Veel ondernemers die overwegen hun eenmanszaak om te zetten naar een B.V. stellen dezelfde vraag: wat gebeurt er met de dividendbelasting, en hoe verhoudt die zich tot box 3 en box 2? Het antwoord raakt aan een van de meest misverstane onderdelen van het Nederlandse belastingstelsel. Dit artikel legt exact uit hoe het werkt, wat de tarieven zijn, wanneer je dividendbelasting kunt terugvragen, en waarom de box-indeling bepalend is voor je nettoresultaat.
Wat is dividendbelasting en wie betaalt hem?
Dividendbelasting is een bronbelasting: de B.V. houdt hem in op het moment dat zij dividend uitkeert aan de aandeelhouder.¹ De heffingsgrondslag is de "opbrengst" in de zin van de Wet op de dividendbelasting 1965. In de kern: alles wat aandeelhouders ontvangen boven het gestort kapitaal, inclusief informele uitdelingen en bonusaandelen.²
Het tarief is 15% van het bruto-dividend.³ Dat betekent: bij een uitkering van €100.000 bruto houdt de B.V. €15.000 in en maakt €85.000 over naar de aandeelhouder. De ingehouden €15.000 draagt de B.V. af aan de Belastingdienst via aangifte dividendbelasting, die binnen één maand na de uitkering ingediend moet worden.¹⁵
Vuistregel: De 15% dividendbelasting is een voorheffing, geen eindheffing. Voor de meeste DGA's (directeur-grootaandeelhouders) is het slechts een voorschot op de uiteindelijke inkomstenbelasting.
Box 2 of box 3: de sleutelvraag
Het Nederlandse boxenstelsel kent een strikte rangorde.¹² Dividend op aandelen in een B.V. valt óf in box 2 óf in box 3, nooit in beide tegelijk. Het onderscheid hangt af van één criterium: het aanmerkelijk belang.
Box 2 is van toepassing als je 5% of meer van de aandelen (of bepaalde winstrechten of opties) houdt in de B.V.⁵ Box 2 kent in 2026 een gedifferentieerd tarief:
- 24,5% over de eerste €68.843 aan box-2-inkomen per belastingplichtige
- 31% over het meerdere⁴
Box 3 is van toepassing als je minder dan 5% houdt. Je bent dan een kleine aandeelhouder. De waarde van je aandelen gaat dan op in de rendementsgrondslag van box 3.⁷ Je wordt dan belast op basis van een fictief rendement over de gemiddelde waarde van je vermogen, ongeacht het werkelijk ontvangen dividend.⁸
Voor de DGA van een eigen B.V. is box 2 dus altijd de relevante box. Box 3 en dividendbelasting komen pas in beeld als je aandelen houdt buiten je eigen B.V.: denk aan minderheidsbelangen in andere vennootschappen, beursaandelen of participaties. Belegt je B.V. zelf in aandelen, dan gelden andere regels; die staan in ons artikel over beleggingen in een B.V..
Hoe werkt de verrekening voor box-2-aandeelhouders?
De ingehouden dividendbelasting van 15% is een voorheffing die volledig verrekend wordt met de verschuldigde inkomstenbelasting in box 2.⁶ Je betaalt dus niet 15% dividendbelasting bovenop de box-2-heffing. Je betaalt box-2-belasting, waarop de al ingehouden 15% in mindering wordt gebracht.
Concreet rekenvoorbeeld:
Je keert €100.000 dividend uit vanuit je B.V. aan jezelf als DGA (aanmerkelijkbelanghouder). Stel: dit is je enige box-2-inkomen in 2026.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Bruto dividend | €100.000 |
| Ingehouden dividendbelasting (15%) | -€15.000 |
| Ontvangen op rekening | €85.000 |
| Box-2-belasting: 24,5% over €68.843 | €16.867 |
| Box-2-belasting: 31% over €31.157 | €9.659 |
| Totale box-2-belasting | €26.525 |
| Af: verrekening dividendbelasting | -€15.000 |
| Nog te betalen via aangifte IB | €11.525 |
Het totale belastingbedrag over het dividend is €26.525, maar je betaalt dit in twee stappen: €15.000 al ingehouden door de B.V., en €11.525 via je aangifte inkomstenbelasting.
