Box 3 is al jaren het meest turbulente onderdeel van de Nederlandse inkomstenbelasting. Het Kerstarrest van de Hoge Raad in december 2021, de herstelwetgeving die volgde en de aanhoudende rechtsonzekerheid over de definitieve opvolger maken het voor spaarders, beleggers en ondernemers moeilijk om grip te houden op wat ze werkelijk verschuldigd zijn. Dit artikel geeft een helder overzicht van de regels die in 2025 gelden: de actuele tarieven, het heffingvrij vermogen, de categorie-indeling van het tijdelijke forfaitaire stelsel en de verwachte route naar een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement.
Wat is box 3 en wie betaalt het?
Box 3 is de derde inkomensbox in de Wet inkomstenbelasting 2001 en belast het "belastbaar inkomen uit sparen en beleggen".² Concreet gaat het om vermogen dat niet al in box 1 (inkomen uit werk en woning, inclusief eigen woning) of box 2 (aanmerkelijk belang) belast wordt.³
Tot het box 3-vermogen behoren onder meer:
- Banktegoeden (betaal- en spaarrekeningen)
- Beleggingen (aandelen, obligaties, fondsen)
- Een tweede woning of vakantiewoning
- Vorderingen en verhuurde panden
- Cryptovaluta
- Contant geld boven €628 (in 2025)⁹
Schulden zijn aftrekbaar van de rendementsgrondslag, maar alleen voor zover zij de drempel overschrijden: €3.400 per fiscale partner (€6.800 voor partners samen) in 2025.¹⁴ Een hypotheek op de eigen woning valt in box 1 en telt dus niet mee als box 3-schuld.
Belasting wordt geheven over de rendementsgrondslag op de peildatum van 1 januari van het belastingjaar.¹³ Wie op 1 januari 2025 boven het heffingvrij vermogen zit, betaalt over het overschot.
Heffingvrij vermogen 2025
Het heffingvrij vermogen is het bedrag waarover geen box 3-belasting wordt geheven. In 2025 bedraagt dit €57.684 per persoon (art. 5.5 Wet IB 2001).¹ Voor fiscale partners geldt het dubbele: €115.368.
Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Ter vergelijking: in 2024 was het heffingvrij vermogen €57.000 en in 2023 €57.000.
Vuistregel: Heb je spaargeld en beleggingen onder de €57.684 (of €115.368 met partner)? Dan betaal je in 2025 geen box 3-belasting — ongeacht het werkelijke rendement op dat vermogen.
Box 3-tarief 2025
Het tarief waartegen het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen wordt belast, bedraagt in 2025 36% (art. 2.13 Wet IB 2001).¹¹ Dit tarief gold al in 2023 en 2024 en is niet verder verhoogd in 2025 — een eerdere discussie over verhoging naar 38% is in de Kamer niet doorgegaan.
Let op: je betaalt dit tarief niet over het totale vermogen, maar over het forfaitaire rendement dat wordt toegerekend aan je vermogen. Dat forfaitaire rendement verschilt per categorie — zie de volgende sectie.
Het tijdelijke forfaitaire stelsel: drie categorieën
Naar aanleiding van het Kerstarrest⁵ is per 2023 een tijdelijk stelsel in werking getreden via de Overbruggingswet box 3.⁸ In dit stelsel wordt je vermogen ingedeeld in drie categorieën met elk een eigen forfaitair rendement:
| Categorie | Voorbeelden | Forfaitair rendement 2025 |
|---|---|---|
| Banktegoeden | Spaar- en betaalrekeningen | ~1,44%* |
| Overige bezittingen | Aandelen, obligaties, crypto, vastgoed | 5,88% |
| Schulden | Consumptief krediet, leningen | 2,46% |
*Het forfait voor banktegoeden wordt pas in 2026 definitief vastgesteld op basis van de werkelijke gemiddelde spaarrente in 2025. De Belastingdienst communiceert de definitieve percentages na afloop van het belastingjaar.¹⁰
Het belastbaar inkomen in box 3 is dan: (forfaitair rendement banktegoeden × spaarsaldo) + (5,88% × overige bezittingen) − (2,46% × schulden boven drempel). Over dat bedrag betaal je 36%.⁸
Rekenvoorbeeld: spaargeld én beleggingen in 2025
Stel je hebt op 1 januari 2025:
- €80.000 spaargeld
- €60.000 in een aandelenfonds
- Geen schulden in box 3
- Geen fiscale partner
Stap 1 — Rendementsgrondslag: €80.000 + €60.000 = €140.000 totaal vermogen. Minus heffingvrij vermogen: €140.000 − €57.684 = €82.316 belastbare grondslag.
