Kennisbank

Aansprakelijkheid DGA: wanneer ben je privé aansprakelijk?

Een B.V. beperkt aansprakelijkheid — maar niet altijd. Wanneer kun je als DGA toch privé aansprakelijk worden gesteld?

HH
Hussain Hussain · Fiscalist · Ex-EY & Deloitte
Bijgewerkt: juni 2026

Een B.V. oprichten vanwege de beperkte aansprakelijkheid — het is voor veel ondernemers dé reden om te converteren. En terecht: als aandeelhouder ben je in principe niet aansprakelijk voor de schulden van de B.V.¹ Maar die bescherming is niet absoluut. Als DGA ben je ook bestuurder, en bestuurders kunnen wél privé aansprakelijk worden gesteld — soms voor het volledige bedrag van de schade. Dit artikel legt uit wanneer dat risico reëel is, welke drempels de wet stelt, en hoe je jezelf beschermt.

De basisregel: B.V.-schulden zijn niet jouw schulden

De besloten vennootschap is een rechtspersoon met eigen vermogen, eigen schulden en eigen aansprakelijkheid. Schuldeisers kunnen zich verhalen op het vermogen van de B.V. — niet op jouw privévermogen als aandeelhouder.¹ Dit is fundamenteel anders dan bij een eenmanszaak of vennootschap onder firma, waar ondernemer en onderneming fiscaal en juridisch één zijn.

Stel: jouw B.V. maakt een fout bij een project en de klant lijdt €80.000 schade. De klant kan dat verhalen op de B.V. Gaat de B.V. vervolgens failliet omdat ze dat bedrag niet kan betalen? Dan is de schuldeiser zijn geld kwijt — niet jij privé. Dat is de kern van beperkte aansprakelijkheid.

De keuze om je eenmanszaak om te zetten naar een B.V. draait voor veel ondernemers precies om dit punt. Maar de bescherming werkt alleen als je de B.V. ook correct bestuurt.

Vuistregel: De beperkte aansprakelijkheid geldt voor jou als aandeelhouder — maar als bestuurder gelden andere regels. Die twee petten draag je tegelijk als DGA.

Interne aansprakelijkheid: tegenover de B.V. zelf

De eerste vorm van bestuurdersaansprakelijkheid is intern: de B.V. kan haar eigen bestuurder aansprakelijk stellen voor schade die het gevolg is van onbehoorlijke taakvervulling.² Dit klinkt abstract — een bestuurder die aansprakelijk wordt gesteld door zijn eigen vennootschap — maar in de praktijk speelt dit bij meerdere aandeelhouders of bij een faillissement waarbij de curator de schade vergoedt namens de gezamenlijke crediteuren.

De norm is "ernstig verwijt".⁷ Normaal ondernemersrisico — een tegenvallend project, een mislukte investering — leidt niet tot aansprakelijkheid. De Hoge Raad heeft in het Ontvanger/Roelofsen-arrest geoordeeld dat alleen een ernstig verwijt aan de bestuurder voldoende grond is om hem persoonlijk aansprakelijk te stellen.⁷ De drempel ligt bewust hoog: bestuurders moeten beslissingen kunnen nemen zonder bij elk risico privé aansprakelijk te zijn.

Voorbeelden van intern ernstig verwijt:

  • Het aangaan van verplichtingen waarvan je wist dat de B.V. die niet kon nakomen
  • Onttrekkingen van vermogen aan de B.V. ten eigen bate (zelfverrijking)
  • Het niet bijhouden van een deugdelijke administratie

Externe aansprakelijkheid: tegenover derden

Naast interne aansprakelijkheid bestaat externe bestuurdersaansprakelijkheid: een bestuurder kan rechtstreeks worden aangesproken door een schuldeiser van de B.V., zonder dat de B.V. zelf betrokken is.³ De grondslag is de onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).⁶

De Hoge Raad onderscheidt twee varianten:⁷

Variant 1 — Benadeling bij het aangaan van verplichtingen. Als een bestuurder een overeenkomst aangaat terwijl hij wist — of redelijkerwijs moest weten — dat de B.V. haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, en de wederpartij daardoor schade lijdt, dan is de bestuurder persoonlijk aansprakelijk. Dit is het klassieke geval van de "turbo-oplichter": een B.V. oprichten, schulden maken, failliet laten gaan.

