Je eenmanszaak omzetten naar een bv kan op drie manieren: geruisloze inbreng, ruisende inbreng of een activa-passivatransactie. Fiscaal wordt een bv meestal interessant rond de €80.000 winst per jaar. Registreer je de intentieverklaring vóór 1 oktober 2026, dan telt de omzetting terug tot 1 januari 2026. Het hele traject kost bij ons één vast bedrag, inclusief notaris.
De omzetting zelf is geen ingewikkeld juridisch bouwwerk. Wat de uitkomst bepaalt, zijn drie beslissingen: bij welke winst je overstapt, welke route je neemt en of je de negenmaandstermijn haalt. Die drie staan hieronder uitgewerkt, met de cijfers erbij.
Wanneer is een eenmanszaak omzetten naar een bv voordelig?
Omzetten loont zodra je winst structureel rond de €80.000 ligt en je niet elke euro privé nodig hebt. Boven €150.000 winst is de bv vrijwel altijd voordeliger. Waar het omslagpunt precies valt, hangt af van je opnamegedrag: laat je een deel van de winst in de bv staan, dan kantelt het eerder dan wanneer je alles direct uitkeert.
Let op het woord winst. Het omslagpunt gaat over je fiscale winst, niet over je omzet. Een adviseur met €120.000 omzet en €8.000 kosten zit fiscaal in een heel andere situatie dan een webshop met €400.000 omzet en €340.000 inkoop. Wie zijn omslagpunt op omzet berekent, komt structureel te vroeg of te laat uit.
De tweede variabele is wat je met de winst doet. In een eenmanszaak wordt de volledige winst belast in box 1, of je hem nu opneemt of niet. In een bv betaal je eerst vennootschapsbelasting over de winst die na je dga-salaris overblijft; de tweede heffing, box 2, valt pas als je dividend uitkeert. Blijft het geld in de bv staan voor een investering, een buffer of pensioenopbouw, dan stel je die tweede heffing uit. Dat uitstel is de reden dat het omslagpunt bij de ene ondernemer op €75.000 ligt en bij de andere pas boven €100.000.
Niet elke reden om om te zetten is fiscaal. Bij een eenmanszaak ben je met je privévermogen aansprakelijk voor zakelijke schulden; bij een bv is de vennootschap de contractspartij en blijft je privévermogen in beginsel buiten schot. In beginsel, want als bestuurder blijf je aansprakelijk voor onbehoorlijk bestuur en voor loonheffingen en btw die de bv niet betaalt en niet op tijd meldt. Daarnaast vragen sommige opdrachtgevers om een bv voordat ze een opdracht gunnen, en aandelen zijn eenvoudiger over te dragen dan een eenmanszaak. Die redenen staan los van je winst en kunnen op zichzelf al doorslaggevend zijn.
Rekenvoorbeeld bij € 120.000 winst (2026)
Hieronder staat dezelfde winst in drie scenario's, gerekend met de tarieven van 2026 en een dga-salaris op het gebruikelijk loon. De derde kolom is de situatie waarin je alleen je salaris opneemt en de rest in de bv laat staan.
| Bij € 120.000 winst | Eenmanszaak | Bv, volledig uitkeren | Bv, winst reserveren |
|---|---|---|---|
| Totale belasting en premies | € 46.225 | € 43.101 | € 29.490 |
| Netto over | € 73.775 | € 76.899 | € 90.510 |
| Verschil met de eenmanszaak | referentie | + € 3.124 | + € 16.735 |
Twee dingen vallen op. Bij volledig uitkeren is het voordeel bij deze winst € 3.124 per jaar: reëel, maar niet wereldschokkend. Laat je de winst na salaris in de bv staan, dan loopt het verschil op tot € 16.735. Dat tweede getal is bewust niet het hele verhaal: op het bedrag dat in de bv blijft, rust nog een box 2-claim van € 12.304 die valt zodra je het ooit als dividend opneemt. Uitstel, geen afstel. Wie na drie jaar alsnog alles uitkeert, houdt netto ongeveer over wat de tweede kolom laat zien.
