Kennisbank

Uittreden als vennoot na omzetting naar B.V.

Wat zijn de fiscale en juridische gevolgen als een vennoot uittreedt na de omzetting naar een B.V.?

HH
Hussain Hussain · Fiscalist · Ex-EY & Deloitte
Bijgewerkt: juni 2026

Na de omzetting van een VOF naar een B.V. zijn de voormalige vennoten aandeelhouder geworden. Maar wat als één van hen wil vertrekken? De spelregels zijn radicaal anders dan bij uittreding uit een VOF. In een B.V. treed je niet uit als vennoot: je verkoopt aandelen, of de B.V. koopt ze terug. Beide wegen hebben directe fiscale gevolgen in box 2 van de inkomstenbelasting, en de statuten van de B.V. bepalen in welke volgorde de andere aandeelhouders mogen reageren. Dit artikel legt de juridische structuur én de fiscale rekensom voor je uit.

Van VOF-partner naar aandeelhouder: wat verandert er?

In een VOF is een vennoot persoonlijk aansprakelijk en gebonden aan de vennootschapsovereenkomst. Uittreding is een kwestie van het toepasselijke recht en de onderlinge afspraken: het aandeel van de uittredende vennoot wordt afgerekend en het samenwerkingsverband gaat (indien gewenst) door met de overige vennoten.

Na omzetting naar een B.V. is het rechtskader volledig anders. Elke voormalige vennoot bezit nu aandelen, en die aandelen zijn het eigendomsbewijs van zijn deelname in de vennootschap. "Uittreden" betekent in B.V.-context altijd één van twee dingen:

  1. Aandelenoverdracht: de vertrekkende aandeelhouder verkoopt zijn aandelen aan een of meer van de andere aandeelhouders, of aan een derde.
  2. Inkoop eigen aandelen: de B.V. koopt de aandelen terug van de vertrekkende aandeelhouder (art. 2:207 BW¹⁸), waarna die aandelen worden ingekromp of worden gehouden als eigen aandelen.

In beide gevallen speelt het aandeelhoudersregister een rol, gelden de statutaire blokkeringsregelingen, en ontstaat er een fiscale afrekening in box 2.

Vuistregel: Na omzetting naar een B.V. is "uittreden" juridisch niet meer mogelijk. Je verkoopt je aandelen: aan de mede-aandeelhouders, aan een derde, of terug aan de B.V. zelf. Dat onderscheid bepaalt de juridische route en de fiscale behandeling.

De statutaire blokkeringsregeling: aanbiedingsplicht en goedkeuringsregeling

De Wet Flex-BV (2012) heeft de verplichte blokkeringsregeling voor B.V.'s afgeschaft, maar in de praktijk bevatten vrijwel alle statuten nog steeds een regeling die de overdracht van aandelen beperkt.⁸ Er zijn twee hoofdvormen:

1. Aanbiedingsplicht (art. 2:195 BW). De vertrekkende aandeelhouder is verplicht zijn aandelen eerst aan te bieden aan de overige aandeelhouders, in verhouding tot hun bestaande belangen. Pas als de mede-aandeelhouders niet (volledig) gebruik maken van hun voorkeursrecht, mogen de aandelen aan een derde worden aangeboden.⁸

2. Goedkeuringsregeling. Overdracht aan een nieuwe aandeelhouder vereist voorafgaande goedkeuring van een nader omschreven orgaan, doorgaans de algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) of het bestuur. Zonder die goedkeuring is de overdracht nietig.

Wat staat er in jullie statuten? Dit is de eerste vraag die je bij een voorgenomen uittreding moet beantwoorden. De statuten zijn te vinden in de oprichtingsakte bij de KvK.²⁰ Raadpleeg ook de eventuele aandeelhoudersovereenkomst, die kan aanvullende prijsbepalingsafspraken bevatten.

Als de B.V. is opgericht in het kader van de VOF-omzetting, zijn de statuten doorgaans opgesteld door de notaris die de omzetting heeft begeleid. Controleer of er een expliciete uittreedregeling is opgenomen voor de situatie dat een van de vennoten wil vertrekken.

Prijsbepaling bij aanbiedingsplicht. Als de mede-aandeelhouder(s) gebruik maken van het voorkeursrecht, maar partijen het niet eens worden over de prijs, kan op grond van art. 2:195a BW een deskundige worden aangesteld om de waarde te bepalen.⁹ Die waarde is bindend voor beide partijen, tenzij de statuten iets anders bepalen.

