Pensioen in eigen beheer (PEB) bestaat niet meer. Vanaf 1 april 2017 kan een DGA geen nieuw pensioen meer opbouwen in de eigen B.V.¹ Maar dat betekent niet dat het onderwerp is afgesloten: tienduizenden DGA's hebben nog steeds een bevroren PEB-aanspraak op de balans staan, of hebben hun PEB omgezet naar een oudedagsverplichting (ODV). Beide situaties stellen andere eisen en vergen andere keuzes — ook in 2025.
Dit artikel legt uit wat er precies is afgeschaft, welke drie sporen er waren, wat de opties nu nog zijn, en wat de valkuilen zijn waar DGA's in de praktijk op stuiten.
Waarom werd PEB afgeschaft?
De DGA mocht van oudsher de eigen B.V. als verzekeraar aanwijzen voor zijn pensioen. De B.V. reserveerde daarvoor een pensioenvoorziening op de balans, die fiscaal aftrekbaar was.² Dit leidde in de praktijk tot een structureel probleem: de voorziening was berekend op fiscale grondslagen (rekenrente 4%), terwijl de werkelijke kosten om dat pensioen extern te verzekeren veel hoger lagen door de langdurig lage marktrente. Het verschil — de zogenoemde "dekkingstekort" — liep bij veel B.V.'s op tot tientallen procenten van de commerciële waarde.
Gevolg: B.V.'s hadden op papier een pensioenreserve, maar het geld was in de onderneming gestoken of als dividend uitgekeerd. Bij verkoop van de B.V., faillissement of echtscheiding bleek de voorziening ongedekt. De politiek greep in met de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer (wetsvoorstel 34.555), aangenomen door de Eerste Kamer en in werking getreden op 1 april 2017.¹⁴
De drie keuzes tijdens de overgangsperiode (2017–2019)
Wie op 31 maart 2017 nog een PEB-aanspraak had, kon tussen 1 april 2017 en 31 december 2019 kiezen uit drie routes:³
1. Afkopen met korting De DGA kon de fiscale waarde van het PEB belastbaar afkopen, maar genoot daarbij een eenmalige korting op de belastinggrondslag. De kortingen waren:³
- 2017: 34,5% korting op de fiscale waarde
- 2018: 25% korting
- 2019: 19,5% korting
Na 2019 is fiscaal voordelig afkopen niet meer mogelijk. Een afkoop sindsdien is belast over de volledige commerciële waarde, plus 20% revisierente — wat neerkomt op een effectieve belastingdruk van tot 69,5%.
2. Omzetten naar een oudedagsverplichting (ODV) De PEB kon fiscaal neutraal worden omgezet in een ODV. De fiscale waarde van de pensioenaanspraak werd daarmee de beginstand van de ODV.⁴ Dat bedrag staat op de balans van de B.V. en wordt jaarlijks opgerent met het U-rendement.
3. Premievrij handhaven Wie niets deed, hield een bevroren PEB-aanspraak. Verdere opbouw is niet meer mogelijk, maar de bestaande aanspraak blijft bestaan en moet te zijner tijd worden uitgekeerd of elders verzekerd.¹⁶
Vuistregel: Wie heeft gekozen voor afkoop of ODV zit nu in een helder spoor. Wie niets heeft gedaan, draagt het grootste risico — zie hieronder.
Situatie A: de DGA met een ODV
De meest gekozen route was omzetting naar een ODV. De ODV is een verplichting op de balans van de B.V. die jaarlijks oploopt met het wettelijk vastgestelde oprentingspercentage.¹⁰ Dit percentage is afgeleid van het U-rendement: het gemiddelde van de maandelijkse U-rendementen van het vorige kalenderjaar.
Voor 2025 bedraagt de oprenting 2,602%; voor 2026 is dit vastgesteld op 2,593%.¹⁵
Wanneer gaat de ODV uitkeren?
De ODV moet worden uitgekeerd in twintig gelijke jaarlijkse termijnen, te beginnen op zijn vroegst vijf jaar vóór de AOW-leeftijd en uiterlijk twee maanden na de AOW-datum.¹² Begint de uitkering vóór de AOW-leeftijd, dan wordt de uitkeringsperiode verlengd met het aantal jaren vóór de AOW-ingangsdatum.
Voorbeeld: een DGA met AOW-leeftijd 67 die kiest om op zijn 62e te starten met uitkeren, krijgt een periode van 20 + 5 = 25 jaar.
Bij overlijden van de DGA lopen de uitkeringen door aan de erfgenamen — volgens de regels in de Handreiking oudedagsverplichting en vererving van de termijnen.¹²
ODV omzetten naar een lijfrente
Zowel vóór als ná de ingangsdatum kan de ODV worden omgezet in een lijfrente bij een bank of verzekeraar.⁵ De juridische basis hiervoor is artikel 38p Wet LB 1964, aangevuld door de goedkeuring in het Verzamelbesluit pensioenen van 27 juni 2023.¹¹ Bij omzetting geldt artikel 3.126a Wet IB 2001.⁶
Voorwaarden voor fiscaal neutrale omzetting:
- De volledige resterende ODV moet worden ingebracht — gedeeltelijke omzetting is in de uitkeringsfase niet toegestaan.⁵
- De lijfrente bij de bank of verzekeraar moet voldoen aan de wettelijke lijfrentenormen (looptijd, begunstiging, verbod op afkoop).