De gebruikte parameters voor 2026: box 1 loopt van 35,75% tot €38.883 via 37,56% tot €78.426 naar 49,50% daarboven, de MKB-winstvrijstelling is 12,7% en de zelfstandigenaftrek €1.200; de vennootschapsbelasting is 19% tot €200.000 winst en 25,8% daarboven; box 2 is 24,5% tot €68.843 dividend en 31% daarboven; het gebruikelijk loon voor een dga staat op €58.000. Dit is exact het model achter de omzettingscalculator, waar je je eigen winst kunt invullen. De achtergrond bij het omslagpunt staat in wanneer een bv voordeliger is dan een eenmanszaak.
Wanneer omzetten juist niet loont
Er zijn drie situaties waarin de rekensom niet uitkomt. De eerste: je winst schommelt rond het omslagpunt. Een bv terugdraaien kan, maar dat is een tweede traject met eigen kosten, en fiscaal levert het heen en weer bewegen niets op. De tweede: je hebt de hele winst privé nodig, bijvoorbeeld omdat er hypotheeklasten en gezinsuitgaven uit betaald worden. Dan valt het uitstel van box 2 weg en blijft het verschil uit de tweede kolom over, waar de extra boekhoudkosten van een bv nog vanaf gaan. De derde: je verwacht binnen drie jaar te verkopen of te stoppen. Bij een geruisloze inbreng loop je dan tegen de driejaarstermijn op de aandelen aan.
De drie manieren om je eenmanszaak om te zetten
Je kunt op drie manieren omzetten: geruisloze inbreng op grond van art. 3.65 Wet IB 2001, ruisende inbreng, of een activa-passivatransactie. Ze verschillen op drie punten: hoe ver de omzetting fiscaal terugwerkt, of je nu moet afrekenen over stille reserves en goodwill, en welke voorwaarden er daarna gelden. Ons uitgangspunt is geruisloos, tenzij je situatie iets anders vraagt.
| Geruisloze inbreng | Ruisende inbreng | Activa-passivatransactie | |
|---|---|---|---|
| Terugwerkende kracht | Tot 1 januari van het kalenderjaar, mits de intentieverklaring binnen negen maanden is geregistreerd | Maximaal drie maanden; intentieverklaring vóór 1 april geregistreerd | Geen |
| Afrekening over stille reserves en goodwill | Nee, de claim schuift door naar de bv | Ja, direct in box 1 als stakingswinst | Ja, direct in box 1 |
| Voorwaarden | De hele onderneming gaat over, alleen aandelen als tegenprestatie, en de aandelen blijven drie jaar in handen van de inbrenger | Geen driejaarseis op de aandelen; wel afrekenen, met stakingsaftrek van €3.630 (2026) en eventueel een stakingslijfrente | Geen inbrengvrijstelling; bij vastgoed 10,4% overdrachtsbelasting |
| Doorlooptijd | Oprichting en inbreng binnen vijftien maanden na het overgangstijdstip | Oprichting binnen negen maanden na het overgangstijdstip | Kort: geen termijnen, wel een waardering |
| Wanneer geschikt | De standaardroute: stille reserves of goodwill van betekenis, en de bedoeling om door te ondernemen | Verrekenbare verliezen in box 1, of een lage stakingswinst tegenover een gewenste hogere afschrijvingsbasis | Overdracht van een deel van de onderneming aan een bestaande bv |
Geruisloze inbreng is in de meeste dossiers de route. De bv treedt in de voetsporen van je eenmanszaak: ze neemt de fiscale boekwaarden over, zodat je nu niet hoeft af te rekenen over goodwill en stille reserves. De prijs daarvoor is een lagere afschrijvingsbasis in de bv en de driejaarstermijn waarin je de aandelen niet mag vervreemden. De stappen staan uitgeschreven in geruisloze inbreng stap voor stap.
Ruisende inbreng betekent dat je de onderneming fiscaal staakt en de stakingswinst in box 1 aangeeft. Dat kost nu geld, maar het levert een hogere boekwaarde in de bv op en het legt geen driejaarseis op je aandelen. De route wordt interessant als je nog verrekenbare verliezen hebt of als de stakingswinst laag is. Zie ruisende inbreng: wanneer en met welke gevolgen.