Fiscale afrekening in box 2: de vervreemdingswinst

Elke vennoot die na de omzetting meer dan 5% van de aandelen houdt, heeft een aanmerkelijk belang (AB) in de B.V. (art. 4.6 Wet IB 2001).¹ Dit geldt in vrijwel alle gevallen na een VOF-omzetting.

Bij verkoop van de aandelen realiseert de vertrekkende aandeelhouder een vervreemdingsvoordeel: het verschil tussen de verkoopprijs en de verkrijgingsprijs van de aandelen.³ Dit voordeel is belast in box 2.

Wat is de verkrijgingsprijs?

De verkrijgingsprijs is het fiscale aankoopbedrag van de aandelen, in dit geval het bedrag dat is vastgesteld bij de omzetting van de VOF naar de B.V.⁴ Bij een geruisloze omzetting (art. 3.65 Wet IB 2001) is de verkrijgingsprijs gelijk aan het fiscale eigen vermogen dat de desbetreffende vennoot in de VOF had op de overdrachtsdatum.⁵ Dat is doorgaans de fiscale boekwaarde, exclusief de stille reserves en goodwill die zijn doorgeschoven.

Bij een geruisende omzetting ontvangt de vennoot aandelen waarvan de verkrijgingsprijs gelijk is aan de ingebrachte werkelijke waarde. In dat geval is de toekomstige AB-winst bij verkoop kleiner, omdat de verkrijgingsprijs hoger ligt.

Tarief box 2 in 2026

Het box 2-tarief in 2026 kent twee schijven:¹⁵

  • Over de eerste €68.843 aan box 2-inkomen: 24,5%
  • Over het meerdere: 31%

Het box 2-tarief geldt per belastingplichtige. Fiscale partners kunnen de box 2-grondslag vrij toerekenen (art. 2.17 Wet IB 2001), wat bij hogere bedragen een voordeel kan opleveren.¹⁴

Rekenvoorbeeld: uittreding na geruisloze omzetting

De situatie: twee vennoten (A en B) hebben hun VOF geruisloos omgezet naar een B.V. Elk bezit 50% van de aandelen. De VOF had bij omzetting een fiscaal eigen vermogen van €80.000 (€40.000 per vennoot). De werkelijke waarde van de VOF was €280.000 (stille reserves + goodwill van €200.000 doorgeschoven naar de B.V.).

Drie jaar later besluit vennoot B uit te treden. De B.V. is op dat moment €400.000 waard (50% = €200.000 voor B's pakket).

PostBedrag
Verkoopprijs 50%-pakket€200.000
Verkrijgingsprijs (fiscale boekwaarde bij geruisloze omzetting)€40.000
Vervreemdingsvoordeel (box 2)€160.000

Belastingberekening:

  • Eerste €68.843 × 24,5% = €16.866
  • Restant €91.157 × 31% = €28.259
  • Totale box 2-heffing: ± €45.125

Na belasting ontvangt vennoot B dus circa €154.875 netto. Vennoot A betaalt €200.000 voor een belang dat (bij geruisloze omzetting) nog een latente VPB-claim heeft op de doorgeschoven reserves. Dat is een onderhandelingspunt bij de prijsbepaling.

Vuistregel: De verkrijgingsprijs bij geruisloze omzetting is laag (fiscale boekwaarden). Hoe hoger de waardestijging sindsdien, des te groter de box 2-afrekening bij uittreding. Bereken dit vóór je een prijs overeenkomt.

Het vervreemdingsverbod bij geruisloze omzetting: een kritische valkuil

Wie de VOF geruisloos heeft omgezet, krijgt te maken met een belangrijk voorbehoud: de standaardvoorwaarden van de geruisloze omzetting bevatten een vervreemdingsverbod.¹⁷ Gedurende drie jaar na de omzettingsdatum mogen de aandelen in beginsel niet worden overgedragen.