Vuistregel: Een ODV omzetten naar een lijfrente bij een verzekeraar kan aantrekkelijk zijn als de DGA de bestuurslasten wil verlagen of zekerheid wil over de uitkering bij faillissement van de B.V. Let op: bij omzetting gelden daarna de lijfrenteregels — afkoop leidt tot revisierente.¹⁸
Situatie B: de DGA met een premievrij PEB
Wie in de periode 2017–2019 geen actie heeft ondernomen, heeft nu een bevroren PEB-aanspraak op de balans. Dit brengt bijzondere risico's mee:
Dividendblokkering Een B.V. mag in principe geen dividend uitkeren als daardoor de pensioenverplichtingen niet meer kunnen worden nagekomen. De commerciële waarde van het PEB — die in de praktijk twee tot drie keer hoger kan zijn dan de fiscale waarde¹ — fungeert als impliciete blokkade. Wie dividend uitkeert terwijl de B.V. het pensioen niet kan dekken, kan het PEB onbedoeld prijsgeven, wat leidt tot belastingheffing over de volledige commerciële waarde plus 20% revisierente.
Echtscheiding Bij echtscheiding heeft de ex-partner recht op een deel van het PEB. De verevening moet plaatsvinden op basis van de commerciële waarde — niet de fiscale waarde. Omdat de meeste B.V.'s de liquiditeit niet hebben om de commerciële waarde extern af te storten, ontstaan in de praktijk ernstige uitvoeringsproblemen.
Faillissement Het PEB is geen beschermd pensioenfonds. Bij faillissement is de DGA een concurrente schuldeiser van zijn eigen B.V. — het opgebouwde pensioen is niet beschermd en kan geheel verloren gaan.
Vuistregel: Een premievrij PEB zonder verdere actie is de meest risicovolle uitkomst. DGA's in deze situatie doen er verstandig aan alsnog een fiscaal adviseur in te schakelen om de balanspost te analyseren en de opties te inventariseren.
Oud PEB nog verzekerd buiten de B.V.? Let op de afstortingsplicht
In sommige gevallen is het PEB (gedeeltelijk) elders verzekerd, bij een externe verzekeraar. Dan geldt dat bij overdracht van de verplichting de commerciële waarde moet worden afgestort — niet de fiscale waarde.⁹ Dat kan een substantieel liquiditeitsprobleem opleveren.
Rekenvoorbeeld: Stel dat de fiscale pensioenreserve op de balans van de B.V. staat voor €120.000. De commerciële waarde — berekend op marktrente — bedraagt €280.000. Om het pensioen extern te verzekeren, moet de B.V. €280.000 afstorten. Als dat geld er niet is, moet het PEB premievrij blijven of moet er een andere oplossing worden gevonden — bijvoorbeeld verkoop van bedrijfsactiva.
De partner: toestemming is verplicht
Zowel afkoop als omzetting naar een ODV vereist de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de (ex-)partner, als er sprake is van een huwelijk of geregistreerd partnerschap.¹³ Dit geldt óók als de DGA in een gemeenschap van goederen was gehuwd of als het huwelijk al enige tijd geleden is ontbonden maar de PEB-aanspraak nog bestaat.
Ontbreekt de toestemming, dan is de transactie juridisch ongeldig. In de praktijk leidt dit soms tot complicaties, met name in situaties van echtscheiding waarbij de verhoudingen niet optimaal zijn. De Belastingdienst heeft de vereisten voor partnercompensatie nader uitgewerkt in kennisgroeppublicatie KG:070:2022:11.¹⁷
Wat heeft nog zin in 2025?
Afkopen met korting is na 2019 niet meer mogelijk. Maar er zijn nog altijd zinvolle stappen:
- ODV omzetten naar lijfrente — geeft meer structuur en bescherming bij faillissement; de uitvoering verloopt via een externe partij.
- Premievrij PEB analyseren op commerciële waarde — om te bepalen of de B.V. voldoende gedekt is en of dividend uitkeren verantwoord is.
- Pensioenbrief controleren — veel oudere pensioenbrieven zijn niet meer compliant met de huidige wet. Een onjuiste pensioenbrief kan leiden tot een zogeheten "onzuivere" aanspraak, die volledig belast wordt.⁹
- Overlijdensrisico afdekken — omdat het PEB geen beschermd fonds is, loopt de partner risico bij vroegtijdig overlijden van de DGA. Een extern verzekerde overlijdensrisicouitkering of nabestaandenpensioen is dan een verstandige aanvulling.
Als u overweegt om uw onderneming om te zetten naar een B.V. en daarna ook na te denken over pensioenopbouw, lees dan ook ons artikel over geruisloze inbreng stap voor stap en de aansprakelijkheidsaspecten voor de DGA.
Conclusie
Pensioen in eigen beheer is fiscaalrechtelijk afgeschaft, maar de erfenis ervan loopt nog jaren door. DGA's die hebben gekozen voor een ODV kunnen relatief rustig ademen: de ODV groeit, kan worden omgezet naar een lijfrente, en heeft een duidelijke uitkeringsstructuur. DGA's die niets hebben gedaan, staan bloot aan serieuze risico's — van dividendblokkering tot dekkingstekorten bij echtscheiding of faillissement.
De situatie is per DGA anders. De balanswaarde, de commerciële waarde, de leeftijd, de huwelijksgoederengemeenschap en de pensioenbrief bepalen samen welke stap het verstandigste is. Dit is geen materie voor de doe-het-zelfaanpak.
Wilt u weten wat uw specifieke situatie is en welke stap voor u het meeste oplevert? Plan een vrijblijvend adviesgesprek met Adal of Hussain — beide met jarenlange ervaring bij de Big Four in precies dit soort DGA-vraagstukken.