Vuistregel: De dividendbelasting van 15% is nooit je definitieve last als DGA. Reken altijd op de volle box-2-last (24,5% of 31%), minus de voorheffing.
Wat telt als dividend? Ook informele uitdelingen
De heffingsgrondslag "opbrengst" is ruimer dan het dividend dat je in een aandeelhoudersbesluit vastlegt.² Ook een informele uitdeling valt eronder: een voordeel dat de B.V. aan jou als aandeelhouder geeft zonder zakelijke tegenprestatie. Denk aan een te hoge vergoeding die de B.V. aan jou betaalt, een bedrijfsmiddel dat de B.V. te goedkoop aan je verkoopt of diensten die de B.V. te duur bij je inkoopt. Het verschil met een zakelijke prijs kan de Belastingdienst als dividend aanmerken, met een naheffing dividendbelasting en een correctie in box 2, ook als er nooit een dividendbesluit is genomen.
Wanneer mag je B.V. dividend uitkeren? De uitkeringstoets
Naast de fiscale kant heeft elke uitkering een vennootschapsrechtelijke kant. Artikel 2:216 BW stelt twee eisen.¹⁶
1. Balanstoets. De algemene vergadering mag alleen uitkeren voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die volgens de wet of de statuten moeten worden aangehouden.
2. Uitkeringstoets door het bestuur. Het besluit tot uitkering heeft pas gevolgen als het bestuur het goedkeurt. Het bestuur weigert die goedkeuring als het weet of redelijkerwijs moet voorzien dat de B.V. na de uitkering niet kan blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Keurt het bestuur toch goed en lukt dat betalen daarna niet, dan zijn de bestuurders die dat wisten of hadden moeten voorzien hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort.¹⁶ Als DGA ben je meestal aandeelhouder én bestuurder, en draag je dat risico dus zelf. Welke andere aansprakelijkheidsrisico's je als DGA loopt, staat in ons artikel over de aansprakelijkheid van de DGA.
Vuistregel: Leg elk dividend vast in een aandeelhoudersbesluit met datum en bedrag, en in een bestuursbesluit waarin je de uitkering goedkeurt met een korte onderbouwing van de liquiditeit van de B.V. Bewaar beide bij de administratie. Bij een controle kan de Belastingdienst erom vragen.
Wanneer is er geen dividendbelasting verschuldigd?
Niet elke betaling van de B.V. aan een aandeelhouder is belast met dividendbelasting.
Terugbetaling van gestort kapitaal. Een terugbetaling op formeel gestort aandelenkapitaal is geen opbrengst in de zin van de wet, mits die netjes is doorgevoerd via een kapitaalvermindering.² Over het deel dat de gestorte inbreng te boven gaat, is wel dividendbelasting verschuldigd.
Dividend van werkmaatschappij aan holding. Keert een werkmaatschappij dividend uit aan een holding die onder de deelnemingsvrijstelling valt, dan is het dividend bij de holding vrijgesteld van vennootschapsbelasting.¹⁸ De werkmaatschappij hoeft dan ook geen dividendbelasting in te houden op grond van de inhoudingsvrijstelling.¹⁷ Pas als de holding uitkeert aan jou privé, volgen dividendbelasting en box 2. Hoe je zo'n structuur opzet, lees je in ons artikel over de holdingstructuur bij omzetting.
Timing: spreid je dividend over jaren en partners
De box 2-schijfgrens van €68.843 geldt per belastingplichtige per jaar.⁴ Wie in één jaar een groot bedrag uitkeert, betaalt over het deel boven die grens 31% in plaats van 24,5%. Dat verschil van 6,5 procentpunt kun je vaak vermijden door uitkeringen over meerdere jaren te spreiden.
| Uitkering van €137.686 | Box 2-belasting |
|---|---|
| In één jaar | €38.208 (24,5% over €68.843 + 31% over €68.843) |
| Verdeeld over twee jaar | €33.733 (twee keer 24,5% over €68.843) |
| Verschil | €4.475 |
Heb je een fiscale partner, dan kunnen jullie het inkomen uit aanmerkelijk belang onderling verdelen.¹⁹ Elk van jullie heeft dan een eigen lage schijf, samen €137.686 per jaar.