Dit verbod is er om te voorkomen dat ondernemers de faciliteit van art. 3.65 Wet IB 2001 gebruiken om stille reserves belastingvrij te verschuiven en vervolgens onmiddellijk de aandelen te verkopen. Bij overtreding herleeft de volledige belastingclaim over de doorgeschoven stille reserves en goodwill, als extra heffing bovenop de box 2-winst.⁵

Uitzonderingen op het vervreemdingsverbod. In de standaardvoorwaarden zijn enkele geoorloofde overdrachten opgenomen die het verbod niet activeren, waaronder:

  • Overdracht bij overlijden van de aandeelhouder (zie ook art. 4.17a Wet IB 2001 voor doorschuiving bij overlijden)⁶
  • Bepaalde herstructureringen waarbij de economische gerechtigdheid niet wezenlijk wijzigt

Als een vennoot binnen drie jaar na geruisloze omzetting wil uittreden, loopt hij een reëel risico dat de Belastingdienst de standaardvoorwaarden van toepassing acht en de omzettingsfaciliteit terugdraait. De fiscale schade kan dan aanzienlijk zijn: de doorgeschoven reserves worden alsnog belast in box 1 van het jaar van omzetting (correctie via navordering).

Praktische consequentie: Wacht met uittreding tot de drie-jaar termijn is verstreken. Is er een dringende reden om eerder te vertrekken, vraag dan vooraf schriftelijk toestemming bij de Belastingdienst en laat de casus toetsen voordat je iets tekent.

Inkoop eigen aandelen door de B.V.: een alternatief voor aandelenoverdracht

In plaats van te verkopen aan een mede-aandeelhouder of derde, kan de B.V. de aandelen inkopen (art. 2:207 BW).¹⁸ De B.V. betaalt de uitkopende aandeelhouder en houdt de aandelen zelf of trekt ze in.

Fiscaal wordt inkoop van eigen aandelen als fictieve vervreemding behandeld (art. 4.16 lid 1 sub a Wet IB 2001).¹⁹ Het box 2-regime is van toepassing op het verschil tussen de inkoopprijs en de verkrijgingsprijs, dezelfde berekening als bij een gewone aandelenoverdracht.

Additioneel aandachtspunt: een deel van de inkoopsom kan als dividenduitkering worden aangemerkt, namelijk voor zover de inkoopprijs de verkrijgingsprijs overtreft én er sprake is van zuivere winst in de B.V. In dat geval heft de Belastingdienst ook 15% dividendbelasting (art. 3 Wet DB 1965),¹¹ die verrekend kan worden in de box 2-aangifte (art. 10 Wet DB 1965).¹²

Liquiditeitseis. De B.V. mag alleen eigen aandelen inkopen als ze aan haar opeisbare schulden kan blijven voldoen na de inkoop. Het bestuur is aansprakelijk als een uitkering leidt tot betalingsonmacht, de zogenoemde uitkeringstoets (art. 2:207c BW). Bij een inkoop die de B.V. in financieel gevaar brengt, is dit juridisch riskant.

Vuistregel: Inkoop eigen aandelen is alleen haalbaar als de B.V. voldoende vrij uitkeerbaar vermogen en liquiditeit heeft. Is de B.V. sterk gegroeid maar illiquide (kapitaalintensief bedrijf, weinig cash), dan is directe aandelenoverdracht aan de overige vennoten de praktischere route.

Doorschuiving van de aanmerkelijkbelangclaim: kan het belastinguitstel?

Niet elke aandelenoverdracht leidt tot onmiddellijke belastingheffing. In een beperkt aantal gevallen kan de AB-claim worden doorgeschoven, zodat heffing in box 2 wordt uitgesteld:

  • Doorschuiving bij overlijden (art. 4.17a Wet IB 2001): de aandelen gaan belastingvrij over op de erfgenamen; de verkrijgingsprijs schuift mee.⁶
  • Doorschuiving bij schenking (art. 4.17c Wet IB 2001): bij overdracht van aandelen krachtens schenking aan een begiftigde die door de verkrijging een aanmerkelijk belang krijgt of al heeft, kan doorschuiving van de AB-claim plaatsvinden.⁷

Doorschuiving op grond van art. 4.17c is relevant wanneer een vennoot zijn aandelen bij wijze van schenking overdraagt, bijvoorbeeld als onderdeel van een bedrijfsopvolgingsstructuur. De overlater realiseert in dat geval geen directe belastingwinst; de begiftigde neemt de lage verkrijgingsprijs over en rekent later af.

Aan de voorwaarden voor doorschuiving moet strikt worden voldaan. Of jouw situatie kwalificeert, toets je het beste vooraf. Zie ook onze uitleg over geruisloze inbreng stap voor stap voor de achtergrond bij de verkrijgingsprijs.

Waardebepaling van de aandelen: hoe stel je de prijs vast?

De grootste praktische discussie bij uittreding is de waardering van de aandelen. De prijs bepaalt zowel de fiscale afrekening als de liquiditeitsbehoefte van de kopende partij.