Variant 2 — Frustreren van verhaalsmogelijkheden. Als een bestuurder er actief voor zorgt dat de B.V. haar schuldeisers niet meer kan betalen — door vermogen weg te sluizen, selectief te betalen of activa over te dragen aan een gelieerde partij — dan handelt hij onrechtmatig jegens de benadeelde crediteuren.⁸

In beide varianten is het criterium dezelfde: de bestuurder moet persoonlijk een ernstig verwijt treffen. Dat de B.V. faalt is niet genoeg; de bestuurder moet zelf iets gedaan (of nagelaten) hebben wat hem valt aan te rekenen.

Vuistregel: Wil een schuldeiser jou als bestuurder privé aanspreken, dan moet hij bewijzen dat jij als bestuurder persoonlijk ernstig te verwijten valt — niet alleen dat de B.V. tekortschoot. Die bewijslast is zwaar.

Bestuurdersaansprakelijkheid bij belastingschulden

Dit is het meest concrete risico voor de gemiddelde DGA. De Invorderingswet 1990 bevat een specifieke regeling voor bestuurdersaansprakelijkheid bij onbetaalde belasting- en premieschulden.⁵

De regel werkt als volgt:

  1. Melding betalingsonmacht. Zodra de B.V. niet in staat is belasting of premies te betalen, moet de bestuurder dit binnen twee weken melden bij de Belastingdienst.¹¹ Dit klinkt formeel, maar het is cruciaal.

  2. Onterechte of te late melding. Als je te laat meldt of helemaal niet meldt, wordt vermoed dat het niet-betalen het gevolg is van aan jou te wijten onbehoorlijk bestuur.⁵ Dit bewijsvermoeden keer je bijna niet om — de Belastingdienst hoeft dan nauwelijks meer te bewijzen.

  3. Privé aansprakelijk voor het volledige bedrag. Slaagt de Belastingdienst in haar claim, dan wordt de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor alle onbetaalde loonbelasting, BTW en premies werknemersverzekeringen.⁵

Concreet voorbeeld: De B.V. heeft een slechte kwartaal en kan de loonbelasting over juni (€18.000) en de BTW-aangifte Q2 (€11.000) niet betalen — samen €29.000. Als je dit niet tijdig meldt bij de Belastingdienst en er later een faillissement volgt, kan de Belastingdienst jou privé aanspreken voor die €29.000 — plus invorderingsrente en boetes. Op jaarbasis kan zo'n claim bij een middelgroot bedrijf snel in de tonnen lopen.

Vuistregel: Meld betalingsonmacht altijd schriftelijk bij de Belastingdienst, zodra duidelijk is dat een betaaltermijn niet gehaald wordt. Twee weken is de absolute grens.¹¹ Bewaar de melding en de ontvangstbevestiging.

Aansprakelijkheid bij faillissement

Als de B.V. failliet gaat, treedt de faillissementscurator aan. De curator beheert de boedel, incasseert vorderingen en verdeelt de opbrengst onder de schuldeisers. Maar de curator heeft ook een taak: onderzoeken of het faillissement (mede) het gevolg is van onbehoorlijk bestuur in de drie jaren vóór het faillissement.³

Artikel 2:248 BW bevat het bewijsvermoeden: als de bestuurder zijn boekhoudplicht heeft geschonden — de B.V. heeft geen ordentelijke administratie bijgehouden — wordt vermoed dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is van het faillissement.¹² Dan is de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het gehele faillissementstekort.

Dit klinkt extreem, maar het speelt in de praktijk vaker dan ondernemers verwachten. Een DGA die:

  • de jaarrekening te laat deponeert bij de KvK (meer dan 2 maanden te laat = publicatieplicht geschonden)
  • geen ordentelijke administratie bijhoudt
  • privé en zakelijk door elkaar haalt

…loopt dit risico bij een faillissement. De curator hoeft dan nauwelijks meer te bewijzen.

Naast de civielrechtelijke aansprakelijkheid bestaat er strafrechtelijk risico bij faillissementsfraude, geregeld in het Wetboek van Strafrecht.¹⁰

Aansprakelijkheid bij ongeoorloofd dividend

Sinds de invoering van het flexibele B.V.-recht in 2012 kent artikel 2:216 BW de uitkeringstoets: een B.V. mag alleen dividend uitkeren als zij daarna haar opeisbare schulden kan blijven voldoen.⁴ Het bestuur moet die toets uitvoeren en goedkeuren vóór de uitkering.

Als een bestuurder meewerkt aan een dividenduitkering terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de B.V. daarna niet meer aan haar verplichtingen kon voldoen, is de bestuurder aansprakelijk voor het tekort dat ontstaat.⁴ De Hoge Raad heeft dit bevestigd.

