Kennisbank

Vennootschapsbelasting 2025: tarieven, schijven en aftrekposten

Alles over de vennootschapsbelasting (VPB) in 2025: het lage en hoge tarief, schijfgrenzen en de wichtigste aftrekposten.

AY
Adal Yalcin · Fiscalist · Ex-KPMG
Bijgewerkt: juni 2026

Wat is de vennootschapsbelasting en wie betaalt hem?

De vennootschapsbelasting (VPB) is de belasting die rechtspersonen betalen over hun belastbare winst. In Nederland zijn de voornaamste belastingplichtigen de besloten vennootschap (B.V.) en de naamloze vennootschap (N.V.), maar ook coöperaties, verenigingen en stichtingen kunnen belastingplichtig zijn zodra zij een onderneming drijven.¹⁹ ²¹

De wettelijke basis ligt in de Wet vennootschapsbelasting 1969 (Wet VPB 1969). Artikel 8 van die wet schakelt grotendeels door naar de Wet inkomstenbelasting 2001: het winstbegrip — inclusief totaalwinst, goed koopmansgebruik en activering — is voor een B.V. inhoudelijk gelijk aan dat van een IB-ondernemer.³ ⁴ ⁵ Het grote verschil zit hem in het tarief, in de specifieke aftrekposten die de Wet VPB 1969 kent, en in de manier waarop de resterende winst vervolgens bij de aandeelhouder terechtkomt.

Als eenmanszaak of vennoot in een V.O.F. betaal je inkomstenbelasting in box 1 over je ondernemingswinst. Zet je om naar een B.V., dan verschuift die belastingplicht naar de B.V. zelf. De winst die daarna als dividend naar jou als DGA stroomt, wordt nogmaals belast — eerst via dividendbelasting als voorheffing, dan definitief in box 2.¹⁸ ¹⁴ Dat samenspel bepaalt de totale druk.

De VPB-tarieven en schijven in 2025

De Wet VPB 1969 kent in 2025 een tweeschijvenstelsel:¹ ²

Belastbaar bedragTarief
Tot en met €200.00019%
Boven €200.00025,8%

De schijfgrens van €200.000 geldt per belastingplichtige B.V. Heb je meerdere B.V.'s die geen fiscale eenheid vormen, dan geldt de lage schijf voor elk van hen afzonderlijk — mits voldaan aan de anti-fragmentatiebepalingen.

Vuistregel: De lage schijf van 19% is het meest relevante tarief voor de overgrote meerderheid van het Nederlandse MKB. Pas bij een belastbare winst boven €200.000 kom je toe aan het hoge tarief van 25,8% — en dan alleen over het meerdere.

Hoe wordt de belastbare winst berekend?

De belastbare winst is de commerciële winst gecorrigeerd voor fiscale aanpassingen. De voornaamste stappen:

  1. Totaalwinst — alle vermogensvermeerderingen gedurende de levensduur van de B.V., inclusief stille reserves en goodwill bij staking of liquidatie.⁴
  2. Jaarwinst via goed koopmansgebruik — het juiste jaar wordt bepaald via matching, realiteitsbeginsel en voorzichtigheidsbeginsel.⁵
  3. Specifieke fiscale correcties via de Wet VPB 1969:
    • Aftrekbare posten (art. 9): salarissen inclusief DGA-loon, rente op zakelijke leningen, pensioenpremies en huurlasten zijn gewoon aftrekbaar.⁶
    • Beperkt aftrekbare posten: gemengde kosten (representatie, voedsel, drank) zijn voor 20% niet aftrekbaar.
    • Earningstripping (art. 15b): netto rentelasten zijn slechts aftrekbaar tot het hoogste van 30% van de gecorrigeerde EBITDA of €1.000.000. Boven die drempel schuift het surplus door naar een volgend jaar.¹²
    • Verliesverrekening (art. 20): verliezen mogen worden teruggewenteld over het voorgaande jaar (carry-back) of worden voortgewenteld over maximaal 9 jaar (carry-forward). Vanaf 2022 geldt een absolute aftrekcap van 50% van de belastbare winst boven €1 mln, zodat je bij grote winsten nooit volledig verliesvrij uit kunt komen.⁷

Concrete doorrekening: eenmanszaak versus B.V.

Stel: Layla heeft een consultancypraktijk met een fiscale winst van €150.000 per jaar. Ze vergelijkt haar situatie als eenmanszaak met die als DGA van een eigen B.V.