Gangbare waarderingsmethoden voor MKB-B.V.'s:

1. Intrinsieke waarde. De boekwaarde van het eigen vermogen op basis van de jaarrekening. Dit is doorgaans de ondergrens: stille reserves en goodwill worden hierin niet meegenomen.

2. Rentabiliteitswaarde. De genormaliseerde jaarwinst gedeeld door een gewenst rendement (kapitalisatiefactor). Bij een genormaliseerde winst van €80.000 en een factor 5 bedraagt de rentabiliteitswaarde €400.000. De factor weerspiegelt het risicoprofiel van de onderneming.

3. DCF (Discounted Cash Flow). Bij meer complexe ondernemingen met projectie van toekomstige kasstromen. In de MKB-praktijk minder gebruikelijk door de onzekerheid van prognoses.

4. Combinatiemethode. Een gewogen gemiddelde van intrinsieke en rentabiliteitswaarde, veelvuldig toegepast door accountants bij MKB-transacties.

Bij de inkoop van eigen aandelen of aandelenoverdracht aan een verbonden partij toetst de Belastingdienst of de prijs "at arm's length" is, dat wil zeggen: gelijk aan wat onafhankelijke partijen overeen zouden komen. Een te lage prijs kan bij de koper leiden tot een uitdelingsvoordeel (box 2), bij de verkoper tot een fictieverliescorrectie.¹⁴ Onderbouw de prijs bij twijfel met een waardering, zodat je bij een controle sterk staat.

Praktische checklist bij uittreding

Voor zowel de vertrekkende vennoot als de blijvende aandeelhouders is een gestructureerde aanpak belangrijk:

Juridisch:

  • Controleer de statuten op de van toepassing zijnde blokkeringsregeling (aanbiedingsplicht of goedkeuringsregeling)⁸
  • Controleer de aandeelhoudersovereenkomst op uittreedbepalingen en prijsformules
  • Bepaal of aandelenoverdracht of inkoop eigen aandelen de geprefereerde route is
  • Laat een notaris de overdrachtsakte opmaken (vereist voor aandelen op naam bij B.V.)
  • Meld de wijziging van het aandeelhoudersregister bij de KvK²⁰

Fiscaal:

  • Stel de verkrijgingsprijs van de aandelen nauwkeurig vast (geruisloos of geruisend omgezet?)
  • Check de drie-jaar termijn van het vervreemdingsverbod bij geruisloze omzetting¹⁷
  • Bereken de verwachte box 2-heffing inclusief mogelijke dividendbelastingcomponent
  • Toets of doorschuiving op grond van art. 4.17a (overlijden) of art. 4.17c (schenking) Wet IB 2001 van toepassing is⁷
  • Zorg dat de aangifte inkomstenbelasting van het verkoopevenement tijdig en correct wordt ingediend

Financieel:

  • Zorg dat de overnamesom financierbaar is voor de kopende partij (eigen middelen, banklening, earn-out)
  • Controleer de uitkeringstoets bij inkoop eigen aandelen
  • Leg het tijdstip van uittreding vast in relatie tot het boekjaar (winstverdeling lopend jaar)

Conclusie

Uittreden na de omzetting naar een B.V. is een operatie die zorgvuldig moet worden voorbereid. De juridische route (aandelenoverdracht of inkoop eigen aandelen) bepaalt mede de fiscale uitkomst. De box 2-heffing kan substantieel zijn, zeker wanneer de B.V. sterk in waarde is gestegen ten opzichte van de (lage) verkrijgingsprijs bij geruisloze omzetting.

De grootste valkuil is uittreding binnen de drie-jaar termijn van het geruisloos omzettingsverbod: daarbij dreigt de claim over de doorgeschoven stille reserves alsnog te materialiseren, náást de box 2-heffing over de verkoopwinst. Het is belangrijk om dit risico te kennen vóórdat je een verkooptransactie inzet.

Wil je weten welke route het meest voordelig is voor jouw specifieke situatie? Welk belastingbedrag je kunt verwachten? Of er ruimte is voor doorschuiving of belastinguitstel? Plan een gratis adviesgesprek met Hussain of Adal, wij berekenen de fiscale impact van uittreding en begeleiden de transactie van waardebepaling tot notariële overdracht. Zie ook onze overzichtspagina over VOF naar B.V. omzetten voor de bredere context van de omzetting.


Vragen over dit onderwerp?

Plan een vrijblijvend gesprek met onze fiscalisten.

Plan een gesprek