Kennisbank

Eenmanszaak met schulden omzetten naar B.V.: wat zijn de opties?

Kun je een eenmanszaak met schulden omzetten naar een B.V.? Leer de opties, risico's en praktische aanpak.

HH
Hussain Hussain · Fiscalist · Ex-EY & Deloitte
Bijgewerkt: juni 2026

Veel ondernemers denken dat schulden een omzetting naar een B.V. blokkeren. Dat klopt niet. Schulden maken de omzetting complexer — en ze vereisen een zorgvuldige aanpak — maar ze zijn zelden een absolute belemmering. De vraag is welke methode past bij jouw schuldenpositie, en wat de gevolgen zijn voor schuldeisers, belasting en aansprakelijkheid.

Dit artikel bespreekt de drie gangbare routes (geruisloze inbreng, activa-passiva transactie en geruisende inbreng), legt uit hoe schulden in elke route worden behandeld, en geeft concrete richtlijnen voor wanneer elke aanpak werkt.

Wat verandert er aan aansprakelijkheid bij omzetting?

Bij een eenmanszaak ben jij als ondernemer hoofdelijk aansprakelijk voor alle zakelijke schulden met je privévermogen. Er bestaat geen enkel onderscheid tussen zakelijke en privéschulden: een schuldeiser kan altijd verhaal zoeken op je huis, spaargeld of auto.

Een B.V. verandert dit fundamenteel. De B.V. is een aparte rechtspersoon (art. 175 BW Boek 2³); haar schulden zijn in beginsel schulden van de vennootschap, niet van jou als directeur-grootaandeelhouder (DGA). Bij faillissement van de B.V. verlies je in de meeste gevallen slechts je aandelenkapitaal — niet je privévermogen.

Er zijn echter twee cruciale uitzonderingen:

1. Persoonlijk borgstelling. Als je bij de bank een lening op naam van de eenmanszaak hebt die je bij omzetting naar de B.V. wilt overbrengen, zal de bank in vrijwel alle gevallen een persoonlijke borgstelling van jou als DGA eisen. De B.V.-bescherming werkt dan niet voor die specifieke schuld.

2. Bestuurdersaansprakelijkheid. Als DGA kun je persoonlijk aansprakelijk worden gesteld als je de B.V. duidelijk onbehoorlijk hebt bestuurd (art. 248 BW Boek 2¹⁵), bijvoorbeeld door schuldeisers bewust te benadelen of jaarrekeningen te laat in te dienen. Dit is een hoge drempel, maar niet onmogelijk.

Vuistregel: De B.V.-structuur biedt reële bescherming voor toekomstige schulden die volledig op naam van de B.V. staan. Voor bestaande schulden die via borgstelling aan jou als persoon blijven kleven, biedt de omzetting geen bescherming.

De drie omzettingsmethoden en hoe schulden daarin worden behandeld

Methode 1: Geruisloze inbreng (art. 3.65 Wet IB 2001)

Bij de geruisloze inbreng breng je de gehele onderneming — inclusief alle schulden — in de B.V. in.¹ De B.V. neemt de fiscale boekwaarden van de activa over én de uitstaande schulden. Je betaalt op het moment van omzetting geen inkomstenbelasting over de stille reserves; die claim wordt doorgeschoven naar de B.V.

Schulden spelen bij de geruisloze inbreng een bijzondere rol:

  • Zakelijke schulden (leveranciers, lease, belastingschulden bij de Belastingdienst) worden rechtstreeks meegenomen in de inbreng. Ze staan na omzetting op de balans van de B.V.
  • Bankleningen vereisen instemming van de bank. Juridisch is een schuldovername alleen geldig als de schuldeiser instemt (art. 155–156 BW Boek 6⁵ ⁶). Zonder toestemming blijft de lening op jouw naam staan, ook al werkt de B.V. er operationeel mee.
  • Privéschulden die je gemengd zakelijk gebruikte (bijv. een persoonlijke lening die je in de onderneming stak) gaan niet mee in de inbreng. Die scheiding moet zorgvuldig worden gemaakt.

Het saldo van de inbreng bepaalt de aandelenwaarde. Als je onderneming per saldo een negatief eigen vermogen heeft (schulden groter dan activa), stuit je op een probleem: je kunt geen aandelen uitgeven voor een waarde onder nul. Er moet dan minimaal €0,01 nominaal kapitaal worden gestort.¹²

Vuistregel: Bij een negatief eigen vermogen is geruisloze inbreng technisch nog mogelijk, maar de B.V. start met een onbalans. Banken en schuldeisers zullen dit nauwlettend volgen. Overleg altijd vooraf met je bank of zij instemmen met de overname van uitstaande leningen.

Methode 2: Activa-passiva transactie

Bij de activa-passiva transactie verkoopt de eenmanszaak haar activa én passiva aan de B.V. voor de marktwaarde. De B.V. betaalt de koopsom — in de praktijk via een schuldigerkenning: ze erkent een schuld aan jou als DGA.

