereenkomsten
Tot 2025 konden opdrachtgevers en opdrachtnemer gebruik maken van door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten als bewijs dat er geen sprake was van een dienstbetrekking. In de praktijk bleek deze systematiek gebrekkig: de modelovereenkomst bood zekerheid over de tekst van het contract, maar niet over de feitelijke uitvoering ervan.
De Belastingdienst beoordeelt de werkelijkheid, niet het papier.⁵ Als de feitelijke uitvoering afwijkt van de overeenkomst — en dat is in de praktijk bij vaste opdrachtgeversrelaties bijna altijd het geval — biedt de modelovereenkomst geen vrijwaring.
Ook hier geldt: een B.V.-constructie in combinatie met een modelovereenkomst lost de risico-beoordeling niet op als de dagelijkse werkpraktijk anders is.
Omzetten naar B.V. als strategische stap naast de schijnzelfstandigheid-aanpak
Hoewel een B.V. niet de oplossing is voor schijnzelfstandigheid, kunnen er andere, zwaarwegende redenen zijn om de stap te zetten — met name als jouw winst structureel boven de €100.000–€120.000 uitkomt en je niet alle winst direct als inkomen nodig hebt.
De voordelen van de B.V.-structuur op fiscaal en juridisch vlak blijven intact:
- VPB-tarief van 19% tot €200.000 versus IB-toptarief van 49,50% in box 1.¹²·¹⁸
- Vermogensopbouw in de B.V. zonder directe box 2-heffing: belasting bij dividenduitkering, niet bij het maken van winst.¹³
- Beperkte aansprakelijkheid: schulden van de B.V. zijn in beginsel geen privéschulden.⁸
Als je tegelijkertijd de arbeidsrelatie herstructureert — meer opdrachtgevers, resultaatgerichte contracten, een eigen team of vervangingsmogelijkheid — kan de B.V. onderdeel zijn van een robuuste, duurzame zelfstandige positie.
De geruisloze inbreng (artikel 3.65 Wet IB 2001) maakt het bovendien mogelijk om je eenmanszaak om te zetten naar een B.V. zonder direct af te rekenen over de stille reserves.¹⁴ Dat maakt de drempel lager. Lees meer over de volledige afweging in ons artikel over wanneer een B.V. voordeliger is dan een eenmanszaak.
Conclusie
Een B.V. lost schijnzelfstandigheid niet op. De beoordeling van de arbeidsrelatie kijkt door juridische constructies heen naar de feitelijke situatie: wie geeft instructies, wie draagt risico, wie mag worden vervangen? Die feiten veranderen niet door het oprichten van een B.V.
Wat wél verandert, is de fiscale structuur en de aansprakelijkheidspositie. Die kunnen — bij de juiste winstdrempel en een herstructurering van de opdrachtportefeuille — uitstekende redenen zijn om de stap te zetten. Maar dan is de B.V. het resultaat van een bredere strategische keuze, niet een lapmiddel voor een arbeidsrechtelijk probleem.
Twijfel je of jouw situatie risico's bevat, of wil je weten wat de omzetting naar een B.V. voor jou betekent? Onze adviseurs (ex-EY, Deloitte en KPMG) beoordelen jouw arbeidsrelatie en fiscale positie vrijblijvend. Plan een gratis gesprek.