Vuistregel: Plan dividend als onderdeel van je jaarplanning. Zit je dit jaar al boven €68.843 box 2-inkomen, bijvoorbeeld door een eerdere uitkering, dan is het vaak voordeliger de volgende uitkering naar januari te schuiven.
Salaris of dividend: hoe hangen ze samen?
Je DGA-salaris bepaalt hoeveel winst er overblijft voor dividend. Elke euro extra salaris verlaagt de VPB-grondslag van de B.V., maar valt bij jou in box 1 tegen maximaal 49,50%. Elke euro minder salaris laat meer winst in de B.V., die je later tegen het box 2-tarief kunt uitkeren. Omdat het salaris wettelijk minimaal het gebruikelijk loon moet zijn, is de ruimte om te schuiven beperkt. Hoe je dat loon bepaalt, staat in ons artikel over het DGA-salaris en de gebruikelijkloonregeling.
Dividendbelasting en box 3: wanneer is er overlap?
Voor de DGA met een aanmerkelijk belang is er geen echte overlap: het aanmerkelijk belang valt volledig in box 2 en is uitgesloten van box 3.¹² De waarde van de B.V.-aandelen telt dus niet mee als box-3-vermogen.
Toch zijn er situaties waarbij dividendbelasting en box 3 samen in beeld komen:
1. Kleine aandeelhouder in een B.V. (minder dan 5%) Je houdt 3% in een niet-beursgenoteerde B.V. De dividendbelasting van 15% wordt ingehouden op de uitkering. In je aangifte inkomstenbelasting valt het ontvangen dividend niet apart aan te geven als inkomen in box 3. De heffing in box 3 is immers vermogensrendementsheffing op de waarde van de aandelen, niet op het werkelijk ontvangen dividend. De ingehouden dividendbelasting kun je dan niet verrekenen, tenzij je recht hebt op teruggaaf.⁹
2. Beursaandelen Ontvang je dividend op beursaandelen, dan wordt ook 15% dividendbelasting ingehouden. De aandelen vallen in box 3. Het werkelijk ontvangen dividend telt in box 3 niet als inkomen, maar de ingehouden dividendbelasting kun je via je aangifte terugvragen als de box-3-heffing lager is dan de ingehouden dividendbelasting.
Dit is een veelgemaakte fout: beleggers denken dat de 15% dividendbelasting een extra last is bovenop box 3. Dat klopt niet. De dividendbelasting is een voorheffing die, indien je totale box-3-belasting lager uitvalt, (deels) teruggestort wordt.¹¹
Dividendbelasting terugvragen: wanneer en hoe?
Particuliere aandeelhouders (box 3) kunnen de ingehouden dividendbelasting terugvragen als de verschuldigde inkomstenbelasting over alle boxen samen lager is dan de ingehouden voorheffing. Dit wordt geregeld in artikel 9.2 Wet IB 2001 (verrekening voorheffingen) en, voor EU/EEA-ingezetenen, artikel 10a Wet dividendbelasting 1965.⁶ ⁹
Praktisch: Je geeft in je aangifte inkomstenbelasting de ontvangen dividenden op (via de jaaropgave van je bank of de B.V.) en de ingehouden dividendbelasting. De Belastingdienst berekent of je recht hebt op teruggaaf.
Voor buitenlandse aandeelhouders en vrijgestelde lichamen (zoals pensioenfondsen) gelden aparte teruggaafprocedures op grond van artikel 10a Wet dividendbelasting 1965, soms in combinatie met belastingverdragen.⁹
Vuistregel: Heb je alleen box-3-vermogen en weinig of geen belastbaar inkomen in box 1 of 2, vraag altijd na of de ingehouden dividendbelasting volledig teruggestort kan worden. Voor veel kleine beleggers betekent dit feitelijk een 0%-belasting op dividend.