De activa-passivatransactie is geen omzetting maar een verkoop: je draagt bezittingen en schulden over aan een nieuwe of bestaande bv. Er is geen terugwerkende kracht en geen inbrengvrijstelling, en zit er vastgoed in de onderneming, dan is 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd. Wat die route wel en niet kan, staat op activa-passivatransactie. De drie routes naast elkaar vind je op manieren van omzetten.
Wat geruisloos concreet betekent voor je boekhouding: de bv schrijft verder af op de fiscale boekwaarden van je eenmanszaak, dus op een lagere basis dan wanneer je zou hebben afgerekend. Fiscale reserves die je hebt opgebouwd, zoals een herinvesteringsreserve, gaan mee de bv in. Een oudedagsreserve gaat niet mee. Sinds 2023 kun je er niet meer aan toevoegen, maar een oude reserve staat vaak nog op de balans. Bij de omzetting valt die vrij in je winst, en op die vrijval mag je de stakingsaftrek toepassen, of je zet haar om in een lijfrente die je bij je eigen bv bedingt. Welke van de twee gunstiger is, hangt af van je tarief in het jaar van omzetting.
Bij een ruisende inbreng kun je de belastingklap dempen met een stakingslijfrente: je zet de stakingswinst om in een lijfrente, waardoor de heffing over de uitkeringen wordt gespreid in plaats van in één jaar te vallen. De stakingsaftrek van €3.630 in 2026 daalt naar €908 in 2027 en vervalt in 2030, dus die post weegt in nieuwe dossiers steeds minder mee.
De keuze tussen deze routes maak je niet zelf op gevoel, en wij leggen hem ook niet als knop voor. Een fiscalist bekijkt je balans, je verliezen en je plannen met de onderneming, en onderbouwt de route voordat er iets naar de Belastingdienst gaat.
Stappenplan: van eenmanszaak naar bv in 7 stappen
De omzetting verloopt in zeven stappen: doorrekenen, route kiezen, intentieverklaring registreren, inbrengbalans opstellen, de bv laten oprichten, de onderneming inbrengen met het verzoek om art. 3.65, en de administratieve nasleep bij KvK, UBO-register, bank en contractpartijen. De eerste drie stappen bepalen of je dit kalenderjaar nog meedoet.
- Reken je winst door. Vul je verwachte winst over 2026 in de omzettingscalculator in en kijk naar beide bv-scenario's: volledig uitkeren en reserveren. Levert geen van beide een verschil op waar je iets aan hebt, dan is wachten de betere beslissing.
- Kies de route. Geruisloos, ruisend of activa-passiva. Dit is het moment waarop je balans, je verrekenbare verliezen en je verkoopplannen op tafel horen te liggen, want ze wijzen alle drie een andere kant op.
- Registreer de intentieverklaring. In die verklaring leg je vast dat je je onderneming inbrengt in een nog op te richten bv, per welk overgangstijdstip en volgens welke methode. Er komt geen notaris aan te pas en registratie bij de Belastingdienst is gratis. Meer hierover in de intentieverklaring bij geruisloze inbreng.
- Stel de inbrengbalans op. Dit is de fiscale balans per overgangstijdstip, met daarnaast de commerciële waarde die het aandelenkapitaal en het agio bepaalt. Creditering, een schuld van de bv aan jou in plaats van aandelen, is beperkt: naast de inkomstenbelasting die je nog over de eenmanszaak verschuldigd bent, mag je maximaal 5% van het gestorte kapitaal en maximaal €30.000 crediteren (sinds 5 november 2025).
- Laat de bv oprichten bij de notaris. In de meeste dossiers zijn dat twee vennootschappen: een holding en een werkmaatschappij. De notaris passeert de oprichtingsakte en de inbrengakte; de UBO-registratie en de inschrijving bij de KvK lopen daarna.
- Breng de onderneming in en dien het verzoek in. Het verzoek om toepassing van art. 3.65 Wet IB 2001 gaat naar de inspecteur, bij de aangifte of afzonderlijk. Je krijgt een beschikking met de standaardvoorwaarden terug.
- Regel de nasleep. De eenmanszaak wordt uitgeschreven, de bv krijgt een eigen KvK-nummer en btw-nummer, en je zakelijke rekening, verzekeringen, abonnementen en lopende contracten gaan over op de bv. Reken op enkele weken doorlooptijd bij de banken.