Situatie A: Eenmanszaak

PostBedrag
Fiscale winst€150.000
Zelfstandigenaftrek (2025)¹⁵–€2.470
MKB-winstvrijstelling (13,31%)¹⁶–€19.608
Belastbaar inkomen box 1€127.922
IB box 1 (tweeschijven: ~36,97% tot €75.624, 49,5% daarboven)¹³ca. €50.800
Netto na belastingca. €99.200

Situatie B: B.V. — winst volledig als salaris uitkeren

Als DGA moet Layla zichzelf minimaal het gebruikelijk loon uitkeren: in 2025 minimaal €56.000.¹⁷ Stel ze keert zichzelf precies €56.000 uit en laat de rest in de B.V.

PostBedrag
Commerciële winst B.V.€150.000
DGA-salaris (loonkosten B.V.)¹⁷–€56.000
Belastbare VPB-winst€94.000
VPB 19% (volledig in lage schijf)¹–€17.860
Netto winst in B.V.€76.140
IB over DGA-salaris (box 1, ca. 37%)¹³–€20.720
Netto salaris Layla€35.280
Totaal beschikbaar (salaris + winst in B.V.)€111.420

De B.V.-route levert Layla direct al €12.220 meer in de eerste laag — doordat de VPB-belasting op de B.V.-winst (19%) structureel lager is dan haar marginale IB-tarief als eenmanszaak (49,5% op het topinkomen). De winst die in de B.V. blijft, werkt als een fiscaal spaarpotje dat compoundt tegen het uitgestelde box 2-tarief.

Wil ze de B.V.-winst later als dividend opnemen, dan betaalt ze nog box 2: 24,5% over de eerste €67.000 dividend en 33% daarboven.¹⁴ Maar dat moment kiest ze zelf.

Vuistregel: Bij een winst van €100.000–€250.000 is de B.V.-route vrijwel altijd fiscaal gunstiger dan de eenmanszaak, zeker als je niet elk jaar maximaal dividend uitkeert. Onder de €100.000 hangt het sterk af van de vaste kosten (accountant, administratie) die je als B.V. maakt.

De wichtigste aftrekposten in de VPB

1. DGA-salaris

Het salaris dat de B.V. aan de DGA betaalt is een volledige aftrekpost voor de VPB-winst.⁶ Dit maakt het strategisch interessant om de loonkosten bewust te calibreren: hoog genoeg om aan de gebruikelijkloonregel te voldoen (art. 12a Wet LB 1964, minimaal €56.000 in 2025)¹⁷, maar niet zo hoog dat het IB-tarief op het loon zwaarder weegt dan de VPB-besparing.

2. Rentelasten

Rente op zakelijk geleend geld is in beginsel aftrekbaar.⁶ De earningstrippingmaatregel (art. 15b Wet VPB 1969) begrenst de aftrek echter tot 30% van de gecorrigeerde EBITDA of €1.000.000, per saldo het hoogste van de twee.¹² Voor het MKB met normale financieringslasten is de drempel van €1 mln doorgaans ruim voldoende; bij grote vastgoed- of overnamestructuren kan de maatregel wel knellen.

3. Afschrijvingen

Investeringen in bedrijfsmiddelen worden fiscaal afgeschreven. De fiscale afschrijving volgt goed koopmansgebruik, waarbij rekening moet worden gehouden met de restwaarde en de gebruiksduur.⁵ Op gebouwen die de B.V. in eigen gebruik heeft, geldt een afschrijvingsdrempel: er mag niet worden afgeschreven beneden 100% van de WOZ-waarde. Op vastgoed dat niet in eigen gebruik is (beleggingsvastgoed) geldt zelfs 100% van de WOZ-waarde als bodem.

4. Innovatiebox (art. 12b)

Bedrijven die winst maken met zelf-ontwikkelde immateriële activa — software, octrooien, kwekersrechten — kunnen onder strikte voorwaarden gebruik maken van de innovatiebox. Het effectieve belastingdruk op de kwalificerende winsten bedraagt dan slechts 9% in plaats van het reguliere VPB-tarief.⁹ De regeling vereist een speur- en ontwikkelingsverklaring (S&O-verklaring) of een octrooirecht en is met name relevant voor scale-ups en technologiebedrijven.

5. Verliesverrekening

Verliesjaren zijn nooit definitief verloren. Carry-back (1 jaar terug) en carry-forward (9 jaar vooruit) gelden als wettig recht.⁷ Houd er rekening mee dat bij een aandelenoverdracht van meer dan 30% de verliesverrekeningsmogelijkheden kunnen worden beperkt (art. 20a Wet VPB 1969).⁸ Dit is een veelgemaakte valkuil bij fusies en overnames: koper en verkoper regelen de deal, maar de fiscale verliezen sneuvelen stil.

6. Deelnemingsvrijstelling (art. 13)

Als een B.V. een aanmerkelijk belang houdt in een andere vennootschap (doorgaans minimaal 5%), zijn de dividenden en koerswinsten op die deelneming vrijgesteld van VPB.¹⁰ Dit is de hoeksteen van de holdingstructuur: de holding ontvangt dividend van de werkmaatschappij volledig onbelast en kan het kapitaal hergebruiken voor investeringen of uitkeren aan de DGA als aandeelhouder.