Het totaalplaatje: B.V.-winst naar privé
Om dividendbelasting en box 2 in perspectief te plaatsen, is het nuttig het volledige traject van winst in de B.V. naar privé-inkomen te overzien.
Stap 1: Vennootschapsbelasting (VPB) De B.V. betaalt eerst vennootschapsbelasting over haar belastbare winst.¹³ In 2026 geldt 19% over de eerste €200.000 winst (het MKB-tarief) en 25,8% over het meerdere. Winst na VPB is de basis voor dividenduitkering. Hoe die belastbare winst tot stand komt, lees je in ons artikel over de vennootschapsbelasting in 2026.
Stap 2: Dividendbelasting (bronheffing) De B.V. houdt 15% in op het bruto-dividend en draagt dit af.³
Stap 3: Box 2 (inkomstenbelasting) De DGA geeft het ontvangen dividend aan in box 2 en verrekent de ingehouden dividendbelasting.⁶
Concreet totaalvoorbeeld bij €150.000 B.V.-winst:
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Winst B.V. voor VPB | €150.000 |
| VPB 19% (eerste €200.000) | -€28.500 |
| Beschikbaar voor dividend | €121.500 |
| Ingehouden dividendbelasting 15% | -€18.225 |
| Ontvangen op privérekening | €103.275 |
| Box-2-belasting: 24,5% over €68.843 = €16.867 | |
| Box-2-belasting: 31% over €52.657 = €16.324 | |
| Totale box-2-belasting | €33.190 |
| Af: verrekening dividendbelasting | -€18.225 |
| Nog te betalen via aangifte IB | €14.965 |
| Totale belastingdruk | €61.690 |
| Effectief gecombineerd tarief | ~41,1% |
Ter vergelijking: een eenmanszaak met €150.000 winst betaalt, na aftrek van de MKB-winstvrijstelling van 12,7%, inkomstenbelasting in box 1 tegen het toptarief van 49,5% over het meerdere boven €78.426, wat al snel uitkomt op een effectief tarief van 45–48%. Het B.V.-traject is bij dit winstniveau dus gunstiger, mits je de winst niet volledig jaarlijks als dividend uitkeert. Lees meer over de afweging in ons artikel over eenmanszaak naar B.V..
Vuistregel: Het gecombineerde VPB + box-2-tarief bedraagt bij gebruik van het lage VPB-tarief en het lage box-2-tarief samen ongeveer 39–42%. Dat is gunstig ten opzichte van het toptarief in box 1, maar het voordeel is pas volledig als je de winst ook daadwerkelijk uitkeert. Zo lang winst in de B.V. blijft, betaal je alleen VPB.
Aangifte en administratieve verplichtingen
De B.V. is inhoudingsplichtig: zij moet aangifte doen en de dividendbelasting afdragen binnen één maand na het moment waarop het dividend ter beschikking is gesteld.¹⁵ Bij een interim-dividend, uitgekeerd in de loop van het jaar, loopt die maand vanaf de uitkering, niet vanaf de vaststelling van de jaarrekening. Doet de B.V. dit niet op tijd, dan zijn er boetes en verschuldigde rente.
Als DGA geef je het ontvangen dividend aan in je aangifte inkomstenbelasting, onderdeel box 2.¹⁰ De verrekening van de ingehouden dividendbelasting vindt automatisch plaats via het aangifteformulier. Houd de dividendbesluiten goed bij, de Belastingdienst kan vragen om notulen van de aandeelhoudersvergadering als bewijs van de dividendbeslissing.
Heb je aandelen in meerdere vennootschappen, dan kan de kwalificatie per vennootschap verschillen (aanmerkelijk belang of niet). Houd per belang bij of het in box 2 of box 3 valt.¹²
Voor wie serieus nadenkt over de optimale structuur, is een goed begrip van de geruisloze inbreng belangrijk: de manier waarop je inbrengt bepaalt mede de hoogte van het toekomstige aanmerkelijk-belang-pakket en daarmee je box-2-positie.