De datum die er dit jaar toe doet is 1 oktober 2026. Is de intentieverklaring uiterlijk 30 september 2026 bij de Belastingdienst binnen, dan is het overgangstijdstip 1 januari 2026 en telt de hele winst van dit jaar al in de bv. De oprichting en de inbreng mogen dan nog tot 31 maart 2027 duren. Loopt de registratie één dag uit, dan schuift het overgangstijdstip door naar 1 januari 2027 en verlies je een heel kalenderjaar aan voordeel. Zie de tijdlijn van de omzetting en de 1-oktober-checklist.
Wat je klaar moet hebben voordat stap 3 kan: je KvK-inschrijving, de jaarcijfers van het laatste afgesloten jaar, een actuele tussentijdse balans en een beeld van je goodwill. Voor de oprichting heeft de notaris een geldig identiteitsbewijs nodig van elke oprichter en bestuurder, en de gewenste namen van de vennootschappen. Meer is er in deze fase niet nodig: de waardering en de definitieve inbrengbalans volgen daarna en houden de registratiedeadline niet tegen.
Start vóór 1 oktober en je omzetting telt fiscaal terug tot 1 januari 2026
Wat kost een eenmanszaak omzetten naar een bv?
Een eenmanszaak omzetten naar een holding met werkmaatschappij kost bij ons € 5.500 exclusief btw, alles inbegrepen. Ga je naar één bv zonder holding, dan is het € 4.750. Wil je alleen de fiscale begeleiding en je eigen notaris aansturen, dan kost dat € 3.500. Er volgt geen nacalculatie.
| Traject | Prijs excl. btw | Wat je krijgt |
|---|---|---|
| Eenmanszaak naar holding en werkmaatschappij | € 5.500 | Fiscale begeleiding én alle notariskosten in één bedrag |
| Eenmanszaak naar één bv | € 4.750 | Zelfde traject, één vennootschap in plaats van twee |
| Alleen de fiscale begeleiding | € 3.500 | Je kiest en betaalt zelf je notaris; wij leveren de stukken |
De bundelprijs is opgebouwd uit twee componenten: fiscale begeleiding € 3.500 en notaris € 2.500. Los opgeteld is dat € 6.000; in het alles-in-één-traject betaal je € 5.500. Wij regelen én betalen de notaris, dus je krijgt van hem geen aparte factuur. Ter vergelijking: wie zelf een notaris zoekt voor een oprichting met inbreng, betaalt in de markt doorgaans €1.500 tot €3.000 exclusief btw, afhankelijk van de structuur en het kantoor.
In de vaste prijs zit:
- Volledige fiscale begeleiding
- Bepaling van de omzettingsmethode
- Intentieverklaring / voorovereenkomst
- Fiscale openingsbalans (inbrengbalans)
- Verzoek en afstemming met de Belastingdienst
- Coördinatie van de notaris
- Alle notariskosten en aktes
- UBO-registratie
- Inschrijving bij de KvK
Er valt één kostenpost van het omzettingstraject buiten de prijs: de inschrijfvergoeding van de KvK van € 85,15 (tarief 2026). De KvK brengt die rechtstreeks bij de nieuwe bv in rekening. Nazorg na de oprichting, zoals je eerste aangiften en de salarisadministratie, zit er ook niet in; dat is een apart traject. De prijs voor jouw situatie, ook bij meerdere ondernemers, staat op tarieven.
Buiten de vaste prijs vallen ook de situaties die geen standaardtraject zijn: vier of meer ondernemers, vastgoed in de onderneming (waar de overdrachtsbelasting apart wordt geanalyseerd) en een ontvlechting waarbij niet alle vennoten meegaan. Die dossiers doen we wel, maar de prijs stellen we in een gesprek vast in plaats van vooraf op een pagina. Meerdere ondernemingen, een tussenholding of emigratieplannen doen we gewoon; de prijs volgt dan uit de structuur, zoals op de tarievenpagina staat.
Wat verandert er na de omzetting?