Dit heeft drie concrete gevolgen voor schulden:

Zakelijke schulden gaan over naar de B.V. — maar ook hier geldt dat schuldeisers moeten instemmen (art. 156 BW Boek 6⁶). Voor leveranciersschulden is dit doorgaans geen probleem; voor bankleningen is expliciete toestemming vereist.

De eenmanszaak blijft aansprakelijk totdat schulden daadwerkelijk zijn overgedragen. Tot het moment van formele schuldoverneming en instemming door de schuldeiser, blijf jij als natuurlijk persoon aansprakelijk voor de oorspronkelijke schuld. Dit is een risico dat veel ondernemers onderschatten.

De overdrachtswinst is belast. Je rekent bij de activa-passiva transactie af over alle stille reserves en goodwill (art. 3.8 Wet IB 2001²). De schulden verlagen de verkoopprijs van de onderneming en daarmee de stakingswinst, maar ze elimineren hem niet.

Methode 3: Geruisende inbreng

Bij de geruisende inbreng breng je de onderneming ook als geheel in, maar je rekent op dat moment wél af over alle stille reserves en goodwill. De B.V. start dan met hogere fiscale boekwaarden (step-up).

Bij een onderneming met veel schulden en weinig stille reserves kan de geruisende inbreng relatief goedkoop zijn: als er nauwelijks reserves zijn om over af te rekenen, is de belastingclaim beperkt. De B.V. start met een schone lei (hogere boekwaarden) en profiteert van hogere afschrijvingen.

Schulden en het negatief eigen vermogen: de praktijk

De situatie die het meest om maatwerk vraagt, is een eenmanszaak met een negatief eigen vermogen — meer schulden dan activa. Dit kan voorkomen na een verlieslatend jaar, bij zwaar geïnvesteerde startups of bij ondernemers die privéopnames de balans hebben laten leeglopen.

Stel: je hebt de volgende balans op het moment van omzetting:

PostBoekwaarde
Inventaris€30.000
Debiteuren€18.000
Bankrekening€4.000
Totaal activa€52.000
Crediteuren€25.000
Banklening€40.000
Totaal passiva€65.000
Eigen vermogen−€13.000

Bij een negatief eigen vermogen van €13.000 zijn er drie opties:

Optie A: Privéstorting. Jij als ondernemer stort €13.000 uit eigen middelen in de B.V. om het eigen vermogen op nul te brengen. De B.V. start dan met een nulpositie, en jij hebt feitelijk een kapitaalinjectie gedaan. Dit is de meest gangbare oplossing.

Optie B: Schulden buiten de inbreng houden. Je brengt alleen de activa in, en laat de schulden op naam van de eenmanszaak staan. Vervolgens los je ze vanuit privé of via een lening van de B.V. af. Dit is juridisch mogelijk maar fiscaal riskant: de Belastingdienst kan de inbreng als onvolledig kwalificeren als de achtergehouden schulden tot het ondernemingsvermogen behoren.

Optie C: Activa-passiva transactie met creditschuldigerkenning. Je verkoopt alleen de activa aan de B.V. voor €52.000 (marktwaarde), en lost zelf de schulden van €65.000 af. De B.V. erkent een schuld aan jou van €52.000 (de koopsom). Je houdt de schulden zelf, maar de B.V. draagt bij aan aflossing via dividenduitkeringen of managementvergoeding.

Vuistregel: Een negatief eigen vermogen is geen blokkade voor omzetting, maar vereist altijd maatwerk. De geruisloze inbreng is bij een tekortpositie minder vanzelfsprekend. Bespreek de drie opties met een fiscalist en je bank vóórdat je een route kiest.

Het risico van de actio Pauliana

Een specifiek risico bij omzetting terwijl schulden uitstaan is de zogenoemde actio Pauliana (art. 42 Faillissementswet¹⁴). Dit is de bevoegdheid van een curator (bij faillissement) om rechtshandelingen te vernietigen die de schuldeisers bewust hebben benadeeld.

Als je een eenmanszaak met schulden omzet naar een B.V. en vervolgens de winstgevende activa in de B.V. onderbrengt terwijl de schulden achterblijven bij de eenmanszaak (of bij jezelf), kan een curator dit aanvechten. De sleutelvraag is of je wist of redelijkerwijze behoorde te weten dat schuldeisers door de handeling werden benadeeld.

Dit risico geldt in het bijzonder bij:

  • Een naderende faillissementssituatie
  • Omzetting terwijl er al aanmaningen of incassoprocedures lopen
  • Bewust splitsen van activa en passiva ten nadele van schuldeisers

Vuistregel: Omzet je met schulden en is er enige twijfel over de solvabiliteit? Doe dit dan altijd in overleg met een advocaat of insolventiefiscalist. Een goed gedocumenteerde en evenwichtige overdracht — waarbij schuldeisers niet worden benadeeld — is de beste bescherming.

Belastingdienst als schuldeiser: een speciaal geval

Een schuld aan de Belastingdienst (belastingachterstand, BTW-schuld, loonheffingsachterstand) verdient aparte aandacht. De Belastingdienst heeft bijzondere invorderingsbevoegdheden en is geen gewone crediteur.

