Als DGA beslis je zelf wanneer je B.V. dividend uitkeert — maar dat betekent niet dat de fiscus buiten beeld blijft. Elk dividendbesluit triggert twee belastingmomenten: dividendbelasting bij uitkering en inkomstenbelasting in box 2 bij aangifte. Wie de mechanica niet begrijpt, betaalt te vroeg, te veel, of doet aangifte te laat met boetes als gevolg. Dit artikel legt het volledig uit: van de wettelijke grondslag tot de aangifte, inclusief de uitkeringstoets die veel DGA's over het hoofd zien.
Wat is dividendbelasting en wat is de wettelijke grondslag?
Dividendbelasting is een bronbelasting: de vennootschap die dividend uitkeert, houdt de belasting in op het moment van betaling en draagt die af aan de Belastingdienst.¹ De belastingplichtige is in eerste instantie de B.V. — zij is inhoudingsplichtig.
De heffingsgrondslag is omschreven in artikel 3 van de Wet op de dividendbelasting 1965.² "Opbrengst" is ruim gedefinieerd en omvat:
- Gewone dividenduitkeringen (winst over het boekjaar)
- Bonusaandelen en stockdividend
- Uitkeringen bij liquidatie, voor zover die het gestorte kapitaal overstijgen
- Informele uitdelingen: voordelen die een B.V. aan de aandeelhouder verstrekt zonder zakelijke tegenprestatie
De informele uitdeling is een punt van bijzondere aandacht. Als de B.V. een DGA een te hoge managementfee betaalt, goederen te goedkoop verkoopt of diensten te duur inkoopt, kan de Belastingdienst het verschil als verkapte dividenduitkering aanmerken — ook als er nooit een dividendbesluit is genomen.² Dit leidt tot naheffingen van dividendbelasting én een correctie in box 2.
Tarieven 2026. Het tarief is 15% over het bruto-dividendbedrag.³ Dit tarief geldt voor zowel binnenlandse als buitenlandse uitkeringen, tenzij een belastingverdrag een lager bronheffingstarief voorschrijft.
Wanneer is dividend uitkeren toegestaan? De uitkeringstoets
Veel DGA's letten alleen op de fiscale kant van een dividendbesluit en vergeten de vennootschapsrechtelijke vereisten. Een dividenduitkering is niet zomaar te besluiten: de B.V. moet de uitkeringstoets van artikel 2:216 BW doorstaan.¹⁴
De uitkeringstoets bestaat uit twee onderdelen:
1. Balanstoets. Het eigen vermogen van de B.V. moet na uitkering groter zijn dan de wettelijke en statutaire reserves. In de praktijk betekent dit: het eigen vermogen min de niet-uitkeerbare reserves moet minstens gelijk zijn aan het uit te keren bedrag.
2. Liquiditeitstoets (going concern-toets). Het bestuur — dus jij als DGA — moet verklaren dat de B.V. na uitkering haar opeisbare schulden nog minimaal twaalf maanden kan betalen.¹⁴ Als je deze verklaring afgeeft en de B.V. gaat daarna in gebreke, ben je als bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor het tekort dat daardoor ontstaat.¹⁴
De dividendbeslissing moet formeel worden genomen door de algemene vergadering van aandeelhouders.¹⁵ Notulen van die vergadering zijn verplichte documentatie — de Belastingdienst kan deze opvragen bij een controle.
Vuistregel: Leg elk dividendbesluit vast in een aandeelhoudersbesluit met datum, bedrag en handtekening. Bewaar dit bij de boekhouding van de B.V. Ontbreken de notulen, dan kun je later niet bewijzen dat de uitkering rechtmatig was.
Aangifte dividendbelasting: de tijdlijn
De B.V. is verplicht aangifte te doen en de dividendbelasting af te dragen binnen één maand na de datum waarop het dividend beschikbaar is gesteld.⁴ "Beschikbaar gesteld" is het moment waarop de aandeelhouder aanspraak kan maken op de betaling — in de praktijk de datum van het aandeelhoudersbesluit of de feitelijke betaling, als die vroeger valt.