Meer over de werking van een holdingstructuur lees je in ons artikel holding structuur bij omzetting.

7. Fiscale eenheid (art. 15)

Wanneer een moedervennootschap minimaal 95% van de aandelen houdt in een dochtervennootschap, kunnen ze samen een fiscale eenheid vormen.¹¹ Voordelen: onderlinge transacties zijn onzichtbaar voor de VPB, verliezen van de ene B.V. worden gesaldeerd met winsten van de andere, en de administratieve last neemt af. Nadeel: elk lid van de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de VPB-schuld van de gehele eenheid.

VPB versus inkomstenbelasting: wanneer loont de B.V.?

De vraag "wanneer is een B.V. fiscaal aantrekkelijker dan een eenmanszaak?" draait in de kern om het verschil tussen het VPB-tarief (19%) en het marginale IB-tarief in box 1. Dat marginale tarief loopt in 2025 op tot 49,5% boven de tweede schijfgrens van €75.624.¹³

Zodra een ondernemer structureel winst maakt die boven zijn of haar persoonlijke behoeften uitstijgt — en dus niet elk jaar het volledige resultaat privé nodig heeft — is de B.V. aantrekkelijk. De niet-uitgedeelde winst wordt belast tegen 19% VPB in plaats van 49,5% IB. Het verschil van 30,5 procentpunten blijft renderen in de B.V. totdat er dividend wordt uitgekeerd.

De geruisloze inbreng is de meest gebruikte route om een eenmanszaak of V.O.F. belastingvrij om te zetten naar een B.V.²² Bij die route behoud je de fiscale boekwaarden en hoef je niet af te rekenen over stille reserves of goodwill op het moment van omzetting. Wel gelden strikte voorwaarden: de ondernemer moet minimaal drie jaar IB-ondernemer zijn geweest en de B.V. mag de verkregen activa gedurende drie jaar niet vervreemden zonder fiscale gevolgen.

Vuistregel: Is je jaarwinst structureel boven de €100.000 en houd je meer dan 30–40% niet privé nodig, dan loont de omzetting naar een B.V. bijna altijd. Laat dat altijd doorrekenen — de exacte omslagpunt hangt af van je persoonlijke situatie, de kosten van de B.V.-structuur en toekomstige dividendbehoeften.

Aangifte en betaling: de VPB in de praktijk

De VPB-aangifte moet worden ingediend vóór 1 juni van het jaar volgend op het belastingjaar (of later bij gebruik van uitstel via een belastingadviseur). De Belastingdienst legt doorgaans een voorlopige aanslag op op basis van de verwachte winst; bij een te lage voorlopige aanslag kan belastingrente in rekening worden gebracht.¹⁹

Aandachtspunten bij de aangifte:

  • Fiscale versus commerciële jaarrekening: het is toegestaan om af te wijken, maar de fiscale keuzes moeten consistent en consistent worden gemaakt.
  • Activeringsplicht goodwill bij zelfstandige aankopen: gekochte goodwill moet worden geactiveerd en afgeschreven over maximaal 10 jaar fiscaal.
  • Liquidatieverliezen op deelnemingen zijn onder voorwaarden aftrekbaar, ook al geldt de deelnemingsvrijstelling voor de winstuitkeringen (art. 13d Wet VPB 1969).

Conclusie

De vennootschapsbelasting 2025 kent twee tarieven: 19% tot €200.000 belastbare winst en 25,8% daarboven. Voor de meeste ondernemers in het MKB is het lage tarief van 19% het meest relevante getal. Gecombineerd met de mogelijkheid om dividenduitkering (en daarmee box 2-belasting) uit te stellen, maakt dit de B.V. bij winsten boven ca. €100.000 structureel aantrekkelijker dan de eenmanszaak.

De aftrekposten — DGA-salaris, rente, afschrijvingen, innovatiebox en deelnemingsvrijstelling — zijn geen bijzaak maar het gereedschap waarmee de belastbare winst wordt geoptimaliseerd. Wie ze niet kent of niet strategisch inzet, betaalt structureel meer dan nodig.

De beslissing om een B.V. op te richten of een bestaande onderneming om te zetten, verdient een gedegen doorrekening op maat. Onze adviseurs (ex-EY, Deloitte en KPMG) doen dat geregeld voor ondernemers in jouw situatie. Plan een vrijblijvend gesprek en weet binnen een uur wat de B.V.-route jou concreet oplevert.


Vragen over dit onderwerp?

Plan een vrijblijvend gesprek met onze fiscalisten.

Plan een gesprek