Stap 2 — Forfaitair rendement per categorie: De verhouding spaargeld/overige bezittingen is 80/140 (57,1%) en 60/140 (42,9%).
- Spaardeel: €82.316 × 57,1% = €47.002 → rendement: 1,44% × €47.002 = €677
- Beleggingsdeel: €82.316 × 42,9% = €35.314 → rendement: 5,88% × €35.314 = €2.076
Stap 3 — Belasting: (€677 + €2.076) × 36% = €991 box 3-belasting
Had je dit spaargeld puur als banktegoeden aangehouden (geen beleggingen), was de belasting: 1,44% × €82.316 × 36% = €427. Het verschil illustreert waarom het categorie-onderscheid sterk doorwerkt in de praktijk.
Vuistregel: Beleggers betalen in 2025 substantieel meer box 3-belasting dan spaarders met hetzelfde vermogen, omdat het forfait op overige bezittingen (5,88%) een veelvoud is van het spaarforfait (~1,44%). Dit is bewust zo ontworpen om dichter bij het werkelijk gemiddelde rendement te komen.
Het Kerstarrest en de herstelwetgeving
Op 24 december 2021 deed de Hoge Raad een historische uitspraak: het toenmalige box 3-stelsel (met drie schijven en vaste rendementsforfaits oplopend tot 5,69%) was in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) — meer specifiek artikel 1 van het Eerste Protocol.⁵ De Hoge Raad oordeelde dat belastingplichtigen wier werkelijke rendement lager was dan het forfait, recht hadden op belastingheffing op basis van het werkelijke rendement.
Dit leidde tot twee wetten:
**Wet rechtsherstel box 3 (2022):**⁷ Voor de jaren 2017 tot en met 2022 konden bezwaarmakers (en later ook niet-bezwaarmakers via aparte procedures) aanspraak maken op herberekening. De Belastingdienst paste de aanslagen ambtshalve aan voor de massaal-bezwaarprocedure die was uitgesteld tot na het Kerstarrest.
**Overbruggingswet box 3 (2023–2026):**⁸ Het nieuwe forfaitaire stelsel met drie categorieën (zie hierboven) is de tijdelijke oplossing totdat een definitief stelsel op basis van werkelijk rendement klaar is.
Niet-bezwaarmakers: wat is uw rechtspositie?
De Hoge Raad heeft in 2024 meerdere uitspraken gedaan die relevant zijn voor belastingplichtigen die vóór het Kerstarrest geen bezwaar hadden gemaakt.⁶ De Belastingdienst is in beginsel niet verplicht om voor deze groep ambtshalve rechtsherstel te bieden voor de jaren waarover de bezwaartermijn is verstreken. Wie geen bezwaar maakte en wiens aanslag onherroepelijk vaststaat, kan in beginsel geen beroep meer doen op het Kerstarrest voor die jaren.
Als je twijfelt of jij in de bezwaar-/herstelgroep valt, raadpleeg dan je aanslag: op het aanslagbiljet staat vermeld of je aanslag is herzien in het kader van de massaalbezwaarprocedure.⁹
Vrijstellingen in box 3
Niet al het vermogen telt mee voor de box 3-grondslag. Relevante vrijstellingen in 2025:⁴
- Groene beleggingen: Erkende groene beleggingsfondsen zijn vrijgesteld tot €71.251 per persoon (€142.502 voor partners) op grond van art. 5.13 en 5.14 Wet IB 2001.¹² Bovenop de vrijstelling geldt ook een heffingskorting van 0,7% van het vrijgestelde bedrag in box 3.
- Contant geld: vrijgesteld tot €628 per persoon.
- Roerende zaken voor eigen gebruik: meubels, auto's, kunstwerken voor eigen gebruik tellen niet mee — tenzij ze hoofdzakelijk als belegging worden aangehouden.
- Rechten op pensioen en lijfrente: deze vallen in box 1 of zijn anderszins vrijgesteld.
Vuistregel: Groene beleggingen zijn in 2025 tot ruim €71.000 volledig vrijgesteld én leveren een extra heffingskorting op. Voor belastingplichtigen met substantieel box 3-vermogen kan dit een aanzienlijk belastingvoordeel opleveren.