De aangifte verloopt via de Belastingdienst-portaal voor zakelijke belastingen, aangifte dividendbelasting (formulier OB 37 of het equivalent in het ondernemersportaal).²⁰
Let op twee situaties waarbij de termijn verrassend strak is:
- Een interim-dividend (uitkering gedurende het boekjaar, vóór vaststelling van de jaarrekening): de aangifte loopt al binnen een maand na het besluit.
- Een slotdividend: de aangifte loopt binnen een maand na de AVA-vaststelling van de jaarrekening.
Wie te laat aangifte doet of te laat afdraagt, riskeert een verzuimboete van maximaal 3% van het verschuldigde bedrag.¹⁶
Box 2: de verrekening van dividendbelasting in de inkomstenbelasting
Voor een DGA met een aanmerkelijk belang — dat wil zeggen: ten minste 5% van de aandelen in de B.V.⁶ — valt dividend altijd in box 2 van de inkomstenbelasting.⁷ Box 2 is het inkomen uit aanmerkelijk belang en omvat reguliere voordelen zoals dividend, én vervreemdingswinst bij verkoop van aandelen.⁸
De ingehouden dividendbelasting van 15% is een voorheffing: geen definitieve last, maar een voorschot op de inkomstenbelasting die u via uw aangifte IB betaalt.¹⁰ U verrekent de dividendbelasting volledig met de box-2-belasting.¹¹
Tarieven box 2 in 2026:
- 24,5% over de eerste €67.804 aan box-2-inkomen per belastingplichtige⁹
- 33% over het meerdere⁹
Hebt u een fiscaal partner, dan kunt u het box-2-inkomen toerekenen aan de partner met het lagere inkomen — waardoor u de lage schijf twee keer benut. Dit is een legale en veelgebruikte optimalisatie.
Vuistregel: De 15% dividendbelasting is nooit uw echte last als DGA. De feitelijke belastingdruk op het dividend is 24,5% of 33%, verminderd met de reeds ingehouden 15% voorheffing.
Concreet rekenvoorbeeld: van B.V.-winst naar netto privé
Stel: uw B.V. maakt €200.000 winst voor vennootschapsbelasting in 2026. U keert uzelf een DGA-salaris uit van €75.000 (marktconform, conform de gebruikelijkloonregeling¹⁸). Dit salaris is aftrekbaar van de belastbare winst van de B.V.¹⁹
B.V.-niveau:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Winst voor VPB en salaris | €200.000 |
| DGA-salaris (aftrekbaar) | -€75.000 |
| Belastbare winst B.V. | €125.000 |
| VPB: 19% over €125.000 | -€23.750 |
| Winst na VPB (beschikbaar voor dividend) | €101.250 |
Uitkering als dividend:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Bruto dividend | €101.250 |
| Ingehouden dividendbelasting (15%) | -€15.188 |
| Ontvangen op privérekening | €86.062 |
Box-2-aangifte:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Box-2-inkomen (bruto dividend) | €101.250 |
| Box-2-belasting: 24,5% over €67.804 | €16.612 |
| Box-2-belasting: 33% over €33.446 | €11.037 |
| Totale box-2-belasting | €27.649 |
| Af: verrekening ingehouden dividendbelasting | -€15.188 |
| Nog te betalen via aangifte IB | €12.461 |
Totaalbelastingdruk op de winst:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| VPB | €23.750 |
| Box-2-belasting (totaal) | €27.649 |
| Loonbelasting over DGA-salaris (ca. bij €75k) | ~€22.500 |
| Totale belastingdruk | ~€73.899 |
Ter vergelijking: een eenmanszaak met €200.000 winst betaalt — na aftrek van de MKB-winstvrijstelling van 12,7% — inkomstenbelasting in box 1 met een toptarief van 49,5%. Effectief komt de gecombineerde belastingdruk dan uit op circa €82.000–€86.000, afhankelijk van aftrekposten. Het B.V.-traject is bij dit winstniveau structureel gunstiger.