Concreet: De B.V. keert in december €120.000 dividend uit aan de DGA. In februari blijkt de B.V. een forse naheffing loonbelasting te moeten betalen (€35.000) en een grote rekening van een leverancier (€28.000) — schulden die al bestonden ten tijde van de dividendbeslissing maar over het hoofd zijn gezien. De DGA kan aansprakelijk zijn voor het tekort als de uitkeringstoets niet deugdelijk is uitgevoerd.

Vuistregel: Laat de uitkeringstoets bij elk dividendbesluit formeel door de accountant of fiscalist uitvoeren en leg het resultaat schriftelijk vast. Dit geldt ook bij tussendividend.

Aansprakelijkheid bij onzakelijke transacties

Als DGA doe je dagelijks transacties met je eigen B.V. — je leent geld, je verkoopt een bedrijfspand, je schaft apparatuur aan. De wet vereist dat die transacties zakelijk zijn: tegen marktconforme prijzen en voorwaarden.⁹

Niet-zakelijke transacties leiden niet alleen tot fiscale correcties (de Belastingdienst corrigeert de winst), maar kunnen ook bestuurdersaansprakelijkheid opleveren tegenover schuldeisers als de B.V. daardoor verarmd en later niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen.

Klassieke gevallen:

  • Een lening van de B.V. aan de DGA zonder rente of aflossingsschema ("rekening-courant misbruik")
  • Onroerend goed verkopen aan een holding of familielid onder de marktwaarde
  • Salarisuitkeringen of bonussen die niet in verhouding staan tot de prestaties en de financiële positie van de B.V.

Hoe bescherm je jezelf als DGA?

De risico's zijn reëel, maar goed te beheersen. Dit zijn de meest effectieve maatregelen:

1. Voer de uitkeringstoets uit bij elk dividendbesluit. Laat je accountant of fiscalist een liquiditeitsprognose opstellen. Leg het bestuursbesluit schriftelijk vast.⁴

2. Meld betalingsonmacht tijdig. Zodra de B.V. een belasting- of premieaanslag niet kan betalen, meld je dit binnen twee weken bij de Belastingdienst. Doe dit altijd schriftelijk en bewaar bewijs van ontvangst.¹¹

3. Houd een ordentelijke administratie bij. Deponeer de jaarrekening op tijd (binnen 13 maanden na het boekjaar), houd zakelijk en privé gescheiden, en zorg dat de boekhouding te allen tijde actueel is.¹²

4. Documenteer bestuursbesluiten. Grote beslissingen — investeringen, aandeelhoudersovereenkomsten, contracten met gelieerde partijen — leg je vast in een bestuursbesluit. Dit toont aan dat je zorgvuldig hebt gehandeld.

5. Overweeg een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O). Voor DGA's van middelgrote en grotere B.V.'s is een Directors & Officers verzekering aan te raden. Deze dekt de kosten van een aansprakelijkheidsclaim en juridische bijstand.

6. Zorg voor een goed doordachte holdingstructuur. Een holding boven de werk-B.V. beschermt het opgebouwde vermogen (reserves, onroerend goed) van directe claims tegen de werk-B.V. Lees meer over de holdingstructuur bij omzetting voor de fiscale en juridische overwegingen.

Conclusie

De B.V. biedt echte bescherming tegen aansprakelijkheid — maar alleen als je de spelregels volgt. Als DGA ben je ook bestuurder, en bestuurders kunnen privé aansprakelijk worden gesteld bij ernstig verwijtbaar handelen. De meest voorkomende risico's in de praktijk zijn: te late melding van betalingsonmacht bij de Belastingdienst, dividenduitkeringen zonder deugdelijke uitkeringstoets, en een slechte administratie die bij faillissement tot een bewijsvermoeden van onbehoorlijk bestuur leidt.

De kans dat deze risico's zich materialiseren is voor goed bestuurde B.V.'s klein. Maar de gevolgen zijn groot: persoonlijke aansprakelijkheid voor bedragen die de privévermogensopbouw van jaren kunnen uitwissen. Dat rechtvaardigt serieuze aandacht — ook als de B.V. het nu goed doet.

Wil je weten of jouw B.V.-structuur en administratieve inrichting de juiste bescherming bieden? Of overweeg je nog een omzetting en wil je de risico's in kaart brengen vóór je de stap zet? Plan een gratis adviesgesprek met Hussain of Adal. We kijken concreet naar jouw situatie.


Vragen over dit onderwerp?

Plan een vrijblijvend gesprek met onze fiscalisten.

Plan een gesprek