Wat verandert er de komende jaren: nieuw box 3-stelsel
De overbruggingswetgeving is bedoeld als tijdelijk. Het kabinet werkt aan een definitief stelsel op basis van werkelijk rendement — een fundamentele systeemwijziging.
De verwachte contouren:
- Invoering: De meest recente planning wijst op 2028 als beoogde invoeringsdatum, al zijn eerdere deadlines al meerdere malen verschoven.
- Werkelijk rendement: Zowel directe opbrengsten (rente, dividend, huurinkomsten) als vermogenswinsten (waardestijging) tellen mee. Dit treft met name vastgoedbeleggers en aandelenbezitters die nu "slechts" een forfait betalen.
- Vermogensaanwasbelasting vs. vermogenswinstbelasting: De twee systemen verschillen in het moment van heffing: aanwas (jaarlijks over ongerealiseerde winst) versus winst (alleen bij verkoop). Vermoedelijk kiest Nederland voor een combinatie waarbij vastgoed en niet-beursgenoteerde belangen op basis van vermogenswinst worden belast en liquide beleggingen op basis van vermogensaanwas.
- Overgangsrecht: Voor oud vermogen (opgebouwd vóór invoering) gelden waarschijnlijk specifieke overgangsregels.
Zolang de Overbruggingswet van kracht is, gelden de drie categorieën met forfaitaire rendementen. De definitieve percentages voor 2025 worden gepubliceerd nadat het belastingjaar is afgerond.¹⁰
Box 3 en de keuze voor een B.V.: wanneer maakt het verschil?
Box 3 belast privévermogen. Ondernemers die hun bedrijf drijven via een eenmanszaak of vof en een aanzienlijk bedrijfsvermogen hebben opgebouwd, zullen bij omzetting naar een B.V. merken dat box 3 een andere rol gaat spelen. Bedrijfsactiva die in de B.V. worden gehouden, vallen niet in box 3 — ze zitten in de vennootschap en worden belast via de vennootschapsbelasting (Vpb). Alleen de waarde van de aandelen in de B.V. telt mee als box 3-vermogen, maar aandelen die een aanmerkelijk belang vormen (≥5%) vallen in box 2 en dus buiten box 3.³
Concreet: een ondernemer die €300.000 aan bedrijfsvermogen heeft en dat via een B.V. aanhoudt, hoeft over dat bedrijfsvermogen geen box 3-belasting te betalen — zolang de aandelen een aanmerkelijk belang zijn. Dat scheelt bij een rendement van 5,88% en een belastingtarief van 36% al snel €6.350 per jaar aan box 3-heffing die anders verschuldigd zou zijn.
Wil je weten of een B.V.-structuur voor jouw vermogenspositie fiscaal gunstiger is? Lees ook ons artikel over de holding structuur bij omzetting, waarin we uitleggen hoe een holdingmaatschappij box 3-heffing op bedrijfsvermogen kan voorkomen.
Vuistregel: Bedrijfsvermogen in een B.V. valt buiten box 3. Voor ondernemers met substantieel vermogen kan omzetting naar een B.V. naast de bekende Vpb-voordelen ook een directe box 3-besparing opleveren.
Conclusie
Box 3 in 2025 werkt via een tijdelijk forfaitair stelsel met drie vermogenscategorieën. Het heffingvrij vermogen bedraagt €57.684 per persoon, het belastingtarief is 36% en het forfaitaire rendement op overige bezittingen (aandelen, vastgoed, crypto) ligt op 5,88% — terwijl banktegoeden worden belast op basis van de werkelijke gemiddelde spaarrente over 2025 (circa 1,44%). Het Kerstarrest heeft het systeem fundamenteel veranderd; de herstelwetgeving biedt tijdelijk soelaas, maar de eindbestemming — een stelsel op basis van werkelijk rendement — is nog in ontwikkeling.
Voor ondernemers die hun vermogen grotendeels in een bedrijf hebben, biedt een B.V.-structuur een manier om box 3-heffing op bedrijfsvermogen te voorkomen. De spelregels daarvoor zijn complex en hangen af van je totale vermogens- en inkomenspositie.
Wil je weten of een B.V. voor jouw situatie de juiste keuze is, ook rekening houdend met box 3? Vraag een gratis adviesgesprek aan bij Adal of Hussain. We zetten de belastingdruk in alle boxen naast elkaar en geven een concreet advies op maat.