Vuistregel: Het gecombineerde tarief van VPB (19%) en box 2 (24,5%) bij uitkering bedraagt effectief circa 38,7% over de eerste €67.804 dividendinkomen — aanzienlijk lager dan het toptarief in box 1 van 49,5%.
Wanneer is er geen dividendbelasting verschuldigd?
Niet elke uitkering door een B.V. is belast met dividendbelasting. De wet kent enkele uitzonderingsgevallen die relevant zijn voor DGA's:
Terugbetaling van gestort kapitaal. Uitkeringen die kwalificeren als terugbetaling van formeel gestort aandelenkapitaal zijn geen "opbrengst" in de zin van de Wet dividendbelasting.² Het betreft dus geen dividend, maar een kapitaalvermindering — mits dit formeel correct is doorgevoerd via een statutenwijziging en notariële akte. De Hoge Raad heeft bevestigd dat echte kapitaalstortingen en -terugbetalingen buiten de dividendbelasting vallen.
Deelnemingsvrijstelling binnen concernverband. Uitkeert een werkmaatschappij dividend aan een holdingvennootschap die 5% of meer houdt, dan kan de deelnemingsvrijstelling (art. 13 Wet VPB 1969) van toepassing zijn op de ontvangen dividenden. Op het niveau van de holding is dan geen VPB verschuldigd over het dividend. Dividendbelasting is dan echter nog steeds verschuldigd bij uitkering — tenzij de inhoudingsvrijstelling van toepassing is (art. 4 Wet dividendbelasting 1965, voor binnenlandse deelnemingen boven de 5%).
Vuistregel: Hanteer een holdingstructuur als u dividenden tussen vennootschappen wil laten vloeien zonder dividendbelasting. De holdingconstructie biedt ook andere voordelen bij verkoop van de werkmaatschappij. Lees meer in ons artikel over de holdingstructuur bij omzetting.
Optimale timing van dividenduitkeringen
Het moment van dividenduitkering heeft directe fiscale gevolgen — niet alleen voor de afdracht van dividendbelasting, maar ook voor de aangifte IB van het betreffende jaar.
Belastingjaar. Dividend dat in 2026 wordt uitgekeerd, valt in box 2 voor belastingjaar 2026. Als u verwacht dat uw box-2-inkomen dit jaar toch al boven €67.804 uitkomt (door eerdere dividenduitkeringen of een aanmerkelijkbelangwinst bij verkoop), dan betaalt u over het extra dividend 33% box-2-belasting. Verschuift u de uitkering naar begin 2027, dan begint u opnieuw in de lage schijf.
Liquiditeit versus belasting. Niet elk belastingjaar is hetzelfde. Soms is het verstandig om dividend uit te stellen tot een jaar met lagere overige inkomsten. Tegelijk: winst die in de B.V. blijft, is gebonden aan de B.V. en telt mee bij een toekomstige aanmerkelijk-belang-verkoop. Uitstellen is niet per definitie beter.
Belastingrente. Als de Belastingdienst u voor box 2 een voorlopige aanslag oplegt en u betaalt te laat, rekent zij belastingrente. Dien tijdig een voorlopige aangifte in om belastingrente te beperken.
Vuistregel: Plan dividenduitkeringen niet als losse beslissing, maar als onderdeel van uw jaarlijkse fiscale planning. Bespreek met uw adviseur vóór 1 oktober of het zinvol is om nog in het lopende jaar te keren of het jaar daarop te wachten.
Veelgemaakte fouten bij dividendbelasting als DGA
1. Aangifte te laat indienen. De maandtermijn na het dividendbesluit is hard.⁴ Een fout die regelmatig voorkomt: het dividendbesluit is genomen in december, maar de aangifte wordt pas in februari ingediend. Dat levert een boete op.