Veelgemaakte fouten
1. Dividendbelasting verwarren met de definitieve heffing De 15% is een voorheffing. Wie denkt klaar te zijn na inhouding, vergeet de bijbetaling via box 2.
2. Aannemen dat dividend in box 3 valt als je DGA bent Als je 5% of meer houdt, valt alles in box 2. Box 3 is niet van toepassing op je B.V.-aandelen.⁵
3. Vergeten de dividendbelasting te verrekenen Sommige belastingplichtigen geven de ingehouden dividendbelasting niet op in hun aangifte en laten zo geld liggen. De verrekening is een recht, geen automatisme.⁶
4. Onvoldoende liquiditeitsreserve in de B.V. Dividend kan alleen worden uitgekeerd als de B.V. de uitkeringstoets doorstaat (de B.V. moet na uitkering haar opeisbare schulden kunnen blijven voldoen). Dit volgt uit artikel 2:216 BW.¹⁶ Vergeet dit niet in je liquiditeitsplanning.
Conclusie
Dividendbelasting is geen aparte belastinglaag voor DGA's, maar een voorheffing die volledig verrekend wordt met de inkomstenbelasting in box 2. De werkelijke belastingdruk op dividend van je eigen B.V. bestaat uit twee componenten: vennootschapsbelasting in de B.V. en box-2-heffing bij uitkering. Bij een winst rond de €150.000 is het gecombineerde tarief doorgaans gunstiger dan het toptarief in box 1.
Box 3 en dividendbelasting zijn relevant voor aandeelhouders met een belang onder de 5%, en voor beleggers in beursaandelen. In dat geval is de dividendbelasting mogelijk geheel of gedeeltelijk terug te vragen.
Wil je weten wat de optimale uitkeringsstrategie is voor je specifieke situatie, inclusief salaris, dividend en de meest gunstige timing? Neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Onze adviseurs rekenen je persoonlijke situatie door en vergelijken de B.V.-structuur met je huidige fiscale positie.
Bronnen19
- 01Wet op de dividendbelasting 1965, art. 1 – Belastingplicht en object dividendbelasting
- 02Wet op de dividendbelasting 1965, art. 3 – Begrip opbrengst
- 03Wet op de dividendbelasting 1965, art. 5 – Tarief dividendbelasting (15%)
- 04Wet inkomstenbelasting 2001, art. 2.12 – Tarief box 2 (aanmerkelijk belang)
- 05Wet inkomstenbelasting 2001, art. 4.6 – Aanmerkelijk belang definitie (5%-grens)
- 06Wet inkomstenbelasting 2001, art. 9.2 – Verrekening van dividendbelasting als voorheffing
- 07Wet inkomstenbelasting 2001, art. 5.1 – Grondslag sparen en beleggen (box 3)
- 08Wet inkomstenbelasting 2001, art. 5.3 – Rendementsgrondslag box 3 (bezittingen min schulden)
- 09Wet op de dividendbelasting 1965, art. 10a – Teruggaaf dividendbelasting aan natuurlijke personen
- 10Wet inkomstenbelasting 2001, art. 4.13 – Reguliere voordelen aanmerkelijk belang (box 2)
- 11Belastingdienst – Dividendbelasting: wanneer betaalt u dividendbelasting?
- 12Wet inkomstenbelasting 2001, art. 2.14 – Rangorde boxenstelsel
- 13Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 8 – Belastbare winst vennootschap
- 14Belastingdienst – Box 2: uitleg en tarieven (geraadpleegd juni 2026)
- 15Wet op de dividendbelasting 1965, art. 7 – Inhoudingsplicht en aangifte
- 16Burgerlijk Wetboek Boek 2, art. 216 – Uitkeringstoets: balanstest, goedkeuring door het bestuur en aansprakelijkheid
- 17Wet op de dividendbelasting 1965, art. 4 – Inhoudingsvrijstelling bij deelnemingen
- 18Wet vennootschapsbelasting 1969, art. 13 – Deelnemingsvrijstelling
- 19Wet inkomstenbelasting 2001, art. 2.17 – Toerekening van gemeenschappelijke inkomensbestanddelen aan fiscale partners