Na de omzetting ben je werknemer van je eigen bv en aandeelhouder tegelijk. Je krijgt een gebruikelijk loon van €58.000 (2026), de bv betaalt 19% vennootschapsbelasting over de eerste €200.000 winst, en over dividend betaal je in box 2 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven. Je werk verandert niet, je administratie wel.
Het gebruikelijk loon is het bedrag dat je jezelf minimaal moet uitbetalen als directeur-grootaandeelhouder, tenzij het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoger ligt. Daarover houdt de bv loonheffing in, net als bij een gewone werknemer. Wat de bv daarna nog verdient, is winst waarover vennootschapsbelasting wordt betaald. Wat je uit die winst naar privé haalt, is dividend en valt in box 2. Meer over de hoogte en de onderbouwing van dat salaris staat in het dga-salaris.
Administratief komt er werk bij. Een bv voert een dubbele boekhouding, maakt jaarlijks een jaarrekening op en deponeert die bij de KvK. Er komt een loonadministratie voor je eigen salaris bij, een aangifte vennootschapsbelasting, en de aangifte inkomstenbelasting blijft. In de praktijk betekent dat een hogere boekhoudpost per jaar; reken dat mee in je omslagpunt.
De meeste ondernemers krijgen twee vennootschappen: een holding die de aandelen houdt, en een werkmaatschappij waarin het werk en de risico's zitten. Winst die je niet nodig hebt, kun je belastingvrij naar de holding laten stromen via de deelnemingsvrijstelling, waar hij buiten het bereik van zakelijke schuldeisers staat. Verkoop je later de werkmaatschappij, dan valt de opbrengst in de holding en bepaal je zelf wanneer je box 2 betaalt. Waarom die splitsing bij een omzetting bijna altijd verstandig is, staat in de holdingstructuur bij omzetting.
In het jaar van de omzetting verschuift ook je eigen aangifte. Ligt het overgangstijdstip op 1 januari 2026, dan staat er over 2026 geen winst uit onderneming meer in box 1, maar loon uit je eigen bv. De zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling vervallen daarmee. Dat verlies zit al verwerkt in de vergelijking bovenaan deze pagina: de eenmanszaakkolom rekent er nog mee, de bv-kolommen niet.
Veelgemaakte fouten bij de omzetting
De fouten die we in de praktijk zien, zitten zelden in de akte. Ze zitten in de timing, in de rekensom vooraf en in wat er ná de inbreng gebeurt. Dit zijn er vijf die geld kosten en die je alle vijf zelf kunt controleren voordat je begint.
- De intentieverklaring te laat registreren. De negenmaandstermijn is hard. Een verklaring die op 2 oktober binnenkomt, geeft geen overgangstijdstip van 1 januari, hoe ver de rest van het dossier ook is. Het gevolg is een jaar wachten, niet een boete.
- Het omslagpunt op omzet berekenen. Het gaat om winst na kosten. Wie op omzet stuurt, zet om bij €80.000 omzet en €30.000 winst, en betaalt vanaf dat moment accountantskosten voor een voordeel dat er niet is.
- De aandelen binnen drie jaar verkopen. Bij een geruisloze inbreng gelden de standaardvoorwaarden: vervreemd je de aandelen binnen drie jaar na de inbreng, dan wordt de doorgeschoven claim alsnog in de heffing betrokken. Wie zijn onderneming binnen die termijn wil verkopen, moet die route dus op tafel leggen vóór de keuze.
- Geen holding oprichten terwijl er verkoopplannen zijn. Zonder holding houd je de aandelen in de werkmaatschappij privé, en bij verkoop reken je direct in box 2 af. Met een holding blijft de opbrengst in de vennootschap en kies je zelf het moment. Een holding achteraf toevoegen kan, maar kost een tweede traject.
- Onttrekkingen na het overgangstijdstip niet verwerken. Tussen 1 januari en de oprichting neem je gewoon geld op van je zakelijke rekening. Die opnames horen na het overgangstijdstip in de rekening-courant met de bv terecht te komen. Gebeurt dat niet, dan kloppen de inbrengbalans en de creditering niet, en dat komt bij de eerste aangifte alsnog boven water.
Alle vijf zijn te voorkomen met een half uur rekenen aan de voorkant. De eerste is de duurste: die kost geen boete, maar een heel kalenderjaar.