2. Vergeten de dividendbelasting te verrekenen in de aangifte IB. De verrekening is uw recht, maar geen automatisme. Geeft u de ingehouden dividendbelasting niet op in uw aangifte box 2, dan betaalt u dubbel.¹⁰
3. Informele uitdelingen niet herkennen. Een te hoge privérekening-courant schuld aan de B.V. die boven de €700.000 uitkomt (de excessief lenen-regeling, art. 4.14a Wet IB 2001), een te lage huur die u de B.V. betaalt voor een pand, of een auto van de zaak zonder correcte bijtelling: dit zijn allemaal potenties voor een informele uitdeling, met dividendbelasting als gevolg.²
4. Uitkering zonder liquiditeitstoets. Als u dividend uitkeert terwijl de B.V. daarna haar schulden niet meer kan betalen, bent u als bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor het tekort.¹⁴ Leg altijd een liquiditeitsprognose vast bij het dividendbesluit.
5. Box 2 en box 3 verwarren. Als DGA met 5% of meer aandelen valt uw dividend altijd in box 2.⁶ ¹¹ Niet in box 3. Uw aandelen tellen ook niet mee in de rendementsgrondslag van box 3.²¹ Dit maakt de box 3-problematiek rondom spaargeld en beleggen irrelevant voor uw belang in de eigen B.V.
Samenspel: salaris, dividend en de optimale verdeling
De hoogte van uw DGA-salaris bepaalt mede hoeveel winst er in de B.V. overblijft voor dividenduitkering. Elke euro extra salaris verlaagt de VPB-grondslag (voordeel: 19% of 25,8% minder VPB¹²) maar verhoogt uw box-1-inkomen (nadeel: tot 49,5% IB). Elke euro minder salaris laat meer winst in de B.V. die later als dividend kan worden uitgekeerd tegen box-2-tarieven.
De optimale verdeling verschilt per situatie en hangt af van:
- De totale winst van de B.V. en welke VPB-schijf van toepassing is¹²
- Uw overige box-1-inkomen (andere banen, pensioenuitkeringen)
- Of u een fiscaal partner heeft (voor de benutting van twee box-2-schijven)
- Uw persoonlijke liquiditeitsbehoefte
Als vuistregel geldt dat bij een B.V.-winst boven €100.000 het zinvol is om het DGA-salaris op het gebruikelijk loon te houden (niet te verhogen) en de resterende winst deels in de B.V. te laten of als dividend uit te keren in een jaar dat uw box-2-inkomen nog laag is.
Voor de gedetailleerde vergelijking met de eenmanszaak, zie ons artikel over de fiscale afweging eenmanszaak naar B.V..
Conclusie
Dividendbelasting is voor de DGA van een eigen B.V. een voorheffing, geen eindafrekening. De echte belastingdruk op uitgekeerd dividend bestaat uit twee lagen: vennootschapsbelasting in de B.V. en box-2-heffing bij aangifte. De dividendbelasting van 15% wordt verrekend met de box-2-belasting — u betaalt dus niet dubbel.
Waar het mis kan gaan: de aangifte die te laat wordt ingediend, de informele uitdeling die niet als zodanig wordt herkend, en het dividendbesluit zonder liquiditeitstoets dat leidt tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder. Deze drie punten vragen om structureel aandacht, niet alleen bij de jaarafsluiting.
De timing van dividenduitkeringen, de hoogte van het DGA-salaris en de keuze voor een holdingstructuur zijn de drie knoppen waarmee u de belastingdruk op uw inkomen uit de B.V. stuurt. Elk van die knoppen heeft zijn eigen fiscale logica — en optimalisatie vraagt om een integrale blik op uw situatie.
Wilt u weten wat de optimale uitkeringsstrategie is voor uw B.V. — inclusief de juiste verhouding tussen salaris en dividend? Plan een gratis adviesgesprek met Adal of Hussain. We rekenen het specifieke scenario voor u door, inclusief de timing en de aangifte-administratie.