Bij omzetting geldt het volgende:

  • Belastingschulden zijn meeoverdraagbaar als onderdeel van de passiva bij geruisloze inbreng, maar de Belastingdienst heeft formeel geen toestemmingsvereiste zoals bij commerciële banken. In de praktijk kan de Belastingdienst echter de omzetting aanvechten als er sprake is van betalingsonwil.
  • De DGA-aansprakelijkheid geldt ook na omzetting. Als de B.V. na omzetting loonheffingen of BTW niet betaalt, kan de Belastingdienst de DGA persoonlijk aansprakelijk stellen via art. 36 Invorderingswet 1990. Dit is een wettelijk verhaalsrecht bovenop de normale bestuurdersaansprakelijkheid.
  • Een betalingsregeling afsluiten vóór omzetting is vaak verstandig. Als er een lopende betalingsregeling is met de Belastingdienst, zorg dan dat die wordt voortgezet op naam van de B.V. en dat de Belastingdienst hiermee instemt.

Wat schuldeisers kunnen doen: informatieplicht en toestemming

Omzetting met schulden is geen eenzijdige handeling. Schuldeisers hebben rechten:

Instemming bij schuldoverneming. Voor de overgang van schulden van de eenmanszaak naar de B.V. is toestemming van elke schuldeiser verplicht (art. 156 BW Boek 6⁶). Zonder toestemming blijft de schuld op jouw naam als natuurlijk persoon staan, ook al is de B.V. inmiddels operationeel.

Informatierecht bij inbreng in natura. Bij inbreng in natura in de B.V. (art. 204 BW Boek 2⁴) moet een beschrijving worden opgemaakt van de in te brengen activa en passiva. Crediteuren kunnen deze opvragen en controleren of hun vordering correct is opgenomen.

Beroep op opeisbaarheid. Sommige leningsovereenkomsten bevatten clausules die de lening direct opeisbaar maken bij wijziging van de rechtsvorm. Controleer altijd de voorwaarden van uitstaande leningen vóór omzetting.

Vuistregel: Ga vóór de omzetting langs je drie of vier grootste schuldeisers en bespreek je plannen. Banken willen dit sowieso; voor andere schuldeisers is proactieve communicatie een beter signaal dan een verrassing achteraf.

Rekenvoorbeeld: schulden en belastingvoordeel afwegen

Stel: je hebt een eenmanszaak met een jaarwinst van €150.000 en de volgende schuldsituatie:

  • Banklening: €80.000 (rente 5%, looptijd nog 4 jaar)
  • Crediteuren: €20.000

Als eenmanszaak betaal je over €150.000 winst — na zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling (stel effectief €115.000 belastbare winst) — circa €49.000 aan inkomstenbelasting (tarief box 1, schijf 2, art. 2.10 Wet IB 2001¹⁰).

Als B.V. betaal je over dezelfde winst, na gebruikelijk loon van €56.000 voor de DGA, een VPB van circa €17.500 (tarief 19% over de eerste €200.000, art. 22 Wet VPB 1969⁷). Over het uitgekeerde loon betaalt de DGA IB; over winst in de B.V. die niet wordt uitgekeerd, betaal je nu niets. Pas bij uitkering volgt dividendbelasting (art. 3 Wet dividendbelasting 1965²⁰) en box 2-heffing.

Het belastingvoordeel van de B.V. — zelfs met €100.000 aan uitstaande schulden — is bij een winst van €150.000 per jaar substantieel. De omzettingskosten en schulden moeten uiteraard worden afgezet tegen dit voordeel, maar de schulden op zichzelf zijn zelden de reden om van omzetting af te zien.

Vuistregel: Zijn de jaarlijkse belastingbesparingen als B.V. groter dan de financieringskosten van uitstaande schulden plus eenmalige omzettingskosten? Dan loont de omzetting vrijwel altijd — ook met schulden.

Conclusie: schulden stoppen omzetting zelden, maar vragen voorbereiding

Schulden zijn geen blokkade voor omzetting naar een B.V. Ze vereisen wel een gerichte aanpak: afstemming met schuldeisers, een bewuste keuze voor de juiste methode, en een helder beeld van welke schulden meegaan naar de B.V. en welke op jouw naam blijven.

De geruisloze inbreng werkt ook met schulden — mits het eigen vermogen positief is of je een privéstorting doet. De activa-passiva transactie biedt meer flexibiliteit bij een complexe schuldenpositie, maar leidt tot directe belastingafrekening. De geruisende inbreng is een tussenoptie die zelden de beste keuze is, maar in specifieke situaties haar meerwaarde heeft.

Wat altijd geldt: communiceer proactief met je bank en grootste schuldeisers, controleer je leningsvoorwaarden op opeisbaarheidsclausules, en laat de actio Pauliana-risico's beoordelen als er sprake is van twijfel over solvabiliteit.

Wil je weten welke omzettingsmethode past bij jouw schuldenpositie en fiscale situatie? Plan een gratis adviesgesprek met Hussain of Adal. We analyseren de balans, berekenen het belastingvoordeel en stellen een schema op dat schuldeisers, Belastingdienst en notaris tevreden stelt.


Vragen over dit onderwerp?

Plan een vrijblijvend gesprek met onze fiscalisten.

Plan een gesprek